fbpx

Priester moet na minarettenverbod zijn kerktoren afbreken

dinsdag, 14 juli 2015
Nieuws
De Aramese Beweging voor Mensenrechten (ABM) heeft met afschuw kennis genomen van de bedreiging van een Syrisch orthodoxe priester.

De Aramese Beweging voor Mensenrechten (ABM) heeft met afschuw kennis genomen van de bedreiging van een Syrisch orthodoxe priester.

Op 4 december hebben drie mannen de priester Yusuf Akbulut in Diyarbakir (zuidoosten van Turkije) een ultimatum gegeven om de toren van zijn kerk af te breken. Als hij daaraan niet voldoet, zijn de gevolgen niet te overzien, aldus de dreiging van drie anonieme mannen. Als reden voor hun dreigement geven ze het verbod op het bouwen van nieuwe minaretten in Zwitserland. De priester was eerder ook aangeklaagd vanwege zijn opmerking tegen een journalist dat ook de Arameeërs slachtoffer waren van de genocide op Armeniërs in 1915. De rechter sprak hem echter vrij omdat hij volgens de rechtbank met zijn opmerking niet had willen aanzetten tot haat. De laatste tijd worden Aramese christenen in Tur Abdin vaker slachtoffer van geweld en intimidatie. Zo werd op 31 oktober de voorzitter van de Raad van Kerken, Anto Nuay, in Midyat in elkaar geslagen. Op 4 december was het de beurt aan de voorzitter van de plaatselijke Aramese cultuurvereniging, Yuhanun Aktas, die in het centrum van Midyat aangevallen en ernstig mishandeld werd. De Aramese gemeenschap heeft een geschiedenis van achtervolging, verdrukking en etnische zuivering achter de rug. Ooit was het een bloeiend volk bestaande uit verschillende koninkrijken. Nu is het door het vele geweld en de achtervolging uitgedund tot een kleine gemeenschap die in hun hartland Tur Abdin hun eeuwenoude cultuur proberen te bewaren. Belangrijk steunpunt is het klooster Mor Gabriël, de enige plaats in Turkije waar nog Aramees wordt onderwezen. Ook dit klooster uit de 4e eeuw wordt in zijn bestaan bedreigd door allerlei rechtszaken. Nadat de ABM het bericht van de bedreiging van de Syrisch orthodoxe priester in Diyarbakir aan leden van de Tweede Kamer had gestuurd, stelden de parlementariërs Omtzigt, Haverkamp en Ormel (allen CDA) vragen aan minister Verhagen over de zaak. Zo wilden zij weten of de minister bereid was de kwestie aan de orde te stellen bij het Comité van Ministers in de Raad van Europa, de mensenrechtenwaakhond bij uitstek. (KN/KNA)