fbpx

“Niemand hoeft meer in een tent te leven.”

woensdag, 02 december 2015
Persoonlijk verhaal
“De humanitaire toestand van de Christelijke vluchtelingen in Irak is verbeterd, maar blijft ernstig.”

Meer dan een jaar na de vlucht en verdrijving door de terreurmilities van Islamitische Staat (IS) koesteren de Christenen van Irak niet langer de hoop dat zij spoedig kunnen terugkeren naar hun geboortegrond. Dat verklaart de Chaldeeuws –Katholieke Aartsbisschop van Erbil, mgr. Baschar Matti Warda. “De mensen leven niet langer met de illusie dat de bezette regio’s snel worden bevrijd. Daarom proberen wij als Kerk om het voor hen mogelijk te maken om in Irak te blijven. Als zij zien hoe de Kerk zich inspant voor hun zaak, bedenken de mensen zich wel twee maal voor zij vertrekken.”

Exodus uit Irak
In de zomer van 2015 vluchtten meer dan 125.000 Christenen uit Mosoel en de Nineveh-vlakte na een bliksemsnelle opmars van ‘Islamitische Staat’ naar de autonome Koerdische regio’s van Irak. De meerderheid van hen leeft daar een bestaan als vluchteling. Maar volgens de Aartsbisschop is er sprake van een omvangrijke exodus van Christenen uit Irak. “Afgelopen jaar hebben wij 13.500 Christelijke gevluchte families geregistreerd. Nu zijn er nog maar zo’n 10.000 over. Dit betekent dat meer dan 3.000 families Irak hebben verlaten.”

Het nieuws over de vluchtelingenstroom uit het Midden-Oosten doet al geruime tijd de ronde onder Iraakse Christenen. “De ontwikkelingen in Europa hebben een sterke weerslag op ons. Natuurlijk pikken mensen dit op. Zij denken dat de poort naar Europa wagenwijd openstaat.” De Aartsbisschop ziet nog geen versnelling van de emigratie uit Irak door de gebeurtenissen uit Europa. “Maar het maakt onze taak om de mensen te overtuigen te blijven er natuurlijk niet makkelijker.”

Humanitaire en pastorale nood
Het belangrijkste is volgens de Aartsbisschop om humanitaire en pastorale hulp te bieden. “Dankzij onze partners is de humanitaire situatie inmiddels verbeterd. Niemand hoeft meer in een tent te leven, zoals vorig jaar. De meerderheid leeft in caravans en in woningen die wij huren. Bovendien konden wij met de hulp van Kerk in Nood acht scholen in gebruik nemen, zodat er vandaag de dag praktisch geen kinderen meer zijn die geen onderwijs genieten. Dat was vorig jaar natuurlijk anders. Tenslotte hebben wij ondertussen een goed draaiende levensmiddelenvoorziening. Elke familie krijgt elke maand een pakket van ons.” De bisschop weet zeker dat meer Christenen het land zouden verlaten als deze ondersteuning uit het buitenland opdroogt.

Hij benadrukt dat naast de humanitaire hulp de pastorale begeleiding van doorslaggevend belang is. “Onlangs hielden we een Festival voor het Geloof. Twaalfhonderd mensen deden eraan mee. Ik was diep ontroerd door de getuigenissen van de mensen. Veel jonge mensen spraken over de duistere tijden waar zij gedwongen doorheen moesten. Per slot van rekening verloren ze bij de vlucht niet alleen hun huizen, maar ook hun hoop, blijdschap, vertrouwen en dromen. Toen ze echter zagen dat de Kerk met hen was, dat priesters en nonnen aan hun kant stonden, vatten zij opnieuw moed. Hun geloof kwam terug. Ze hebben misschien geen huis meer, maar wel een levend geloof.”

Ondanks de hoop en het levende geloof verwacht Aartsbisschop Warda dat het aantal Christenen in Irak verder afneemt. “De toestand is ernstig. Als Kerk doen we wat we kunnen. Op de lange termijn is de missie van degenen die blijven echter doorslaggevend. Wij Christenen van Irak horen bij dit land. Het is onze taak bruggen te bouwen en te leven volgens Christelijke waarden. Het is mijn droom om het Onze Vader ook met niet-Christenen te bidden. Per slot van rekening is dit zonder meer mogelijk. Wat echter de doorslag geeft, is om het te leven in de praktijk. De boodschap van het Onze Vader is dat Gods liefde er is voor alle mensen.”

Kerk in Nood steunt de Christenen in Irak al jaren. Sinds het begin van de vluchtelingencrisis is de betrokkenheid van de organisatie enorm gegroeid. In 2014 en in 2015 is inmiddels meer dan 11 miljoen euro’s besteed aan onderdak, om scholen te bouwen en voor de voedselvoorziening.