fbpx

Paus: ‘Kerk zonder martelaren is een Kerk zonder Jezus’

dinsdag, 31 januari 2017
Nieuws
Paus Franciscus heeft maandagmorgen opnieuw het lot van de martelaren aangeklaagd. “Vandaag zijn er meer martelaren dan in de eerste eeuwen, maar we horen niet over hen omdat de media hen niet nieuwswaardig achten”.

Dat zei de paus in zijn preek in de kapel van Casa Santa Marta. “Maar”, zei hij, “de martelaren en de vervolgden zijn de grootste kracht van de Kerk”. Zonder het herdenken van de martelaren “is er geen hoop”. “De martelaren zijn degenen die de Kerk voortdragen, zij zijn degenen die de Kerk ondersteunen, die haar hebben gesteund in het het verleden, maar die haar ook vandaag steunen.”

“En vandaag zijn er meer dan in de eerste eeuwen. De media spreken niet over hen omdat zijn niet nieuwswaardig zijn. Maar zoveel christenen in de wereld van vandaag zijn gezegend omdat zij vervolgd, beledigd en gevangen gezet worden.” De paus riep de aanwezigen tijdens de ochtendmis op aan hun broeders en zusters te denken die, meer dan ooit, het martelaarschap te lijden hebben. “Er zijn er zoveel die gevangen zitten alleen voor het dragen van een kruisje of het belijden van Jezus Christus!”

De grootste kracht van de Kerk zit in de “kleine Kerkjes” die vervolgd worden. “En ook wij, ook dat is waar en terecht, zijn tevreden als we een grote kerkelijke bijeenkomst zien, die succesvol is. Christen die dat laten zien … en dat is prachtig! Is het kracht? Ja, het is kracht. Maar de grootste kracht van de Kerk van vandaag ligt in de kleine Kerkjes, piepklein, met maar een paar mensen, met hun bisschoppen in de gevangenis. Dat is onze glorie vandaag, dat is onze glorie en onze kracht.”

“Een Kerk zonder martelaren, durf ik te zeggen, is een Kerk zonder Jezus.” Paus Franciscus besloot zijn preek met eraan te herinneren dat het bloed van de martelaren het zaad van de Kerk is. Hij riep de gelovigen op te bidden “voor onze martelaren, die zoveel te lijden hebben… voor die Kerken die niet vrij zijn om zichzelf uit te drukken: zij zijn onze hoop.”

Bron: Katholiek Nieuwsblad/Zenit