fbpx

Oegandees seminarie barst uit zijn voegen

zaterdag, 28 november 2015
Nieuws
Het seminarie voor late roepingen in de Oegandese hoofdstad Kampala kan het aantal kandidaten nauwelijks meer aan, bericht Kerk in Nood.

Het seminarie voor late roepingen in de Oegandese hoofdstad Kampala kan het aantal kandidaten nauwelijks meer aan, bericht Kerk in Nood.

Kantoor als slaapplaatsen

In een brief aan de internationale katholieke hulporganisatie schrijft rector Joseph Sserunjogi dat zelfs de kantoorruimten al tot slaapplaatsen zijn omgebouwd. Ook een nabijgelegen klooster is in gebruik voor het onderbrengen van seminaristen. Om een idee te krijgen: op een oppervlakte van vijftien vierkante meter moeten vijftien priesterstudenten slapen. Dat zijn onhoudbare toestanden, aldus de pater. In sommige ruimtes is nauwelijks frisse lucht en wordt de kans op ziektes vergroot. Maar hij kan het niet over zijn hart verkrijgen roepingen af te wijzen op grond van plaatsgebrek.

Strenge selectie

Alleen al voor het nieuwe studiejaar hebben zich 48 kandidaten aangemeld. Daarvan heeft het seminarie er slechts 28 aan kunnen nemen omdat er gewoon geen plek meer is. "Heel jammer", aldus pater Sserunjogi. "Overal zijn priesters nodig en dan kun je iemand die zich geroepen voelt niet aannemen omdat je geen plek hebt." Het seminarie probeert alles om zo weinig mogelijk gegadigden af te wijzen. Er zal gebouwd moeten worden omdat men het zich eenvousdigweg niet kan veroorloven roepingen te verliezen.

Bisschop

Het seminarie voor late roepingen is in 1976 geopend. Er was een gebouw beshcikbaar en de bisschop van Kampala erkende dat ook mannen die al een baan hadden zich tot het priesterschap geroepen konden voelen. Het begon met een handjevol seminaristen. Van de eerste zeventien kandidaten zijn er negen priester gewijd. Van hen zijn er twee zelfs bisschop geworden. Sinds de oprichting van het seminarie zijn er 180 priesters afgeleverd. Op dit moment bereiden zich 155 mannen op het priesterschap voor en dat worden er steeds meer. Zoals gezegd hebben zij eerst een ander vak geleerd. Velen zijn leerkracht geweest, sommigen kantoormedewerker, agent of dierenarts.

Vreugde van het priesterschap

De oudste kandidaat, die inmiddels priester is, was 56 jaar. De meesten zijn tussen de 24 en 31 jaar oud en zijn afkomstig uit vijftien bisdommen uit Oeganda en de buurlanden Kenia, Tanzania, Rwanda en Sudan. Het voordeel van de late roepingen is volgens de rector dat deze vaak rijper zijn en de beslissing zelfstandig en bewust genomen is. Aan de andere kant hebben zij vaker een langere tijd nodig dan jonge seminaristen om aan het seminarieleven te wennen. Het belangrijkste is in ieder geval hen de vreugde van het priesterschap bij te brengen en hen goed op de praktijk voor te bereiden.

Extreme armoede

Veel mensen in Oeganda leven in extreme armoede en hebben niet eens geld voor schoeisel of een klok. Hun verlangen naar God is zo groot dat zij urenlange wandelingen om naar de kerk te kunnen voor lief nemen. Wanneer een priester door de slechte wegen uren te laat in een dorp aankomt wachten de mensen geduldig tot hij is gearriveerd. Zij verwachten dan ook veel, zo niet alles van hem. Het trekt dan ook een zware wissel op priesters om de enige hoop te zijn voor deze mensen. En hij moet juist de mensen ervan zien te overtuigen dat het om Christus gaat.

Hekserij

De seminaristen leren onder meer om te gaan met bijgeloof en hekserij zoals dat in sommige streken nog heerst. Het is niet zinvol dat te verbieden, maar wel om de juiste weg te wijzen. "Wij moeten de mensen laten zien dat de christelijke God de ware God is die alles is wat zij nodig hebben", aldus de rector. Daarnaast is de sociale inzet van groot belang. "Iemand die honger heeft zal niet naar je luisteren." Het aantal roepingen in Oeganda groeit van jaar tot jaar. Volgens de laatste cijfers is een op de vijf seminaristen Afrikaan. Tegelijkertijd groeit ook het aantal katholieke gelovigen, zodat er in sommige gebieden een priestertekort blijft. Kerk in Nood zet zich bijzonder in voor de vorming van priesters in Afrika. Het helpt ook bij de bouw en uitbreiding van seminaries.