fbpx

Pr. Hagos: “Ik kende de Eritrese vluchtelingen bij naam”

donderdag, 26 januari 2017
Persoonlijk verhaal
We horen over hen in het nieuws, over de boten die zinken in de Middellandse Zee. Zij komen uit een land waar geen oorlog is, maar dat toch beschouwd wordt als een van de ergste plekken om geboren te worden en te leven. Velen nemen grote risico's om het land te verlaten. De aantallen - anoniem en steeds groter – roepen al lang geen emotie meer bij ons op. Priester Hagos Hadgu, projectpartner van Kerk in Nood, kent echter velen van hen bij naam en gezicht.

Door Magdalena Wolnik, Kerk in Nood

We horen over hen in het nieuws, over de boten die zinken in de Middellandse Zee. Zij komen uit een land waar geen oorlog is, maar dat toch beschouwd wordt als een van de ergste plekken om geboren te worden en te leven. Velen nemen grote risico’s om het land te verlaten. De aantallen – anoniem en steeds groter – roepen al lang geen emotie meer bij ons op. Priester Hagos Hadgu, projectpartner van Kerk in Nood, kent echter velen van hen bij naam en gezicht.

In 2015 bereikten ca 5.000 Eritreeërs Europa. Het maakt hen, na de Syriërs, Irakezen en Afghanen die de dagelijkse realiteit van bloedige oorlogen kennen tot de grootse vluchtelingengroep. Voordat ze Europa, de Verenigde Staten of Canada bereiken, komen Eritreeërs eerst door Ethiopië. Hoewel 10 miljoen Ethiopiërs honger lijden, verwelkomt het land nog steeds vluchtelingen uit buurlanden Soedan, Somalië en Eritrea. In totaal verblijven er 800.000 vluchtelingen, waarvan ongeveer 120.000 Eritreeërs. Zij hebben hun toevlucht gezocht in vier kampen in de noordelijke regio Tigray. In de kampen in Ethiopië komen iedere dag 300 vluchtelingen aan, veelal jonge, geschoolde mannen die Eritrea verlaten vanwege het vooruitzicht op eindeloze militaire dienst.

Minderjarige vluchtelingen
Pr. Hadgu Hagos en pr. Ghiday Alema, katholieke priesters van de Ethiopische rite, bezoeken wekelijks de vluchtelingenkampen in Shimelba, Mai-Ani en Hitsatse. Ze treffen er steeds vaker minderjarigen en zelfs alleenreizende kinderen aan. Zo bieden de honderden eenvoudige stenen barakken en schamele tenten van Kamp Hitsatse, middenin een bergachtige woestijn, onderdak aan grote families bestaande uit verschillende generaties. Humanitaire organisaties leggen zich er vooral toe op het verstrekken van drinkwater en voedsel, scholing van kinderen en op steun voor mensen met een handicap zijn en vrouwen die misbruikt zijn.

Katholieke kapel
Voor de geestelijke begeleiding in het kamp – waar zo’n 25.000 mensen verblijven – zijn er Orthodoxe en Katholieke kapellen en een Islamitische gebedsruimte. De Katholieke gemeenschap is er met meer dan 5.000 goed georganiseerd met jongerengroepen en catechisten. De priesters Hagos en Ghiday, van het bisdom Adigrat van de Ethiopisch-Katholieke Kerk, dienen sacramenten toe en verzorgen samen met catechisten de voorbereiding op de doop, geven godsdienstonderwijs, bezoeken families, en doen balspelen met de kinderen. “Mensen die psychisch lijden onder de gevolgen van alleen gelaten zijn, hebben behoefte aan troost en verzoening. Je moet voor hen zorgen, met hen samenwerken en over God vertellen”, legt priester Hagos uit als hij de deur van een bescheiden kapelletje in kamp Hitsatse opent.

Hij wordt vergezeld door een oudere, uitgedroogde man met een veel te grote bril, die op de Amerikaanse ambassade in de Eritrese hoofdstad Asmara werkte, maar al meer dan drie jaar op een visum wacht. Toch blijft hij hoopvol. Hij vertrouwt erop dat hij binnenkort samen met zijn vrouw naar de Verenigde Staten kan vliegen. “We hebben alles achtergelaten, maar zijn hier gekomen met ons katholieke geloof. En dankzij de kapel kunnen we ook uitdrukking geven aan ons geloof. Er zijn hier in de omgeving geen katholieken, maar als mensen hier komen en de kapel zien, krijgen zij weer hoop. We komen samen in deze kerk, en zijn daarom ook dankbaar naar Kerk in Nood, waardoor deze kapel is gebouwd.”

Hulpeloos
Priester Hagos legt uit dat de vervolgingen en illegale grensoverschrijdingen mensen traumatiseren. “Eritrese christenen moeten wel een sterk geloof hebben. Ze moeten alles verkopen wat ze hebben om de soldaten bij de controleposten te betalen. Als zij in het kamp komen, hebben ze bijna niets meer om van te leven. Iedereen heeft een gevoel van hulpeloosheid, frustratie en depressiviteit. Dat wordt nog verergerd doordat ze gescheiden zijn van familie, niets te doen hebben en een onzekere toekomst tegemoet gaan.” De consequenties zijn vaak verslaving aan drugs en alcohol, maar ook zelfmoord. “Als ze er niet in slagen geld te verdienen voor smokkelaars om te vertrekken, heeft het leven in het kamp voor hen geen enkele betekenis. Ze beginnen zichzelf dan te haten. Ik zag een meisje dat zichzelf in het kamp in brand stak. Ze kon de spanning niet meer aan. Velen praten slechts zelden over wat ze hebben meegemaakt, onderweg en in het kamp.”

De meerderheid is niet van plan om in Ethiopië te blijven, gezien de droogte en de hongersnood en zonder vooruitzichten op werk en een normaal leven. De legale weg betekent wachten op een visum voor Europa, de Verenigde Staten of Canada. Per week krijgen vier families zo’n visum. Maar de wachtrij is zo’n 3 tot 7 jaar. Oudere mensen die de uitdagingen en ontberingen van de reis niet aankunnen, moeten wachten tot ze elders geplaatst worden. Ze worden daarbij vaak aan hun lot overgelaten. Jongere mensen zijn vaak ongeduldig en niet van plan om de beste jaren van hun leven te verknoeien. Zij kiezen daarom voor de riskante tocht door de woestijn en over de Middellandse Zee, via smokkelroutes door Soedan, Egypte en Libië naar het Italiaanse eiland Lampedusa.

“De jongeren ontroeren mij”, zegt priester Hagos. “Ze wachten vaak wel jaren, zonder zekerheid over hun toekomst. Ze dromen van een beter leven. We proberen hen ervan te overtuigen niet de illegale optie te kiezen. Als ze echter wanhopig zijn, besluiten ze toch te gaan en het risico te nemen. Soms verdwijnt iemand en dan horen we maanden later dat ze zijn verdronken in de Middellandse Zee. Op een bepaalde dag verloren we zo 16 jongeren, jongens met wie wij voetbalden, die misdienaar waren. Hun familieleden huilden en ik huilde met hen. Zo ook Tadese, een slimme, capabele en bevlogen student die andere jongeren aanmoedigde bij de Kerk betrokken te zijn. We hadden altijd veel lol samen. Hij verdronk vorig jaar in de Middellandse Zee. Ik zie zijn gezicht nog voor me…”

Totdat Kerk in Nood de bouw van de kapel financierde ten behoeve van de geestelijke en psychosociale behoeften van de katholieke vluchtelingen in kamp Hitsatse vierde de gemeenschap de Heilige Mis onder de bomen. De afgelopen twee jaar steunde Kerk In Nood projecten in Ethiopië met meer dan € 2,3 miljoen.