Woensdag 29 juli 2015
Nieuws bericht

Afgelopen week bracht ik grotendeels door bij enkele van de meest verdrukte christenen op de wereld: leden van de tribale onderkant van de samenleving, pariaís.

Door John Allen jr.

Met “tribaal” worden in het Indiase taalgebruik de oorspronkelijke bewoners van het land aangeduid. Zij vormen ongeveer 9 procent van de bevolking, ongeveer 105 miljoen mensen, en zij zijn de meest verarmde en gemarginaliseerde mensen die je kunt treffen. De christelijke stamleden die we bezochten, zijn protestantse evangelisten en pinkstergelovigen. Uit mijn kennismaking hield ik drie indrukken over. Ten eerste zijn zij slachtoffer van grove, bijna onmenselijke wantoestanden, nog verergerd door het isolement waarin zij verkeren waardoor niemand er bij stilstaat of zelfs beseft wat er gebeurt. Ten tweede is de beschuldiging van veel hindoes in India aan het adres van christenen - dat zij mensen willen bekeren - zonder meer juist wat deze mensen betreft. Zij praten openlijk, zelfs uitdagend, over hun droom hun omgeving te bekeren tot het christendom. Ten derde, hoewel zij bijna allemaal te maken hebben met godsdienstige vooroordelen, zijn zij zelf niet minder bevooroordeeld jegens andere godsdiensten en zelf jegens mede christenen.

Gecompliceerd beeld
Voor een verslaggever zou het eenvoudiger zijn als deze elementen elkaar niet zouden overlappen, zodat we een ongecompliceerd beeld van onschuldigen en hun onderdrukkers zouden kunnen schetsen. Helaas is dat niet het geval en het doet de strijd tegen godsdienstvervolging geen goed hiervoor de kop in het zand te steken. Allereerst staat het buiten kijf dat tribale gelovigen onder afschuwelijk geweld te lijden hebben. Een typisch voorbeeld hiervan zagen we in een kerk in het dorpje Kev, onder leiding van een jonge dominee, Sainath Rawte geheten. Het dorp wordt bevolkt door rijstboeren die nauwelijks kunnen rondkomen; het maandinkomen voor een gezin van vijf personen bedraagt ongeveer € 40. De kleine groep gelovigen verzamelt zich in een simpel hutje met rieten dak en stenen vloer. De dienst van afgelopen zondag trok ongeveer 35 mensen.

In juni 2014, toen de gelovigen zich hadden verzameld voor gebed en vasten, verscheen een bende van 50 hindoes die scheldwoorden begonnen te schreeuwen: “We zullen jullie afmaken en laat Jezus jullie maar uit de doden verrijzen!” en “Wij willen hier geen christelijk god!”
Hindoes drongen het kerkje binnen, stortten zich op Rawte en begonnen hem te slaan en te trappen. Zij haalden ook uit naar de vrouwen die zij dreigden uit te kleden en naakt door de straten van het dorp te jagen. Als gebruikelijk, leidden de klachten die de christenen later bij de politie indienden niet tot vervolging. Om de zaak nog erger te maken; de aanvallers waren buren van deze christenen, in sommige gevallen zelfs bekenden en familieleden. “Iedereen in deze kerk is uitgejouwd en twee van ons zijn in elkaar geslagen,” zei Rawte. “Ik weet zeker dat ik weer te pakken word genomen … als je hier woont, is dat te verwachten.”

Aanleiding voor geweld
Hoewel zulk geweld niet kan worden goed gepraat, is het niet zo dat er geen aanleiding is voor onrust bij de hindoes. De onrust wordt vaak gewekt door het gevoel dat de christenen op bekering uit zijn. Dit proselitisme is een gevoelige aantijging vanwege herinneringen aan misbruik die geassocieerd wordt met het westers kolonialisme. Verscheidene staten hebben anti-bekeringswetten aangenomen en de rechterlijke macht heeft hen in het gelijk gesteld.
De meeste christelijke groeperingen wijzen beschuldigingen van proselitisme van de hand en tonen groot respect voor andere geloofsrichtingen en voor vrijheid van geweten. De betreffende evangelisten en pinkstergelovigen hebben echter geen last van dit soort diplomatieke remmingen.

In het dorpje Gundal, ontmoetten we Mithun Shinde (24), een evangelische dominee die zijn kerk niet eens te voet kan bereiken, omdat de weg erheen twee weken geleden door woedende hindoes met prikkeldraad en houten barricades werd afgezet. Maar toch, als ik Shinde vraag hoe hij zich de toekomst over tien jaar voorstelt, antwoordt hij zonder aarzelen: “Dan zal ik dit hele dorp hebben gedoopt.”
Met inbegrip van de hindoestaanse kwelgeesten die hem nu het leven zuur maken?
“Geen twijfel aan”, antwoordt hij met een glimlach.
Zo houden deze uitdagende christenen zich evenmin in bij hun houding tegenover andere godsdienstige groeperingen.
Ravindra Jadhav bijvoorbeeld, leider van een honderdtal pinkstergelovigen van de Kerk van de Heilige Geest in een dorp met de naam Vikram Garh, heeft het duidelijk niet begrepen op katholieken.
“Zij zijn afgodenaanbidders,” zegt hij. “Er is werkelijk geen verschil tussen katholieken en hindoes. Ze aanbidden allemaal afgoden, drinken en maken ruzie.”
Als het om hindoes gaat, kunnen de reacties nog uitgesprokener worden.
Ik vroeg aan de mensen van de Shinde’s gemeenschap wat zij zouden doen als zij de meerderheid zouden vormen. Zouden zij de hindoes toestaan een tempel te bouwen in een dorp waar zij het voor het zeggen zouden hebben?
“Laat ze ergens anders bouwen”, zei een man botweg. “We zouden ze hier niet willen hebben.”

Schending van mensenrechten
Dit alles rechtvaardigt natuurlijk geenszins de vervolging waaronder de christenen gebukt gaan, een vervolging die op verschillende manieren in felheid is toegenomen sinds de verkiezing vorig jaar van een door hindoes gesteunde regering. Het gaat hier om grove schending van mensenrechten waar de Indiase centrale regering en de internationale gemeenschap zich met voorrang over dient te buigen. Er blijkt echter wel uit dat godsdienstvervolging een buitengewoon complexe kwestie kan zijn. Deel van het beeld is dat mensen slachtoffer van afschuwelijke wantoestanden kunnen zijn, maar zich onder andere omstandigheden heel goed als onverdraagzaam kunnen ontpoppen. Dit inzicht compliceert het beeld wellicht, maar het levert misschien ook de sleutel tot bevordering van tolerantie op lange termijn. Uiteindelijk bevestigt het dat religieuze vooroordelen niet alleen zijn terug te voeren tot ons waardesysteem; maar ook schuilt in ons persoonlijk tekortschieten.

Christendom zonder pracht en praal
Voor de westerling is het christendom lang vereenzelvigd met macht en rijkdom. Als je wilt zien hoe het geloof wordt beleefd wanneer deze aspecten volstrekt afwezig zijn, is er wellicht geen betere plaats dan India. Op donderdag spraken een collega en ik met zeven tribale christenen uit dorpen in het Nashik district, een kleine 200 km buiten Mumbai. Ze behoren allen tot evangelische bewegingen en pinkstergemeenten en zij hebben allen geweld en bedreiging meegemaakt.

We spraken in een van de armste buurten uit de omgeving van Mumbai, in een kleine kerk van de Gemeente van God waarop de sporen van godsdiensthaat zijn te zien. Het kerkje werd in 2000 bestormd door hindoeradicalen van een naburige tempel die de bovenverdieping van de kerk vernielden. Niemand is aangeklaagd voor deze geweldpleging. Abhimanyu Tulsiram Pawar en zijn vrouw Mangala uit het dorpje Salher zijn karakteristiek voor de groep. Mangala, nu 32, bekeerde zich tot het christendom op 17-jarige leeftijd. Naar haar zeggen, beschuldigden haar buren haar eerst van het volgen van een “vreemde godsdienst” en lieten ze haar vervolgens links liggen. Vier jaar geleden liep ze na een gebedsbijeenkomst naar een winkel in een ander dorp. Daar werd ze door twee hindoeradicalen vastgepakt. Zij sloegen haar in het gezicht, de borst en de buik en schreeuwden dat ze nooit meer terug moest komen. Een plaatselijk ziekenhuis, waar ze haar verwondingen wilde laten behandelen, wees haar, naar haar zeggen, de deur. Ze liet me een zorgvuldig bewaard, handgeschreven papier zien dat een beschrijving van haar verwondingen bevatte – een papier dat ze overigens zelf niet kon lezen.
Abhimanyu, haar man, noemt zichzelf een “rondreizende prediker”. Op 14 juni werd hij, naar zijn zeggen, door een hindoe-activist op een motorfiets overvallen. De overvaller sloeg en trapte hem terwijl hij schreeuwde dat hij vermoord zou worden als hij niet zou maken dat hij wegkwam. Kakadu Boshin Borde woont in een ander dorp, Jad geheten, met zijn tweede vrouw Shantibai. Hij is dagloner en vertelt dat hij negen jaar geleden samen met zijn eerste vrouw werd aangevallen door een kleine groep radicalen gewapend met stokken.

Chilya Sadu Nikam, 44, en zijn vrouw Gitabai, 40, komen uit hetzelfde dorp als de Pawars. Ook zij zijn als volwassenen bekeerd tot het christendom. Nikam vertelt dat zijn zuster niet lang geleden ook christen wilde worden, maar dat haar buren niets wilden weten van die keus en haar tot een “herbekeringsceremonie in hindoeïsme” dwongen. Ook hijzelf werd door drie razende buurtbewoners aangevallen die hem tot bloedens toe verwondden. Toen Nikam zich tot de politie wendde, werd hij, naar zijn zeggen, in de gevangenis gegooid en daar zes dagen vastgehouden. Hij werd aangeklaagd voor verstoring van de openbare orde. Dit leidde tot een rechtszaak die zes jaar duurde en zijn schamele spaargeld in rook deed opgaan, maar die nooit tot een veroordeling leidde. Hartverscheurend liet hij me de gerechtspapieren zien, denkend dat zij een verslag boden van wat was voorgevallen. Ze bleken een instructie over een eigendomstwist te bevatten die niets met Nikam te maken had, maar die hem per ongeluk of met opzet overhandigd waren door een gerechtsambtenaar toen hij naar zijn papieren vroeg.

Rama Soma Pawar, 58, is afkomstig uit Pathave Digar, een dorp in Satana Taluka in het Nashik district. Hij ziet er twintig jaar ouder uit dan hij is. Hij heeft een glazen oog en loopt mank als gevolg van jarenlang steenhouwen langs plattelandswegen. Naar zijn zeggen, werd hij christen in de jaren zeventig, maar kon hij de daaropvolgende dertig jaar geen gebedsdienst volgen in zijn eigen dorp omdat zijn buren dit niet toelieten. “Zij zeiden dat dit kwam door het lawaai dat we tijdens de dienst maakten, het zingen”, vertelt hij, maar maakt duidelijk dat het eigenlijk een voorwendsel voor intolerantie was. Gevraagd of hij gekwetst was dat zijn vrienden en buren hem zo lang verhinderden voor zijn geloof uit te komen, glimlachte Pawar en zei: “Het ging tenslotte niet alleen om mij… ellende zoekt gezelschap.”
Ofschoon deze tribale mensen aangaven dat de zaken wat gekalmeerd zijn sinds het aantreden van een speciaal ingestelde regeringscommissie voor minderheden, komen de gesignaleerde incidenten in India ongelooflijk veel voor, zowel wat betreft hevigheid van geweld als straffeloosheid voor de daders.

Christendom zonder pracht en praal
Als je, anders gezegd, christendom zonder pracht en praal wil zien, moet je hier komen. Voor de goede orde: deze Indiase tribale christenen zijn veel meer representatief voor de 2,3 miljard christenen van vandaag op onze aarde -tweederde van hen leeft in ontwikkelingslanden, vaak in armoede - dan de westerlingen die doorgaans het publieke beeld van het geloof bepalen. De volgende keer dat u geneigd bent te denken dat christenen te veel geld en aanzien hebben om slachtoffer van vervolging te worden, bedenk dan dat de doorsnee christen van vandaag niet paus Franciscus is, maar Rama Pawar en zijn vrienden.