fbpx

Mosoel: wonderlijk behoud Sint Thomaskerk

vrijdag, 07 juli 2017
Nieuws
Het is de oudste kerk in de stad, twee straten verwijderd van de verwoeste al-Nouri moskee. Aan de buitenkant zijn alleen maar wat verweerde plekken te zien, maar de binnenkant heeft zwaar geleden onder de bezetting.

Het is een wonder. De historische binnenstad van Mosoel is zwaar beschadigd door kogelinslagen en explosieven van IS. In deze surrealistische omgeving waarin het mengsel van witte stenen en zwart metaal doet denken aan Picasso’s Guernica, heeft één dik ommuurd gebouw maar een paar schrammen: dat is de Sint Thomas kerk, de oudste in de stad! Ze bestond al aan het einde van achtste eeuw, maar haar oorsprong gaat vermoedelijk veel verder terug en is verbonden met de plaats waar de Apostel van de Orient verblijf hield toen hij deze plaats aandeed. De binnenkant werd door de bezetters zwaar beschadigd; zij maakten er een militair kamp van. Maar het bouwwerk, waarvan de muren minstens tot de 13de eeuw teruggaan, heeft de slag weerstaan.

“Ze zijn gek”
De al-Nouri moskee, twee straten noordwaarts, was niet zo gelukkig. De IS-terroristen bliezen haar op woensdag 21 juni, bij zonsopgang op. De ruines vormen nu een chaotisch maanlandschap, onder een witte laag van neergehaald pleisterwerk. Alleen de groene koepel steekt er nog boven uit, in wankel evenwicht gehouden op zwaar beschadigde pilaren, en de voet van de minaret, twaalf meter hoog, met fijn besneden geometrische bas-reliëfs.

Het heeft luitenant-kolonel Mountazar el-Chammari, commandant van het Mosoel bataljon voor bijzondere operaties van de Irakese strijdkrachten (ISOF), buiten zichzelf gebracht: “Ze zijn knettergek” raast hij. “Ze hebben de moskee van profeet Jonas en profeet Jirjis in de oude stad Nimrod verwoest!” De tweede stad van Irak heeft haar symbolen verloren, met name de al-Nouri minaret, bekend als al-Hadba (de Bult). De overblijfselen werden op donderdag, 29 juni, in een bitter bevochten overwinning heroverd waarna de Irakese minister-president het einde kon uitroepen “van de zogenaamde IS staat”.

De Sint Thomas kerk ligt op de weg naar al-Nouri. Op woensdag 21 juni, even voor de ontploffing die de moskee bijna verwoestte, rukte het ISOF-bataljon op langs de straat aan de voet van de klokkentoren. Een sluipschutter had zich verschanst in een huis tegenover de kerk: “Hij schoot een van de onzen neer”, zegt Ahmad Kathem, 23, een soldaat uit dit bataljon. We hebben op het huis een frontale aanval gelanceerd. Er is niets van over.

"Abou Abderrahman al-Australia"
Ahmad drukt een ijzeren deur open zodat we de binnenkant van de kerk kunnen zien. In vergelijking met de plat gebombardeerde omgeving, lijken de wonden van het christelijke gebouw niet meer dan schrammen. De binnenplaats die Ahmad opgaat, is bezaaid met stenen en rommel, maar de pilaren van de bogen om hem heen zijn onbeschadigd. Op een bas-reliëf, betast de Heilige Thomas de wonden van Christus. Hun gezichten zijn licht verhuld. Daarnaast ligt een verwrongen lijk onder een hoop vuil. Midden op een volgende binnenplaats ligt nog een lijk waar stank vanaf komt. Het is het lichaam van een gezette man met een dikke, zwarte baard en ogen die uit hun gezwollen kassen puilen. Zijn gezicht is misvormd door kogelwonden. Bloed stroomt op de grond en vormt om zijn schedel een bloedige kroon. Achter hem staan wat tonnen en meelzakken. Dat is alles wat over is van de voorraden van de terroristen. Een vertrek puilt nog uit van militaire kleding en AK-47 laders. Binnen heeft een bom een gat geslagen in het gewelf van het middenschip. Een lichtstraal valt op de verwoeste binnenkant. De kerkbanken zijn verbrand. Onder zijn boog, ligt het altaar in stukken.

Gelukkig zijn de relikwieën van de Heilige Thomas drie jaar geleden overgebracht naar het klooster Sint Matheus, toen Mosoel in handen van IS was gevallen. De IS strijders hadden zwarte kringen op de dikke, donkere marmeren pilaren getekend, ongetwijfeld ter voorbereiding op de vernietiging van de kerk. Ze hadden geen tijd of gelegenheid meer om hun bommen daar te plaatsen. De muren zijn bedekt met leuzen en vlaggen van de beweging. Onder een daarvan hangt een roze blad met een lijst van voedsel rantsoenen. "Abou Abderrahman al-Australia", een strijder uit Australië heeft ten teken van zijn verblijf zijn handtekening in het Latijnse alfabet achtergelaten.

Bron: l’Orient Le-Jour/AsiaNews