fbpx

Pakistan: woede na dood katholieke jongen in politiecel

dinsdag, 14 juli 2015
Nieuws
In Pakistan is met woede en verontwaardiging gereageerd op de dood van een katholieke jongeman die onder verdachte omstandigheden in een politiecel is overleden. Dat meldt de internationale katholieke hulporganisatie Kerk in Nood.

In Pakistan is met woede en verontwaardiging gereageerd op de dood van een katholieke jongeman die onder verdachte omstandigheden in een politiecel is overleden. Dat meldt de internationale katholieke hulporganisatie Kerk in Nood.

Bisschoppen uit heel Pakistan eisen van president Zardari dat hij de zaak tot de bodem laat uitzoeken.Het heeft er alle schijn van dat de negentienjarige Robert Fanish in zijn cel is vermoord. Toen dinsdag zijn lichaam door de politie werd vrijgegeven toonde het sporen van zware mishandeling.

De katholieke jongen was gearresteerd nadat hij was aangeklaagd wegens overtreding van de beruchte blasfemiewetten. Robert Fanish was er door de moeder van zijn islamitische vriendinnetje van beschuldigd een Koran te hebben verscheurd in een kennelijke poging de romance de kop in te drukken.Daarop riepen moslimgeestelijken op tot wraak. Een groep van zo"n honderd met stokken en stenen gewapende jongeren trok de overwegend christelijke plaats Jethki in het district Sialkot binnen waar zij de katholieke kerk in brand staken. Ook dreigden zij de katholieke inwoners met de dood. Volgens onbevestigde berichten zouden alle christenen Jethki zijn ontvlucht.

De familie van de jongen is woedend. De kneuzingen op diens lichaam spreken de verklaring van de politie tegen. Die beweert dat Robert Fanish zich in zijn cel zou hebben verhangen. Met spanning wordt uitgekeken naar het autopsierapport. De begrafenis in Sanbrial, afgelopen dinsdag, werd bijgewoond door meer dan drieduizend belangstellenden. Zij treurden om de dood van de katholieke jongens wiens driejarige verkering met een moslimklasgenote eindigde in een catastrofe.

De moeder van het meisje wordt nu ervan beschuldigd haar verhaal te hebben verzonnen om de aanstootgevend geachte relatie de kop in te drukken.Volgens bronnen van Kerk in Nood is de begrafenis uitgelopen op een protestbijeenkomst tegen de houding en handelwijze van de politie. Die moest traangas gebruiken om de woedende menigte uiteen te drijven.Tegelijkertijd demonstreerden in Lahore zo"n 600 christenen.

In een reactie heeft de voorzitter van de Pakistaanse bisschoppenconferentie samen met zijn protestantse evenknie officieel om een "eerlijk onderzoek" gevraagd. De verklaring is toegestuurd aan president Asif Zardari, premier Syed Gilani en de eerste minister van Punjab, Shahbaz Sharif. In een reactie tegenover Kerk in Nood zegt vicaris-generaal Andrew Nisari van het aartsbisdom Lahore dat "iedereen woedend is over wat er met Robert is gebeurd". De dag ervoor had Nisari nog gezegd dat hij blij was dat de jongen in politiebewaring was omdat hij meende daar "veilig" te zijn voor zijn vervolgers.

"Voor ons is het duidelijk dat de politie eigen rechter is gaan spelen en hem hebben vermoord", aldus mgr. Nisari. Hij wijst erop dat dit het vierde dodelijke incident is binnen drie maanden, telkens op grond van vermeende overtreding van de blasfemiewetten. Volgens mgr. Nisari ervaren christenen in Pakistan een toenemende druk. "Onze situatie wordt alsmaar slechter. De onrust golft door het land waar mensen iedere gelegenheid aangrijpen om christenen onder druk te zetten."

Ook de katholieke nationale commissie voor gerechtigheid en vrede heeft de regering opgeroepen om een openbaar onderzoek naar de dood van Robert Fanish in te stellen. De commissie heeft een landelijke petitiecampagne gestart om de omstreden blasfemiewetten ongedaan te maken. Die worden algemeen beschouwd als middel tot geweld en onderdrukking van minderheden.

Ook Kerk in Nood heeft onlangs opgeroepen tot afschaffing van de gehate wetten. Die oproep volgde vorige maand na de gewelddadige dood van negen christenen in Gorja, eveneens Punjab. Ook hun dood was het gevolg van vermeende schending van de blasfemiewetten.

Bron: Kerk in Nood