fbpx

Venezuela een jaar na de verkiezingen

dinsdag, 14 juli 2015
Nieuws
Een interview met aartsbisschop Diego Rafael Padrë³n Së¡nchez van Cumanë¡, voorzitter van de Venezolaanse bisschopsconferentiedoor Maria Lozano van Kerk in Nood. U bent onlangs, samen met andere leden van...

Een interview met aartsbisschop Diego Rafael Padrë³n Së¡nchez van Cumanë¡, voorzitter van de Venezolaanse bisschopsconferentie
door Maria Lozano van Kerk in Nood.

U bent onlangs, samen met andere leden van de Venezolaanse bisschoppen conferentie, in Rome geweest en daar ontvangen door de Heilige Vader. Wat heeft u hem gezegd?
De audiëntie die paus Franciscus ons op 26 september heeft verleend, was voor ons een gelegenheid het respect en de loyaliteit van het Venezolaanse episcopaat tegenover de persoon en het leergezag van de Heilige Vader opnieuw te bevestigen. We spraken met hem over het belang van de plannen voor de Plenaire Raad van Venezuela, over de eenheid in onze Kerk en onze zorg over de situatie in het land.

De Heilige Vader vroeg de Kerk in Venezuela een Kerk te zijn die voor ieder open staat en die de vrede en verzoening in het land bevordert. Bevat dit iets nieuws?
Jazeker. De paus drong er bij ons krachtig op aan dicht bij het volk te staan en als Kerk een bemiddelende rol te spelen bij het bevorderen van de dialoog tussen de verschillende geledingen van de samenleving en in het bijzonder tussen de twee partijen, aangeduid als "officialisten’ en "oppositie".

Voor een dialoog zijn twee partijen nodig. De Kerk is bereid tot dialoog, maar het is niet altijd gemakkelijk geweest hiertoe te komen en als er iets tot stand is gekomen, is het meestal bij mooie woorden gebleven. Zou u willen zeggen dat er op het ogenblik een verbetering in de situatie is gekomen?
Ik zou zeggen dat we aan het proces begonnen zijn. Dat wil zeggen, van beide kanten zijn stappen gezet om tot een of meerdere bijeenkomsten te komen; een deur is geopend die een paar maanden geleden nog gesloten was. Wat dat betreft, zou ik durven zeggen dat de betrekkingen tussen de Kerk en de regering zijn verbeterd. De regering erkent de Kerk als een partij in het debat en sinds onze laatste bijeenkomst, ook als een bemiddelaar tussen de partijen die u eerder noemde.

En hoe staat het met de oppositie? Vaak en in veel landen wordt op de Kerk, in haar bemiddelende en verzoenende rol, kritiek uitgeoefend door leden van beide kanten die graag zouden zien dat zij de Kant van de ene of de andere kant zou kiezen…
We hebben ook enkele keren overleg gevoerd met leiders van de oppositie. Aangezien wij handelen op grond van ons eigen oordeel, namens de mensen in het algemeen en niet van deze of gene partij, denk ik niet dat wij er op worden aangesproken dat wij het gesprek met beide kanten aangaan. Dat zou wel het geval zijn als wij met niemand in gesprek zouden gaan, of slechts met één partij.

In oktober is het een jaar geleden dat Hugo Chavez opnieuw tot president werd gekozen. Het is een bewogen jaar voor het land geworden. De president stierf na een lang ziekbed en werd, niet zonder protesten van de oppositie, door Maduro opgevolgd. Hoe zou u het afgelopen jaar willen kwalificeren? Is er iets veranderd?
Zonder twijfel hebben er veranderingen plaats gevonden, te beginnen met het feit dat Maduro geen Chavez is. En ten tweede omdat, ook al laat president Maduro niet af zich ‘de zoon van Chë¡vez’ te noemen en in zijn voetstappen te treden, zijn regering een nieuwe realiteit is. Voor hem is alles nieuw en hij is nieuw in alles. Tot nu toe is de balans duidelijk negatief. De plannen van president Maduro worden bepaald door noodsituaties, misschien gebaseerd op het Venezolaanse gezegde: Como vaya viniendo, vamos viendo (we zien wel, als de tijd komt). Anders gezegd, ik denk dat zijn plannen steeds geïmproviseerde reacties zijn op nieuwe situaties.

We horen alarmerend nieuws over gebrek aan producten van allerlei aard, waaronder eerste levensbehoeften als voedsel en medicijnen… Het leek haast een grap dat er geen altaar wijn was, omdat er niet geneog flessen waren om deze in te bewaren. Maar het schijnt op veel plaatsen in Venezuela vaak voor te komen dat voedsel wordt gerantsoeneerd, omdat er gebrek aan is. Maduro tekende onlangs een overeenkomst met Columbia voor de invoer van voedsel ter waarde van 600 miljoen dollar. Is de situatie zo nijpend als wordt afgeschilderd?
Inderdaad. De situatie is nijpend omdat wij van een exporterend land een land zijn geworden dat alles moet importeren. We zijn van een land waar alles voor handen was, een land geworden waar de meest essentiële producten ontbreken. Maar ik kan niet uitweiden over tekorten, want dat is verboden.

Venezuela gold als een rijk land. Is het dat nog steeds?
Terecht zei u "gold" als een rijk land. Het is nog steeds rijk in zijn menselijk arsenaal, in zijn bodemschatten en in zijn natuurlijke hulpbronnen. Maar het is arm in productiemiddelen en methoden. Op het ogenblik produceert Venezuela vrijwel niets. Ik herhaal dat alles in het buitenland wordt ingekocht, vaak tegen exorbitante prijzen. Tegelijkertijd is onze nationale munt sterk gedevalueerd. Daarom, zelfs al is er meer geld in opmloop, zijn de mensen in feite armer. De mensen beseffen dat geld alleen geen oplossing biedt.

Nog verontrustender is het nieuws over het geweld in het land. De Kerk is hier zelf slachtoffer van geworden. Het gebouw van de bisschopsconferentie in Cartacas is in nauwelijks twee weken tijd negen keer aangevallen. Dit is een sprekend voorbeeld van een land waar per jaar 19.000 mensen slachtoffer worden van geweld. Is dit in woorden te vatten"? Kan er iets worden gedaan om deze golf van geweld te keren?
Niet alleen de Katholieke Kerk maar ook andere kerken zijn slachtoffer van geweld geworden. Maar hoe erg dit ook is, veel erger is dat het geweld vrijwel geen gezin ongemoeid laat. Op dit gebied zijn we inderdaad allen gelijk. Het geweld maakt geen onderscheid tussen "officialistas" en oppositie, en ook niet tussen kapitalisten en socialisten. Toch ben ik ervan overtuigd dat dat deze sociale situatie kan en ook zal veranderen. De maatregelen die de regering heeft genomen, schieten te kort. Het is niet voldoende de effecten of de sympomen te bestrijden, maar we moeten de oorzaken aanpakken.

Ondanks deze ongelukkige toestanden hebben de Wereld Jongeren Dagen in Brazilië veel jonge Venezolanen getrokken. Zij hebben opvallend veel kleur aan de viering ervan gegeven. In november zullen we in Maracaibo getuige zijn van het Latijns Amerikaanse Missionaire Congres. Er is dus beweging en leven in de Kerk van Venezuela. Wat hoopt u dat de vrucht zal zijn van de viering van het Missionaire Congres in Maracaibo?
Ja, inderdaad, niet alles is zwart. Er is veel pijn en verdriet in de huidige moeilijke situatie, maar de jongeren leggen zich hier niet zomaar bij neer. Vooral de jongeren in de Kerk hebben de moed opgebracht om de uitdaging waarmee zij geconfronteerd worden, aan te gaan. Ondanks drukkende economische omstandigheden, hebben 6.000 jonge Venezolanden deelgenomen aan de Wereld Jongeren Dagen. Zo’n groot aantal is een teken van hoop. Wat de jonge mensen van de Kerk vooral uitdragen, is moed en hoop. De Katholieken zijn trots op hun jongeren. Hetzelfde zal gebeuren bij gelegenheid van het Amerikaanse Missionaire Congres . Met Gods hulp zal het een buitengewoon evenement in het Jaar van het Geloof worden dat ons allen zal motiveren te getuigen van de samenhang van leven, solidariteit en missie. Dit zal mede de boodschap zijn van dit congres voor de Kerk en het land.