Woensdag 27 december 2017
Nieuws bericht

De Filipijnse stad Marawi werd dit jaar opgeschrikt door een aanval en een beleg van meer dan honderd dagen door de Islamistische Maute-groep. Voor nabestaanden van de vele vermisten is de strijd nog niet over.

Als de 24-jarige Luisa Mae Powao toegang zou krijgen tot het voormalige slachtveld in het door conflicten getroffen Marawi in het zuiden van de Filipijnen, zou ze elke puinhoop doorzoeken om haar man Rodel terug te vinden. Op 23 mei, de dag voordat de gevechten tussen de overheidstroepen en de door IS geïnspireerde opstandelingen oplaaiden, verliet Rodel zijn gezin in Iligan om zijn neven te helpen bij wegwerkzaamheden in de stad op één uur afstand van zijn huis.

“Hij vertelde mij dat hij na het weekend terug zou zijn. Hij wilde slechts wat extra geld verdienen om ons mee te kunnen nemen naar de bioscoop en eens lekker uit eten te gaan samen met de kinderen”, vertelt ze. Luisa Mae hoorde over de aanval op de avond van 23 mei. Het nieuws dat Christenen werden opgepakt en vastgehouden door opstandelingen maakte haar bang. De volgende dag belde Rodel haar op en vertelde dat hij in veiligheid was. Hij zei dat zijn neven en hij zich schuilhielden in een huis vlakbij de vuurgevechten. Hij had geen verdere details en vroeg haar zijn nummer niet te bellen omdat hij zijn batterij wilde sparen vanwege een elektriciteitsstoring in de hele stad. Hij zei niet te weten hoelang hij ondergedoken moest blijven. Het was de laatste keer dat ze contact hadden.

Ruim een maand nadat de Filipijnse president Rodrigues Duterte verklaarde dat de crisis voorbij is, zijn er nog steeds geen duidelijke cijfers over de vermisten. Schattingen lopen uiteen tussen 500 en 3000 personen. Revi Sani is hoofd van het team dat met 38 mensen begraaft die worden gevonden in ingestorte gebouwen en optrekjes. “We kunnen niet met zekerheid zeggen of iemand bij IS hoort of burger is. We kunnen ze niet herkennen. De geur vertelt ons alleen hoever een lichaam vergaan is, niet zijn identiteit. Alleen een DNA-test zou een lijk kunnen identificeren.”

Chaos
Luisa Mae denkt niet dat haar man gegijzeld of gedood werd door de opstandelingen. Ook gelooft ze de geruchten niet dat hij zich mogelijk bij de aan IS gelieerde rebellen heeft aangesloten in ruil voor geld. Ze heeft alle mogelijke kanalen benaderd op zoek naar informatie over haar vermiste echtgenoot, maar niemand kon haar iets vertellen.

Van 23 mei tot aan het opschorten van de militaire gevechtsoperaties op 23 oktober redden soldaten en inwoners ongeveer 2000 burgers. Onder hen geen spoor van Rodel en zijn neven. Kolonel Romei Brawnel, ondercommandant van de gezamenlijke strijdkrachten in Ranao bevestigt dat het moeilijk is hun identiteit vast te stellen: “De meeste lichamen uit de gevechtszones zijn in verregaande staat van ontbinding. Sommige waren al helemaal uitgedroogd.” De legerofficier vertelt dat men denkt dat de meerderheid van de in de gevechtszone gevonden lichamen leden zijn van de terroristengroep.

De schattingen van de militairen over het aantal rebellen lopen uiteen; van een paar dozijn op 23 mei, de dag dat het conflict begon, tot bijna 2000 ten tijde van de luchtbombardementen. Volgens het leger zijn in totaal 1057 doden gevallen: 165 soldaten en politiemensen, 974 vermeende terroristen en 47 burgers. Omdat er zoveel mensen begraven zijn in massagraven zal het nog jaren duren voordat de aannames over het aantal gesneuvelden geverifieerd kan worden.

Men vreest dat veel gijzelaars en gevluchte inwoners niet kon ontsnappen toen de luchtmacht bommen liet vallen zitten op de vermeende terroristen. De vicevoorzitter van het Moro Nationaal Bevrijdingsfront, Puduma Sani, stelt dat het hoge aantal doden en de verwarring over vermiste personen voorkomen had kunnen worden als de overheid niet zo snel de noodtoestand had uitgeroepen en luchtaanvallen had ingezet. “Ze hadden de juiste mensen kunnen vinden om te onderhandelen, de verwoesting van de stad te voorkomen om zo het leven van honderdduizenden mensen, Moslims zowel als Christenen, te sparen. Duterte riep een paar uur nadat de conflicten begonnen de noodtoestand uit op het eiland Mindanao, zodat militairen vermeende terroristen konden vastzetten. Volgens zijn woordvoerder blijft de noodtoestand van kracht om de verwoeste stad weer op de been te helpen. De president verdedigde de luchtaanvallen door te wijzen op rapporten van de geheime dienst die aantoonden dat de rebellen zich bewogen door tunnels die gebouwen en huizenblokken in de oorlogszone met elkaar verbonden.

Volgens Joseph Ajera, professor aan de universiteit van Mindanao, had de overheid echter geduld moeten bewaren om burgers in staat te stellen het door de rebellen gecontroleerde gebied te verlaten: “Hoe konden arbeiders die de stad niet kenden, ontsnappen en zichzelf in veiligheid brengen toen de conflicten zo hoog oplaaiden?” De vastgehouden vicaris-generaal van Marawi, priester Teresito “Chito” Soganub, vertelde journalisten dat de rebellen gijzelaars hadden aangesteld om te koken, de omgeving van hun schuilplaats te bewaken en dat men hen zelfs oude bommen liet ontmantelen. Deze werden omgebouwd tot geïmproviseerde mijnen en gebruikt rond moskeeën en andere gebouwen. Hij zei ook dat de opstandelingen schuttersputjes en loopgraven aanlegden om makkelijk van het ene gebouw naar het andere te komen. 

Wachten duurt lang
De medische afdeling van de nationale politie doet forensisch onderzoek op de lijken voordat ze begraven worden op een begraafplaats vlakbij de voormalige gevechtszone. Volgens Danilo Capin, eigenaar van een uitvaartcentrum waarmee de militairen samenwerken, zijn van de 238 gevonden lichamen er maar 10 geïdentificeerd en opgeëist. “Er worden gratis DNA-testen verstrekt aan families die een stoffelijk overschot willen opeisen, maar men moet een jaar wachten op de uitslag.”

Het internationale comité van het Rode Kruis heeft in augustus een website gemaakt om te helpen bij het opsporen van de vermisten. Lany dela Cruz, hun verbindingsofficier, zei dat ten minste 80 gezinnen hulp hebben gevraagd. “Van hen hebben we 10 gezinnen kunnen helpen bij het terugvinden van hun geliefden. Helaas waren de meesten al dood.” De speciale eenheid Bangon Marawi heeft 10 aanvragen om hulp ontvangen van families met vermisten. “ Zij willen niet bekend raken en hun naam officieel bij ons laten registreren. Zij zijn bang gezien te worden als familie van een terrorist,” zei hij. Luisa Mea heeft het centrum niet bezocht en ook geen DNA test aangevraagd. “Dat is het laatste wat ik zal doen, maar nu nog niet. Ik voel dat hij nog in leven is.”

Doneer