Persoonlijk verhaal

Moeder-overste Kingbo vertelt tijdens de Avond van de Martelaren in Frankrijk over de weerslag die de publicatie van de Mohammed cartoons door het satirische tijdschrift Charlie Hebdo had op de Christenen in Niger.

Het is begin januari 2015. Overal staan de media bol van de Mohammed cartoons van het satirische Franse tijdschrift Charlie Hebdo en de spanning stijgt in Niger. Op 16 en 17 januari beginnen ontstemde moslimdemonstranten kerken, scholen kloosters, religieuze plaatsen en individuele Christenen aan te vallen.

Christendom is westers
Het meest getroffen zijn de regio’s Zinder en Niamey. Het brandt ook in Martadi en andere regio’s. Wij, katholieke zusters, hebben ons hier in Niger gevestigd sinds 2006 en we bereiden ons voor op het ergste. In diverse Afrikaanse landen associëren mensen christendom met het “westen.” In sommige dorpen hier in Niger dachten mensen zelfs dat ik blank geweest moet zijn bij mijn geboorte, omdat ik Katholiek ben. Zoals je wel begrijpt, heeft wat jullie doen in het westen impact op ons Christenen hier - ook omdat 98% van de bevolking van Niger Moslim is.

Tijdens deze periode van lijden en onzekerheid wordt mijn dagelijks gebed geïnspireerd door de woorden van Micah: “Oh mijn volk, wat heb ik jullie aangedaan? Hoe heb ik jullie voor het hoofd gestoten? Antwoord Mij.” Ja, de mensen die zoveel geprofiteerd hebben van de zorg, de scholing en liefde van de katholieke kerk in Niger, die dag en nacht op onze deur geklopt hebben, vragend om voedsel en hulp in hun armoede, zijn dezelfde mensen die zich nu tegen ons keren, stenen naar ons gooien, onze kerken platbranden en proberen te voorkomen dat we een kruisje dragen.

Als de politie in januari niet tussenbeide gekomen zou zijn, zouden we niet zijn gespaard. De kloostergemeenschap waarvan ik het hoofd ben, telt een twintigtal zusters en novicen. Enkelen waren bang. Dus ik stelde hen de vraag: ‘Wil je blijven of vertrekken?’ Niemand vertrok, ondanks de angst en onzekerheid. We barricadeerden het klooster en konden drie weken lang de H. Mis niet bijwonen. Wel konden we God aanbidden en bidden zoals we dat gewend waren. Ik vertrouw op God en op de mensen die wij helpen.

Opdracht van God
Het is elf jaar geleden dat ik uit Senegal kwam om de mensen van Niger te helpen, zoals God mij vroeg. Op een dag in 2005, toen ik een cursus over de Islam volgde, begreep ik hoe Moslims Christus ervaren. Niet als de zoon van God die stierf aan het kruis en ten hemel werd opgenomen, maar als een eenvoudige profeet. Ik was verbaasd, omdat zij de God van liefde en goedheid niet kenden. Het was alsof ik door deze woorden door Christus uitgedaagd werd: ‘Nu je dit weet, maak Mijn ware aard bekend in een Moslim omgeving.’ Zo vroeg God me Zijn getuige te zijn. De plaats voor deze opdracht kwam duidelijk door in de loop van mijn gebed: Ga naar Niger.

In 2006 vertrok ik, vergezeld door een jonge Senegalese postulante, naar Niger om een nieuwe missie te starten. Samen stichtten wij er met de goedkeuring van de diocesane bisschop de eerste autochtone religieuze congregatie: de Gemeenschap van de Dienaressen van Christus. Ons doel was het liefdevolle gelaat van Christus te tonen, niet om Moslims te dwingen om Christenen te worden. We trokken door de dorpen en knoopten gesprekken aan met de lokale bevolking om hen zo beter te leren kennen. We realiseerden ons al snel onder welke precaire omstandigheden een groot deel van de bevolking moest leven, vooral de vrouwen en kinderen. Er moest iets worden gedaan om hun situatie te verbeteren. Zo ontmoetten wij de 27- jarige Absou, met 7 kinderen, een blinde echtgenoot en zonder werk. Wij nodigden haar uit om naar ons voedings- en gezondheidscentrum voor zwangere vrouwen en kinderen te komen. Ook ontdekten we dat soms meisjes van 11 of 12 jaar oud al worden uitgehuwelijkt en dat sommigen onder hen sterven ten gevolge van de geboorte van hun eerste kind. We besloten daarop cursussen te organiseren voor moeders en jonge vrouwen.

In gesprek met imams
Maar we gaven ook cursussen voor dorpshoofden, jonge jongens en imams. We vroegen hen na te denken over de radicalisering van sommige jongeren, over de preken van sommige imams die mensen aanzetten tot geweld, de gevolgen van de acties begaan door terroristen in de hele wereld.

In 2007 namen 24 imams en dorpshoofden deel aan de eerste bespreking. Dat was onvoorstelbaar! We hadden nooit gedacht dat zij zouden reageren op de oproep van een vrouw, een religieuze en een vreemde! Het antwoord op mijn vraag: ‘Vinden jullie het niet vervelend dat een vreemdeling, een religieuze en een katholiek jullie manier van denken ter discussie stelt?’ Een van hen gaf mij het bemoedigende en onverwachte antwoord: ‘Wat ons verbindt is niet de religie of etniciteit maar de liefde.’ Dus, zonder het te weten, was hij al over God aan het praten.

Tegenwoordig hebben we meer dan honderd imams en dorpshoofden die elk jaar naar onze bijeenkomsten komen. Daardoor is ook de mentaliteit erg verbeterd. Een Nigeriaanse vrouw, een vroegere moslima, is toegetreden tot onze gemeenschap en wil kloosterlinge worden. Op 15-jarige leeftijd voelde zij de wens zich tot God te keren, zich te bekeren en kloosterling te worden. Dat was best moeilijk. Zij werd afgewezen door haar familie die geen contact meer met haar wilde, maar die uiteindelijk bijdraaide en haar weer accepteerde. Er is zelfs een Moslim hoogwaardigheidsbekleder die zijn 7-jarige dochter aan ons heeft toevertrouwd en wil dat zij bij ons inwoont en Katholiek wordt. Het geloof is al in haar aan het ontluiken, zij bezoekt op dit moment onze voorschoolse opleiding.

Lange weg te gaan
Maar er is nog een lange weg te gaan in veel harten. Afgelopen december kwam het tot een heftige woordenwisseling tussen een groep jonge mannen en een van onze medewerkers, alleen vanwege het feit dat hij voor ons, de zusters, werkte. Meer dan eens worden er stenen op ons dak gegooid tijdens de gebedsdienst. Met Kerst riepen kinderen ons buiten de deuren van het klooster beledigingen toe. Vanwege dit soort agressie staan er sinds 2014 twee politiemannen, dag en nacht, voor de ingang van het klooster.

Wij zusters hebben allemaal een verschillende achtergrond. We komen uit Benin, Burkina Faso, Niger, Senegal en Tsjaad en hebben alles achter ons gelaten om het ware gezicht van God, die alleen maar LIEFDE is, aan de wereld duidelijk te maken. Wij ontlenen onze kracht aan deze woorden van Christus: ‘Ik zal altijd bij u zijn, zelfs op de laatste dag.’ Ik wil allen die ons steunen bedanken. Ondanks de toegenomen onveiligheid in Niger is het dankzij hun volharding in gebed en steun dat wij veilig zijn en mensen uit de hele wereld kunnen leiden tot Christus, de Alfa en de Omega. Ik wil u vragen een Weesgegroet te bidden, ieder in zijn eigen taal, voor alle vrouwen die lijden.

  • Vanwege grote belangstelling horen wij graag of u komt. Vul daarom onderstaande formulier in