fbpx

“We geven de kinderen oordopjes”

donderdag, 29 september 2016
Persoonlijk verhaal
Op 26 november 2016 doet zuster Raghida Al Khouri haar verhaal tijdens Ontmoet de Wereldkerk in Hilversum. Al meer dan vijf jaar is haar land verwikkeld in een oorlog. In een interview met Kerk in Nood geeft ze alvast een voorschot op onze vragen over de situatie in Syrië, met zachtheid en met een brok droefheid in haar keel.

Kunt u voor ons uw leven weg beschrijven? 
“Ik ben geboren in Damascus in een familie met 7 kinderen. Ik heb er een menslievende opvoeding genoten en ben opgevoed in het katholieke geloof. Ik heb mijn vader, van wie ik zeer veel hield, verloren toen ik 14 jaar was. Hem dank ik een gevoel voor oprechtheid, rechtvaardigheid en toewijding. Ik heb mijn studie pedagogie voltooid in Beiroet. Tegelijkertijd ben ik ingetreden bij de Zusters van Liefde van Besançon, een communiteit die in 1799 is opgericht door Jeanne-Antide Touret uit de Franse Provincie Franche-Contė. Ik heb (als Syrische) de Libanese oorlog meegemaakt, in gebed en acceptatie, enigszins als een opdracht die de Heer me vroeg te volbrengen. Ik heb functies gehad, waaronder die van lerares en van directrice op een school in Libanon. In de periode van 2005 tot 2008 heeft men mij een missie gegeven in Syrië, waar ik in Damascus een onderwijsinstelling van het Grieks-katholieke Patriarchaat leidde en tegelijkertijd verantwoordelijk was voor onze kloostergemeenschap. Daarna ben ik naar Nice vertrokken, waar ik voor het bisdom verantwoordelijk was voor pastorale zorg van leerlingen op de middelbare school.”

Hoe beleeft U die feitelijke verwijdering van naaste familieleden?
“Ieder jaar keer ik terug naar mijn geboorteland om mijn hele familie, die in Damascus woont, te ontmoeten. Gezien de gebeurtenissen in Syrië voel ik me toch wel eenzaam. Ik bel hen dagelijks en wil weten of ze nog in leven zijn. Wij hebben contact via skypen of per telefoon. De situatie verslechtert van dag tot dag. Ik denk zoals zovelen dat vrede pure utopie blijkt. Maar toch geloof ik dat de utopie van vandaag de realiteit van morgen kan worden, mits we er op nationaal en internationaal niveau echt in geloven en ons er met heel ons hart en verstand aan wijden. Niets is onmogelijk voor wie erom smeekt en er met geestdrift om vraagt.”

Hoe ziet hun dagelijkse leven eruit?
“Iedereen schreeuwt ‘vanwaar zal onze redding komen?’ Hun dagelijks leven is dramatisch. Ik ben op 4 mei terug gekeerd uit Damascus. Het is onmogelijk daar rustig te slapen. Je hoort er onophoudelijk vliegtuigen, schoten en tanks. Men geeft de kinderen oordopjes. Vrijwel iedereen loopt gekleed in het zwart, families zijn in rouw gedompeld. Mensen zijn er paradoxaal genoeg ongezond dik. Zij leven onder hoogspanning, onder angst en zijn continu op hun hoede. Zij zijn bang gekidnapt te worden of gegijzeld te worden (tegen losprijs of voor executie) en blijven derhalve doorgaans thuis. Ze hangen voor de televisie, eten en slapen en doen verder niets. Hun gezondheidstoestand gaat snel achteruit en staan op het punt gedeprimeerd te raken. Enkelen zijn al aan de drank, anderen roken als gekken. Zij vragen me om raad, maar wat kan ik antwoorden? Moet ik zeggen te blijven of te vertrekken? En waarheen? Naar welk land dan? En hoe? Clandestien, via een mensenhandelaar, nu Europa geen visa meer geeft? Met welke middelen? Als emigrant, als stateloze zonder enig document, over de grens gezet?”

Hoe voelen zij zich?
Zij leven van het ene moment naar het andere, van minuut tot minuut. Wanneer hen dat te veel wordt, vragen zij zich af hoe ze kunnen vertrekken, hoe hun vertrek voor te bereiden. Maar als ze eenmaal op de hoogte zijn van het leven van immigranten en vluchtelingen, zeggen ze veelal wel dat ze er de voorkeur aan geven in hun land te sterven. Maar dat weerhoudt hen er niet van visa proberen te krijgen. Omdat er geen Europese ambassades meer open zijn in Damascus, zijn ze echter verplicht naar Libanon te reizen. Daar vraagt de administratie als garantie tenminste € 30.000 per persoon voor kosten in geval van ziekte of repatriëring, hetgeen het merendeel van de mensen ervan doet afzien. Twee van mijn broers hebben onomwonden verklaard dat ze nooit zullen vertrekken en dat, als ze binnenkort moeten sterven, dat op Syrisch grondgebied zal zijn. De anderen zijn het daarmee eens.”

Is het dilemma onoplosbaar?
“Er is geen plaats meer waar men veilig is , zelfs niet op het platteland. Een partij hulpgoederen komt zelden op zijn bestemming aan. De spullen worden onderweg verkocht. Deze corruptie jaagt de prijzen omhoog, alle medische voorzieningen en de gehele sociaaleconomische infrastructuur zijn ontregeld. Medicijnen worden gestolen. Anderzijds zijn er ook mensen die naar Libanon of Jordanië waren gevlucht die zijn teruggekeerd. Zij verkiezen thuis te zijn, in alle onveiligheid, boven opgehoopt te verblijven in kampen en vernederingen te ondergaan met alle vliegen, luizen, ziekten, enz. Onze broeders beleven de Apocalyps! Is het voldoende medelijden te hebben met hun ontreddering? Hoe kunnen we hen helpen? Dat is de vraag die ik mezelf doorlopend stel.”

Wat vindt u van de westerse berichtgeving?
In het Westen is er een waar onbegrip en een gebrek aan informatie betreffende de actuele situatie. Telkens als ik hier de berichtgeving beluister, worden zaken eenzijdig en slecht voorgelegd. De publieke zenders doen verslag als iemand die een ingestudeerde voordracht voorleest, een na-aper, die totaal geen notie heeft van de realiteit. Al onze Syrische broeders, en vooral de Christenen, voelen zich hierdoor enorm in de steek gelaten. Er dient opnieuw gezegd te worden dat wij aan hen denken, dat wij hen gedenken in onze gebeden. De Christenen vormen een kleine minderheid. Zij voelen zich bedreigd omdat zij tegen geweld zijn, maar op die plek wordt afzijdigheid niet geaccepteerd, zelfs onder Moslims niet. Op 21 maart 2013 is er in Damascus een sjeik vermoord, omdat hij een gematigde integere man was, wars van alle extremistische verwoesters. Mohammad Saïd Ramadan Al Bouti was zijn naam.

Aan welke kant staat U?
Ik sta aan de kant van gerechtigheid en vrede. Het is een Christen niet toegestaan te denken in termen van geweld. Als men zijn vaderland lief heeft, kan men zich niet scharen aan de zijde van mensen die geweld loven en prijzen. Aan de zijde van de oppositie tegen het regime worden zaken geregeld zonder controle en zonder orde. Een groot deel van de oppositie is teleurgesteld omdat die wordt beheerst door Islamisten. We behoren verzoening tussen de twee partijen te dienen en de waardigheid van iedere individu te respecteren. We kunnen niet doorgaan wapens en geld te sturen, we moeten overgaan naar een democratie op een humane, geciviliseerde en geweldloze wijze.”

Merkt U een werkelijke verharding in het conflict?
“Zij hebben niets van de geschiedenis geleerd. Kijk eens naar Irak. De situatie is er niet verbeterd. Kijk eens naar Libië. Is er werkelijk democratie op komst? In Egypte wordt de toestand voor de gematigden steeds ernstiger. Toen ik in 2005 – na 20 jaar afwezigheid – naar Syrië terugkeerde, had er een geweldige sprong voorwaarts plaats gevonden; op economisch, sociaal, cultureel en educatief terrein. Mensen konden dag en nacht en in alle veiligheid reizen. Middenklassers bezaten een auto, meisjes konden zich kleden zoals zij dat wilden zonder bang te zijn. Vandaag de dag dragen ze allemaal lange mouwen en geen kettingen en oorbellen meer. Alles moet worden ‘gereconstrueerd.’ Het is in de 21ste eeuw ondenkbaar dat geweld wordt gebruikt om de democratie te herstellen. Ik kies nu voor een vreedzame revolutie, gebaseerd op dialoog en onderhandelen.”

Wat is de plaats van het geloof hierin?
Mijn zwager, die taxichauffeur is, verdient nog steeds zijn brood. Hij vertrouwt zich iedere morgen toe aan de Heer en slaat een kruisje als hij het huis verlaat. Zodra hij weer thuis is, dankt hij dat hij weer veilig en gezond thuis is. Ik was tijdens het orthodoxe Paasfeest in Damascus. Het was er om te huilen zo droevig. Er was op niemands gezicht enige vreugde te bespeuren. De regering had bijeenkomsten van mensen afgeraden. Gewoonlijk zijn de kerken dan vol en zijn er processies op straat. Dit jaar vertoonden zich slechts een handje vol mensen met palmtakken op straat. Mensen zijn doorlopend in tweestrijd tussen vertrekken en verkeren tussen vertrouwen en wanhoop. Ik geloof, zoals velen met mij, dat de Heer met ons is en dat Hij ons gerechtigheid zal brengen. Na de Kruisweg en de Kruisiging zal de Opstanding komen. Ik bid voor iedereen, vooral voor hen, die macht bezitten en leiding geven, dat de Heer hen verlicht. Wij zijn er zeker van dat Hij ons zal verlossen. En dat Hij zal ons ontvangen in het uur van onze dood.

Zuster Raghida komt op 26 november 2016 naar Ontmoet de Wereldkerk in Hilversum. Wilt u haar persoonlijk horen spreken, kom dan ook.

Klik hier voor meer informatie of om u aan te melden voor deze inspirerende dag.