fbpx

”We bevinden ons in een leerschool van het geloof”

vrijdag, 02 oktober 2015
Persoonlijk verhaal
In een interview op het internationale hoofdkantoor van Kerk in Nood in Königstein doet de Syrische patriarch Gregorios III verslag van zijn ontmoetingen met mensen die alles verloren hebben.

Door Eva Maria Kollmann

Als Patriarch Gregorios III laat in de avond door de straten van Damascus wandelt, vragen mensen zich af: “Is hij dan niet bang?” Het hoofd van de Melkitische (Grieks-Katholieke) Kerk bezoekt onvermoeibaar zijn schapen, die door oorlog en terreur hun naaste verwanten hebben verloren. Hij komt bij families thuis, troost ze, bidt met ze en probeert ze te helpen. Daarbij hoort hij talloze verhalen van de tragische slagen van het noodlot, maar ook van groot geloof. Enkele van deze verhalen deelt de kerkleider met Kerk in Nood.

“Op één dag werden in Damascus een vader en zijn dochter gedood. Als aandenken hadden de gelovigen een schilderij gemaakt, waarvan ik diep onder de indruk was. Onderaan, op de aarde, waren ze beide afgebeeld zoals ze er in hun aardse leven hebben uitgezien. Maar in het bovenste deel van het schilderij waren Jezus en vele engelen afgebeeld, en daar waren ze beide voorgesteld na hun transfiguratie in de hemel. Het geloof is zo groot dat men een ware transfiguratie voelt. De mensen zeggen: “Hier op aarde lijden wij en zijn we vaak vertwijfeld, maar in de hemel zijn we andere mensen.” Wij doorlopen bij onze mensen in Syrië een leerschool van het geloof”, vertelt de Patriarch ontroerd.

Getuige van de transfiguratie
Hij is vaker getuige van deze transfiguratie geweest. Een keer moest hij een moeder meedelen dat haar ontvoerde zoon was vermoord. Hij wist niet hoe hij dit bericht moest overbrengen. Toen hij in het huis van de familie kwam, baden ze gezamenlijk het Onze Vader. Na de woorden: “Uw wil geschiede” zweeg hij. De moeder begreep onmiddellijk wat er was gebeurd en omarmde de patriarch. “Ik kon het bericht overbrengen op een spirituele manier. En mijn aanwezigheid betekende voor haar de presentie van de Kerk, van het geloof. In dit licht werd dit moment getransformeerd.” Een man die op dezelfde dag zijn vrouw, kinderen en vader had verloren, zei aan de Patriarch: “Ik heb alles verloren, ik ben alleen, maar God is bij mij. Nu beleef ik mijn Christendom werkelijk!” In dit soort situaties beleven de gelovigen de Kerk werkelijk als een familie.

Paasprocessie
De patriarch heeft een bijzonder levendige herinnering aan de grote processie op tweede Paasdag. Tweehonderdvijftig padvinders maakten muziek en er kwamen steeds meer mensen buiten op het balkon staan of op straat. Ze sloten zich bij de processie aan en kinderen kwamen aangerend om zich door de patriarch te laten zegenen. Zelfs gesluierde moslimvrouwen kusten zijn kruis. Op de terugweg viel op circa vijftig meter afstand een raket op een dak. Er brak paniek uit. Een paar mannen wilden de patriarch in een auto wegbrengen, maar hij weigerde. Hij bleef in vol ornaat met zijn herdersstaf bij de mensen. Als door een wonder richtte de raket nauwelijks schade aan. Ten overstaan van de gelovigen legde Gregorios III uit waarom er vaak zulke dingen gebeuren Hij zei: “Als er niets gebeurt, schrijven wij dat meestal toe aan onze eigen kracht en denken niet aan God. Als de raket tijdens de processie schade had aangericht, hadden de mensen misschien God aangeklaagd: “Waarom Hij het heeft toegelaten?” In ieder geval hadden ze de priesters en de patriarch verweten de processie überhaupt te hebben laten doorgaan. Nu was er gevaar, maar hebben honderden mensen gezien dat wij door God werden beschermd. Wij zijn elke dag opnieuw in Gods handen. Er is gevaar, maar wij worden beschermd. Hoeveel van die verhalen kan ik wel niet vertellen!”

Geen vijanden
Vol overtuiging zegt de Patriarch: “Wij beleven iedere dag wonderen.” Zo bezocht hij eens een familie, in wiens huis een raket een muur sterk had beschadigd. Het portret van de Madonna, dat aan de wand hing, was wonder boven wonder intact gebleven. “Ik heb de mensen uitgelegd dat Maria niet zo egoïstisch is dat ze alleen haar eigen portret beschermt. Het laat zien dat de Moeder Gods ook in deze moeilijke tijden bij ons is.” Ongeacht al het lijden en het kwaad dat de mensen in Syrië wordt aangedaan, wil Gregorios III het woord vijand niet horen: ‘Je kunt zeggen dat iemand een moordenaar is. Dat is een objectief feit als een mens andere mensen heeft gedood. Daarmee heeft hij jou pijn gedaan. Maar als je van “vijanden” spreekt, betreft dat meer je innerlijk. Dat is dan iets dat meer in jou is dan in hem.” Hij gaat zelfs zover dat hij zegt: “ISIS en de bandieten zijn mensen die onze liefde nodig hebben. Ik doe een appèl op ze om de weg van de opstanding samen met ons te gaan.”

Desalniettemin waren het precies de onheilstijdingen uit Irak die de mensen in Syrië de stuipen op het lijf joegen. Steeds meer van hen vluchten naar het buitenland. “Veel mensen zijn door de oorlog op de vlucht geslagen. Rond de helft van de bevolking is op de vlucht. Maar de gebeurtenissen in Irak waren een shock die de golf van vluchtelingen nog deed groeien. De mensen zijn doodsbang voor de terreur die aan een opmars bezig is. Aan de andere kant zijn er ook veel mensen die blijven en hun leven opnieuw opbouwen. De kerken zijn vol, er is jeugdwerk, processies, feesten, de kinderen gaan naar school.” Voor de Patriarch zelf is het ondenkbaar dat hij weggaat: “Wij herders blijven bij de mensen om met hen en voor hen te sterven. Wij blijven, opdat zij kunnen leven.”

De Patriarch doet ook ‘s nachts zijn telefoon niet uit. Hij is 24 uur lang op elk moment van de dag bereikbaar voor wie hulp zoekt. Als er ergens iets gebeurt, wordt hij opgebeld zodat hij met de overheidsdiensten contact kan opnemen of op een andere manier hulp kan bieden. Veel mensen die vertwijfeld zijn of in rouw gedompeld, zoeken eenvoudigweg zijn troost en vragen zijn gebed. “We moeten verdergaan op deze weg. De mensen hebben vertrouwen in ons. We moeten er voor ze zijn en laten zien dat we dit vertrouwen waard zijn. We moeten onze dienst van liefde en toewijding voortzetten. Maar de omvang van de tragedie gaat ons te boven. God zij dank is Kerk in Nood een grote hulp voor ons.”

Kerk in nood” heeft vanaf het begin van de burgeroorlog in maart 2011 in Syrië pastorale en humanitaire hulpprojecten ter waarde van 6,9 miljoen euro ondersteund. De kerkelijke partners van Kerk in Nood houden, zij aan zij met hun kudde, vol. En dat onder de meest schrijnende omstandigheden. Ook wordt hulp aan Syrische vluchtelingen in buurlanden als Libanon gefinancierd.