fbpx

Oekraïne: “Je overleeft hier niet lang zonder roeping”

vrijdag, 28 augustus 2015
Nieuws
“Priesters zonder roeping overleven niet lang in de Oekraïne”, vertelt de rooms-katholieke bisschop van Odessa-Simferol, Bronislaw Bernacki, in een interview met Kerk in Nood. “Je moet gek zijn op God om het hier vol te houden.”

Door Eva-Maria Kolmann

“Priesters zonder roeping overleven niet lang in de Oekraïne”, vertelt de rooms-katholieke bisschop van Odessa-Simferol, Bronislaw Bernacki, in een interview met Kerk in Nood. “Je moet gek zijn op God om het hier vol te houden. Alles is in zijn beginfase. Op veel plekken zijn er geen kerken en een priester moet de gelovigen vinden en pionierswerk verrichten. In één van de steden is de kerk tijdens het communistische tijdperk omgebouwd tot busstation. De kerk was compleet vervallen. De Poolse priester die aan de kerk is toegewezen, heeft geprobeerd geld in te zamelen terwijl hij in Polen was, maar heeft vrij weinig weten te bereiken. Hij zat voor me, huilend als een kind,” herinnert de bisschop zich.

Kelder met ratten
In een andere parochie zijn in 2002 een aantal vervallen kelderruimten teruggegeven aan de kerk. Bisschop Bernacki: “Ik was erbij toen ze werden geopend. Ze zaten vol met ratten.” De bisschop ontvangt een pensioen van 50 euro omdat hij als jonge man op een Kolchoz – een collectieve boerderij in de voormalige Sovjet-Unie – heeft gewerkt. “Dat is net genoeg voor de benzine die ik nodig heb om de uithoeken van mijn bisdom te bereiken. Maar ik heb nooit ook maar één cent gebruikt van een parochie voor benzine. In tegendeel, wanneer ik mijn priesters bezoek, probeer ik wat mee te nemen.”

Eigendomsrecht
Een groot probleem voor de Katholieke Kerk in de Oekraïne is dat veel gebouwen die eens eigendom waren van de Kerk nog terug moeten worden gegeven. Bisschop Bernacki: “Als de gebouwen in handen van de staat zijn, is er een kans dat ze teruggaan naar de rechtmatige eigenaar. Zijn ze in de tussentijd echter verkocht aan particulieren, dan moet de Kerk ze terugkopen van de nieuwe eigenaren. Zo was de kathedraal van Odesa in de Sovjettijd in gebruik als gymzaal. Het gebouw is aan de kerk teruggegeven in 1991, maar de omringende gebouwen niet, ondanks dat zij ook eigendom waren van de Kerk. De enkele kamer die de kerk wist te herstellen bood lang niet genoeg ruimte. Zelfs de priesters leven in tijdelijke verblijven. Een van hen woont in de kamer van een andere priester die momenteel medische hulp krijgt in Polen.” Hulpbisschop Jacek Pyl werkt doorgaans in de Krim, maar is nu niet meer in staat terug te keren. Hij woont in de kamer van een priester die momenteel in Rome Studeert. Bisschop Bernacki zelf woonde tot voor kort in een kerktoren, totdat Kerk in Nood hem hielp een appartement in een huis te kopen dat eens eigendom was van de kerk. De eigenaren van omringende gebouwen, die ooit ook eigendom van de Kerk waren, vragen echter belachelijk hoge prijzen of willen hun appartementen houden.

Ruimtegebrek
Het rooms-katholieke aartsbisdom van Kiev-Zhytomyr lijdt ook zwaar aan ruimtegebrek. De priester van de kathedraal in Kiev woont in een kerktoren, terwijl aartsbisschop Petro Herkulan Malchuk alleen via het appartement van zijn buren zijn eigen kleine flat kan bereiken. Er zijn te weinig kamers beschikbaar om aan de huidige behoefte van het aartsbisdom te kunnen voldoen.

Het geval van de rooms-katholieke parochiekerk St. Joseph in Dnepropetrovsk is vooral een opmerkelijk voorbeeld. De communisten namen de kerk in 1949 in beslag, gaven het een nieuwe voorgevel en verklaarden het tot “Monument van het Communisme”. Het interieur werd opgedeeld in twee verdiepingen, waarvan delen werden gebruikt als politiebureau. In 1998 werd het gebouw illegaal verkocht aan een bedrijf. Sindsdien is het vaak van eigendom veranderd. In juli 2007 werden katholieken die vredig aan het bidden waren voor de kerk bedreigd en mishandeld door beveiliging die was ingehuurd door een bedrijf. Zelfs oude vrouwen werden daarbij mishandeld. Steeds als de gelovigen bijeenkwamen om op de stoep voor de kerk te bidden, werden ze bedreigd met geweld. Pas in 2009, na een lange en moeilijke juridische strijd, is de kerk teruggegeven. De katholieken werkten hard en repareerden de kerk met hun eigen handen, zodat deze weer in gebruik kon worden genomen. Kerk in nood steunde de restauratie. De inwijding werd bijgewoond door bisschoppen, priesters en gelovigen uit heel Oekraïne. De viering werd begonnen met een optocht van de meest heilige sacrament door de omringende straten, die tot de dag van vandaag nog steeds de namen hebben “Lenin Straat”, “Marx Straat” en “Konsomolskaja Straat.”

Kerken hard nodig
Steeds meer mensen willen naar de kerk komen, maar twijfelen. In de Oekraïense Kerk beseft men wel waarom. Veel mensen blijven namelijk weg als diensten in privé-appartementen worden gehouden, omdat ze bang zijn dat het een sekte kan zijn. Het is daarom belangrijk weer eigen kerkgebouwen te hebben. Kerk in Nood helpt daarom op veel plaatsen bij het bouwen en renoveren van kerken en catechesecentra. De kerkvertegenwoordigers hebben toegezegd dat ze regelmatig bidden voor alle weldoeners en ze houden heilige mis voor hun. “Zonder hun hulp zouden we niet in staat zijn om hetgeen te bereiken wat we tot nu toe hebben bereikt,” vertelt de Grieks-katholieke curiebisschop Bohdan Dzyurakh. De parochie Ihor Tabaka in Lubotyn, dichtbij Kharkiv, ontving dit jaar € 25,000 steun voor een nieuwe parochiekerk. De families in de parochie bidden er elke week om de beurt de rozenkrans voor alle weldoeners. Alleen al afgelopen jaar, heeft Kerk in Nood € 5,1 miljoen euro bijgedragen aan steun voor de Oekraïne.