fbpx

Priester beschuldigt politie van negeren brandstichting

donderdag, 01 oktober 2015
Persoonlijk verhaal

Een Indiase priester wiens kerk in brand stond meldt Kerk in Nood dat de politie geen onderzoek wil instellen naar mogelijke brandstichting. Pater Joy Ashok, rector van het grootseminarie St. Johannes, vertelde aan Kerk in Nood hoe hij vanuit zijn slaapkamerraam de aanval op de kerk van het seminarie zag gebeuren. Het seminarie in Kurnool ligt in Andhra Pradesh, in het zuiden van India en biedt onderwijs aan 100 seminaristen. Gelukkig raakten bij het incident geen studenten of onderwijzers gewond.

Doelbewust
Volgens pater Ashok is de brandstichting een doelbewuste poging om de christelijke gemeenschap te intimideren. Hij herinnert zich hoe hij een aantal mannen met fel gekleurde tulbanden zag wegrennen en ontdekte dat de indringers nationalistische vlaggen hadden achtergelaten. Toen hij de vlaggen naar het lokale politiebureau bracht als bewijs van brandstichting, weigerde de politie de zaak aanhangig te maken. Pater Askok: “Ze [de politie] verricht geen onderzoek en probeerden verschillende verklaringen [tegen ons] in te brengen. Ze zeiden: “Jullie bekeren mensen met geweld.”

Sinds zijn benoeming tot minister-president in mei 2014 wordt Narendra Modi, een hindoeïstische nationalist, ervan beschuldigd weinig tegen vervolging van religieuze minderheden op te treden. Mensenrechtenactivisten voeren aan dat extreme hindoes hun campagnes tegen christenen hebben opgevoerd. Ook volgens pater Ashok doet Modi weinig om de christelijke gemeenschappen te beschermen. De priester zei: “[Dhr. Modi] bakt zoete broodjes. Als minderheden worden vervolgd of er andere tragische gebeurtenissen zijn, spreekt hij mooie woorden als “India is een seculier land of India is een democratisch land. Iedereen moet in vrede leven.” Maar van binnen klopt een vergiftigd hart.” Pater Ashok verwijst vooral naar Modhi’s staat van dienst als premier van Gujarat. “Er zijn talloze akten van beschuldiging in behandeling in de verschillende politiebureaus.”

Pater Ashok heeft goede hoop dat zijn kerk herbouwd kan worden, maar niet dankzij de regering. “Die steunt ons niet. Ze willen ons niet helpen. Ze veroorzaken grote verslagenheid omdat ze willen dat dit gebeurt. Ze willen dat we instorten. Ze willen dat we geen vieringen meer houden. Ze willen niet dat we seminaristen opleiden, omdat ze weten dat hier de macht ligt. Ze weten dat de seminaristen priesters worden. Stel je voor. Als ze priester worden, worden ze ook missionaris en zullen ze veel meer zielen winnen.” Wel is hij dankbaar voor de steun die het seminarie van de lokale gemeenschap in Kurnool heeft mogen ontvangen: “We bidden in klaslokalen. En het geloof is dieper. Men kon ons zien lijden. Ze zagen ons huilen en de as op Aswoensdag. Om met hen te spreken: “Het bloed van de martelaren wordt het zaad van het geloof.” Weliswaar was het geen bloed, maar het geloof is wel sterker geworden onder de mensen. Ze worden sterk en zeggen: ‘Pater, wij staan aan uw kant. Denk maar niet dat we weggaan. Denk maar niet dat we vluchten.”

Steun Kerk in Nood
India is een belangrijk land voor Kerk in Nood, vooral vanwege de signalen die duiden op een verergerde intolerantie tegenover christenen en andere minderheden. Kerk in Nood steunt de opleiding van seminaristen, geeft misintenties aan arme en vervolgde priesters, helpt zusters, bouwt kerken en verzorgt christelijke opleidingen en catechese. Ondanks de vele projecten in het noorden van het land, helpt Kerk in Nood ook christenen die de vervolging ontvluchtten. In het aartsbisdom Cuttack-Bhubaneswar in Orissa bood Kerk in Nood noodhulp en pastorale hulp aan duizenden gelovigen die in 2007 en 2008 ontsnapten aan een reeks van aanvallen door hindoeïstische nationalisten.