fbpx

“Vroeger schoot ik op de Syriërs. Nu help ik ze.”

donderdag, 06 augustus 2015
Nieuws
Met de steun van Kerk in Nood helpen katholieke zusters Syrische vluchtelingen in Libanon. Dorpelingen volgen hun voorbeeld en laten daarmee de schaduw van het verleden achter zich.

Groepen tenten, opgezet in het open land, strekken zich uit over de Bekaa vlakte. Plastic zeilen gespannen op ijzeren en houten frames: dit zijn de nieuwe onderkomens voor tienduizenden mensen. Nergens is de Syrische oorlog zo dichtbij als hier in Oost-Libanon.

Strijd met IS

Vorig jaar waren in deze streek het Libanese leger en de IS terroristen al in een hevige strijd verwikkeld. Libanon staat bovenaan de lijst met namen van landen en streken die IS met geweld wil veroveren om ze op te nemen in het Islamitisch kalifaat dat ze al hebben opgericht in delen van Syrië en Irak. De christelijke stad Deir al Ahmar ligt maar een paar kilometer van Syrië. Achter de hoge besneeuwde bergen ligt het door oorlog verwoeste land. Tienduizenden Syrische oorlogsvluchtelingen zijn naar deze streek gevlucht. Ze kamperen in tenten op de uitgestrekte, vruchtbare vlakte. Een modderig pad – bij regen vormen zich overal plassen – leidt naar eén van de tien kampen die zijn opgezet rondom Deir Al Ahmar.

”In de winter was het erg koud”, vertelt een jonge vrouw. Ze heeft zeven kinderen. “De sneeuw was meters hoog en de wind was meedogenloos. Het was niet makkelijk.” De families die hier wonen, zijn allemaal Soennitische moslims. Deze gezinnen komen uit Raqqa, de stad die al een aantal jaren het bolwerk is van de Islamitische terroristen groep ISIS. “Wij hebben geleefd onder IS”, vertelt een man opgewonden. “Zij zijn geen moslims, het zijn misdadigers. Onze vrouwen moesten zich helemaal bedekken met een sluier. De mannen mochten niet meer roken. Ze houden overal toezicht op.” Een vrouw in een tent zegt: “Wij kenden God al voor IS. Ze hoeven ons niets te leren.” De mensen zijn enkele maanden geleden gevlucht voor IS en de oorlog in Syrië. Ze konden nauwelijks iets meenemen en voelen zich hulpeloos en ontheemd. Ze zijn erg dankbaar voor wat zuster Micheline en haar helpers voor hen doen. Deze katholieke zuster heeft met hulp van Kerk in Nood een hulppost opgezet voor de vluchtelingen. “Moge God zuster Micheline zegenen” zegt een mevrouw. Zuster Michelin wuift de dankbetuiging weg.”Wat kon ik anders doen? Het was midden in de winter van 2011 toen er opeens 150 mensen, sommigen slechts op sandalen, voor mijn deur stonden in de diepe sneeuw. Als lid van de Congregatie van de Goede Herder kon ik ze toch niet zomaar wegsturen?” Ze besloot te helpen. Nu worden er meer dan 800 Syrische families in deze streek geholpen met matrassen, voedsel en kleding.

Een van zuster Micheline´s helpers is Raed (om veiligheidsredenen is dit niet zijn echte naam). Al vier jaar is deze vijftigjarige christen de hele week in touw voor de vluchtelingen. En dat is helemaal niet vanzelfsprekend. “Vroeger richtte ik mijn geweer op de Syriërs. Nu help ik ze,” zegt hij. “Ik was een strijder tegen de Syrische bezetting van Libanon.” Hij wijst op zijn lichaam naar diverse verwondingen, opgelopen in vroegere gevechten. Pas in 2005 werd de bezetting van Libanon opgeheven en trok het Syrische leger zich terug. “Het Syrische leger heeft hier vreselijke dingen aangericht. Wij verdedigden onszelf en ons land. Ik zag de Syriërs altijd als mijn vijand. Maar toen de vluchtelingen hier aankwamen en ik hun gezichten zag, besefte ik dat het mensen zijn net als ik. Zij hebben mijn hulp nodig,” vertelt Raed. Hij was vooral onder de indruk van het voorbeeld dat zuster Micheline gaf. “Ik zag hoe de zuster keek naar deze mensen. Dat overtuigde me, daar waren geen grote woorden voor nodig. Ik realiseerde mij dat het Syrische bewind mijn vijand was, niet het volk.”

Zuster Micheline houdt een pleidooi voor begrip. “Men moet weten dat deze streek zwaar heeft geleden onder de Libanese burgeroorlog en de Syrische bezetting. Er waren spanningen met zowel onze ‘eigen’ Sjiieten als met het Syrische bezettingsleger. Met gevolg dat veel christenen vertrokken. Hele christelijke dorpen bleven verlaten achter. Om het leven wat te verbeteren, besloot mijn orde in 2005 om hier een hulpcentrum te openen om de geboren christenen te helpen, vooral de kinderen. We geven niet alleen godsdienstonderwijs, maar ook huiswerkklassen en vrijetijdsactiviteiten. De mensen reageren enthousiast. Het is belangrijk dat kinderen buiten de deur komen. Gedurende de winter, die hier heel lang duurt, zitten hele families in eén kamer en dat geeft spanningen. Vervolgens kwamen opeens de Syriërs. De mensen waren bang dat ze opnieuw van alles van hen zouden afnemen.”

Tijdens de burgeroorlog van 1975 tot 1990, tot de terugtrekking van de Syriërs uit Libanon in 2005, zijn er 300 jonge mensen van deze stad gedood in gevechten met de Syriërs”, zo verklaart de zuster. “Dat kunnen de mensen niet zomaar vergeten. Zij zeggen: “Waarom zouden we ze helpen? We hebben het zelf al zo moeilijk.”

Zuster Micheline vertelt hoe lastig het in het begin was om uit te leggen waarom de Syriërs geholpen werden. Dat is, volgens haar, in de loop der tijd verbeterd. “De weerstand van de mensen in het dorp wordt langzaam minder. Ik zeg hun dat wij, als christenen, niet moeten leven in de geest van wraak, maar dat wij moeten vergeven.” De zuster is blij dat haar werk vruchten begint af te werpen. En de vluchtelingen doen ook hun best. “Twee Syrische jongens, allebei moslim, kwamen mij vertellen hoe ze moed hadden verzameld om een paar christelijke jongens te benaderen en met hen wat te praten. Dat was voor hun zeker niet makkelijk. Respect hebben voor de ander en de eerste stap zetten, zijn cruciale elementen hier.” Maar zuster Micheline probeert deze christelijke boodschap niet alleen aan kinderen te geven. “We organiseren manicurecursussen zodat de vrouwen wat extra kunnen verdienen. Op die manier ontmoeten christelijke vrouwen van het dorp Syrische vluchtelingenvrouwen. Dat helpt om vooroordelen weg te nemen.”

Het zijn niet alleen de behoeften van deze mensen op korte termijn die zuster Micheline zorgen baren. “Op enig moment zal de oorlog afgelopen zijn. En wat dan? Hoe kunnen de mensen weer samenleven na alles wat er is gebeurd in Syrië? Er zal behoefte zijn aan verzoening, onderwijs en goede vooruitzichten. Niets is erger dan werkeloos moeten toezien hoe een generatie verloren gaat.” Zuster Micheline zet daarom alles op alles voor onderwijs. Elke ochtend komen 350 Syrische kinderen naar school en daar krijgen ze een warme maaltijd. “De ouders zijn hiervoor zo dankbaar. Het geeft wat structuur aan de dag. Maar de nood is veel groter. Helaas hebben we niet voldoende middelen. Van de zomer organiseren we een vakantiekamp, dat groot genoeg zal zijn om alle vluchtelingenkinderen te laten komen.”