Persoonlijk verhaal

Als zuster Salette Mary uitkijkt over het meer, vanaf een boerderij met 25 ha grond, uitgehakt uit de jungle ongeveer 18 mijl ten zuiden van Yangon, ziet ze meer dan een waterreservoir en een visvijver. Ze herinnert zich het sjouwen van de vele emmers afval en het vrijmaken van de grond, als tiener ongeveer 40 jaar geleden, teneinde een veelzijdige agrarische operatie op touw te zetten die nu 120 meisjes van St. Maryīs Home ondersteunt.

 

Vanaf die zomers die ze doorbracht met schoonmaken van de grond, als lid van een jongerengroep in Yangon, en daarna als overste van de Servite Sisters, (Dienaressen van Maria) in Kyauktan, is zuster Salette, nu 54 jaar oud, essentieel geweest in het ontwikkelen van de boerderij naar een model van duurzame landbouw en een project dat inkomen genereert voor het kindertehuis en de zusters.

St. Mary´s Home zorgt voor meisjes vanaf 5 jaar tot jong-volwassene. Meer dan 90 procent is weeskind, veelal door de burgeroorlogen in Myanmar; andere komen van arme families die niet voor hen kunnen zorgen. De kinderen gaan naar door de overheid geleide scholen, en als ze na hun 10e leerjaar hun diploma hebben, kunnen diegenen die door de universiteit zijn aangenomen thuis blijven wonen gedurende hun studententijd. Op dit moment zijn er drie meisjes die studeren aan de universiteit.

De meisjes die hun diploma niet halen krijgen een training in naaien, handwerken, verpleeghulp of andere beroepsrichtingen. Onlangs is er een kleuterschool gestart om te zorgen voor kinderen onder de 5 jaar en om oudere meisjes een stage te bieden voor hun opleiding. Enkele vroegere leerlingen doen nu in Yangon een verpleegopleiding; enkele werken in medische laboratoria, weer andere zijn vertrokken naar Singapore en Australië.

Elke ochtend lopen de zusters en de kinderen 1,5 km voor de mis van 6 uur en komen weer terug voor het ontbijt en het ochtendgebed. Boeddhistische en Hindoe-leerlingen zijn niet verplicht naar de H. Mis te gaan, maar iedereen woont wel het ochtendgebed bij. Sommige meisjes die boeddhistisch zijn opgevoed besluiten om katholiek te worden en zich te laten dopen, en sommige kiezen voor een opleiding tot religieuze.

Zuster Salette vertelt dat bezoekers het moeilijk vinden om te geloven dat waar nu dit mooie complex staat van witte stenen gebouwen, dat een thuis biedt aan zusters, kloosterlingen en kinderen, samen met de goed onderhouden tuinen, boomgaarden, het pluimvee, de visserij en andere landbouwactiviteiten plaatsvinden, slechts enkele decennia geleden nog een oerwoud was. "Ik kan ervan getuigen, want ik was toen 12 jaar oud en ik weet hoe het er hier toen uitzag!"

Ze prijst de visie en het harde werken van broeder Singa Rayar, een priester uit hun bisdom, die hielp bij het ontginnen van de grond, 18 ha bos dat een rijke Indiase boer aan de Servite Sisters had geschonken in de jaren 1960, toen hij het land verliet dat destijds nog Birma heette, omdat het militaire regime alle buitenlanders het land uit wilde hebben.

De Servite Sisters kwamen in 1924 vanuit India en vestigden een gemeenschap in Kyauktan, dat net als de rest van het land voor een groot deel Boeddhistisch en Hindoe was, met een kleine katholieke bevolking. De zusters werkten in de parochie en richtten een weeshuis op voor ongeveer 30 kinderen maar het was moeilijk om in hun onderhoud te voorzien.

Zuster Salette vertelt dat de zusters vaak maaltijden oversloegen omdat er niet genoeg rijst was. "De zusters zeiden altijd 'We leefden van de voorzienigheid van God. Elke dag stonden we op met het vertrouwen dat God die dag wel weer iets zou schenken'." Rayar, een jonge priester die in de vroege jaren 70 naar Kyauktan kwam, zag dat de ongeveer twaalf Servite Sisters geen idee hadden wat ze met het landgoed moesten doen.

"Toen de eerwaarde hier voor het eerst kwam hadden de Servite Sisters weinig middelen, ze worstelden in een wildernis", vertelt de zuster. "We kunnen niet altijd om donaties blijven vragen", had Father Singa Rayar gezegd, "we moeten onze eigen projecten opstarten." En zo is het begonnen.

Met hulp van boeren uit de omgeving en zijn parochianen, maakte Rayar een deel van de grond vrij en zette er een gebouw neer, dat is nu het huis voor de eerstejaarszusters. Tegen nieuwsgierige overheidsbeambten zei hij dat het een meditatiecentrum voor de zusters was.

"Boeddhisten zijn erg religieus, en vanaf het moment dat hij had gezegd dat het bedoeld was voor meditatie, lieten de overheidsfunctionarissen hem met rust",  vertelt zuster Salette. "Als de priester dit niet had gezegd zou de regering het land zeker van ons hebben afgenomen. In die periode werden, door de militaire regering, veel bezittingen van katholieke religieuze ordes in beslag genomen. Singa Rayar was een slimme man!"

Rayar was een vriend van Zuster Salette´s vader en hij nodigde haar katholieke jongerengroep in Yangon uit op het land te komen werken gedurende de vakanties. Haar ouders waren aanvankelijk niet zo blij dat ze zou gaan, omdat ze vonden dat dit niet paste voor een meisje, zo vertelt zuster Salette. Ondanks het zware werk genoten zij en de anderen ervan om het stadsleven te verruilen voor het plattelandsleven. Als de volwassenen bomen hadden omgekapt, verzamelden de jongeren de takken, of ze hielpen met het graven van de vijver of het sjouwen van stenen voor de bouw. Ze woonden in hutjes zonder elektriciteit. "We vonden het heerlijk", aldus de zuster, "We wachtten tot de zomer zou komen."

"Veel andere leden van de jongerengroep zijn ook religieus geworden", vertelt ze, "vooral door hun verlangen om mensen te helpen die arm zijn".

In de loop der tijd werd er meer land ontgonnen en gebouwen neergezet, niet alleen om een basis te leggen voor toekomstig inkomen, maar ook om wettelijk aanspraak te kunnen maken op het geheel zodat krakers of de regering het niet zouden kunnen afnemen. Rayar zorgde voor 7 extra hectare. Zuster Salette vertelt over de vele hindernissen, zoals het vervoeren van materiaal van Yangon over een rivier met een ferryboot – tot 1992 was er geen brug!

In de jaren 1990, toen het oorspronkelijke weeshuis in de dichtstbijzijnde parochie een bouwval was geworden, besloot Rayar een groter kindertehuis te bouwen bij de boerderij. Het weeshuis verhuisde naar de boerderij in 1996.

Zes gebouwen huisvesten nu kippen die worden gefokt voor de eieren zowel als het vlees. Dit levert voldoende inkomen om de meer dan 1000 zakken rijst te kopen voor de meer dan 200 meisjes, eerstejaars, en zusters die op de boerderij wonen. Een ander gedeelte is voor de varkens en de geiten. De irrigatievijver zit vol met vis. Een paar koeien worden gehouden om de meisjes melk te kunnen geven.

Ongeveer twaalf vrouwen in verschillende stadia van opleiding – aspiranten, kandidaten en novices – en daarbij 28 volledig opgeleide zusters hebben diverse verantwoordelijkheden in het klooster, de boerderij en het kindertehuis. Terwijl de boerderij 50 werkers in dienst heeft die het pluimvee verzorgen, de koeien en de varkens, en werken als elektricien en chauffeur, onderhouden de meisjes elke dag na school de groentetuin.

Zuster Salette en de andere zusters doen hun best zoveel mogelijk te recyclen en alle activiteiten op de boerderij op elkaar af te stemmen. Het is uitgegroeid tot een voorbeeld van duurzame landbouw en als zodanig gepresenteerd op de 'Asia-Oceania Meeting of Religious' in Myanmar in maart van dit jaar. Mest wordt samengevoegd met groenteresten uit de keuken, droge bladeren en ander tuinafval om daarna als compost te dienen voor de boomgaarden en tuinen met mango’s, kokosnoten, guavebomen, jackfruit en pomelos. Aspirant-zusters gebruiken blaadjes van oude schoolschriften om de guaves in te wikkelen als bescherming tegen insecten en de zon.

Gedurende zuster Salette´s opleiding en tijdens haar eerste jaren als zuster, bereidde Rayar haar voor op het nemen van meer verantwoordelijkheden. Hij leerde haar de financiële boekhouding te hanteren, nam haar mee naar plaatselijke officials, en hij ging er vanuit dat zij de leiding nam over het investeren en bouwen van voorzieningen voor de pluimvee afdeling.

"Hij begon vaak aan een project terwijl hij nog geen middelen had om het af te maken", vertelt Zuster Salette. "Ik was dan ongerust en zei: 'Eerwaarde, we hebben niet genoeg geld om dat gebouw af te maken.' En hij vroeg dan aan mij 'Geloof je niet in God? Hij zorgt voor ons. Maak je geen zorgen. De Heer zal ons helpen. Je zult het zien!' Daarna lukte het hem om dat gebouw af te maken en begon hij met de bouw van een nieuw."

Sinds Rayar´s dood voelt zuster Salette het gewicht van de verantwoordelijkheid om deze hele operatie goed te leiden. Toen Rayar nog leefde, had hij het overzicht over het werk op de boerderij, en hij vond donoren voor de bouw en om het kindertehuis te ondersteunen.

"Alle zusters zeggen tegen mij 'jij hebt samengewerkt met de Eerwaarde, jij weet alles beter dan wij, dus doe jij het maar.' Èn nu gedurende zes jaar doe ik het dus", vertelt de zuster.

Want nu, sinds een andere zuster overste is geworden van de gemeenschap op het landgoed, geeft zuster Salette leiding aan de boerderij en alle activiteiten van het St. Mary´s Home met hulp van andere zusters. Daarbij begon ze onlangs aan een tweede driejaars-termijn als provinciaal verantwoordelijke van de 166 zusters in 36 Servite gemeenschappen in Myanmar.

Ze wendt zich nog steeds tot hem voor hulp en goede raad. Een week na zijn dood kwam een zuster van het weeshuis naar Zuster Salette met een reeks problemen, eén daarvan was dat er onvoldoende schoolbenodigdheden waren voor de kinderen.

"Ik was ten einde raad en ik zei tegen hem 'Eerwaarde, de problemen beginnen nu al. Help ons alstublieft. Ik weet niet wat ik moet doen.' Een paar dagen later kwam er een man uit Yangon die vroeg of ze misschien schoolspullen kon gebruiken voor de kinderen."

"Sindsdien, van 2010 tot nu, verspil ik geen geld aan schrijfgerei of postzegels – er komt altijd een goede gever", zegt ze.

Sylvia Thomas, 29, dankt de Servite Sisters dat ze haar hebben geleerd zelfstandig te zijn en dat ze door het regelmatig werken in de tuin en op de boerderij een gevoel van verantwoordelijkheid heeft ontwikkeld. Ze groeide op in het St. Mary´s Home vanaf haar 6e jaar, nadat haar moeder was overleden. Haar jongste broer werd bij familie ondergebracht, maar haar vader wilde dat zijn drie dochters samen bleven en een opleiding zouden krijgen, dus hij stuurde hen naar St. Mary´s Home. Sylvia´s vader overleed toen ze 13 was en de zusters hebben haar geholpen om het verdriet te verwerken. "Ze gaven mij de basis om te groeien tot een verantwoordelijke volwassene", vertelt ze.

"In mijn kinderjaren heb ik veel geleerd van Vader Singa, de zusters en de kinderen", zegt ze. "Ik leerde me netjes gedragen, positief te denken, meedoen aan groepsactiviteiten, oude mensen te respecteren, een liefdadige houding, onderwijs, muziek en kunst en vooral hoe ik met God en Jezus kan communiceren."

Sylvia Thomas studeerde vier jaar bij de Servite Sisters tot een oom haar meenam naar Australie. Ze werkt nu als verpleeghulp bij een bejaardentehuis maar ze bezoekt de kinderen van St Mary´s Home telkens als ze terug is in Myanmar en vertelt hen over haar ervaringen. Ze vertelt dat ze St Mary´s Home nog steeds als thuis beschouwd. Ze heeft dierbare herinneringen hoe de zusters hun liedjes leerden, muziekinstrumenten bespelen en acteren in de Kerst-toneelstukjes. Zij herinnert zich Rayar als "een harde werker in alles. Hij was altijd aan het werk en bezorgd om St. Mary´s Home, om niets anders."

Sylvia Thomas twijfelt er niet aan dat Zuster Salette in staat is om Rayar´s erfenis voort te zetten. "Zij kan zoveel dingen", zegt ze en voegt er nog aan toe dat Zuster Salette onvermoeibaar is. Als ze iets gedaan wil krijgen denkt ze niet aan uitrusten. Ik ben echt trots op haar en alles wat ze doet."

Doneer