fbpx

Mgr. Mariano Parra (Venezuela): gespannen verhoudingen in samenleving

dinsdag, 14 juli 2015
Nieuws
De spanning is Venezuela is groter dan ooit. In aanloop naar de presidents-verkiezingen op 7 oktober en door de brand in de grootste raffinaderij ter wereld, die werd veroorzaakt door een verschrikkelijke explosie...

De spanning is Venezuela is groter dan ooit. In aanloop naar de presidentsverkiezingen op 7 oktober en door de brand in de grootste raffinaderij ter wereld, die werd veroorzaakt door een verschrikkelijke explosie…, is het land in de ban van dreigende gebeurtenissen. Dat kan ook gezegd worden van de kerk, het pastorale werk en de politieke en financiële situatie. Een interview met mgr. Mariano Parra van Guayana in Venezuela.

– Uwe excellentie, hoe ervaart het volk de verkiezingscampagne die het einde zou kunnen betekenen van de veertien jaar durende heerschappij van Hugo Chë¡vez?
– Ze zijn erg gespannen. De president en de kandidaat zijn verwikkeld in een nek-aan-nek-race. Het eindresultaat zal zeker bepaald worden door een klein verschil in stemmen. Maar we weten nog niet of de partij die verliest de uitslag van de verkiezingen zal accepteren.

– Is Venezuela de afgelopen veertien jaar erg veranderd?
– Ja, heel erg sterk. Objectief gezien moeten we zeggen dat de meeste veranderingen positief zijn geweest, bijvoorbeeld de re-integratie van de armen in de maatschappij. Vroegere regeringen hadden de armen uitgesloten. Sommigen waren vergeten waar zij vandaan kwamen en spanden zich in om de belangen van de rijken te beschermen. Chë¡vez heeft de armen een stem gegeven en heeft hen geholpen om te participeren in de maatschappij. Dit is niet te ontkennen. De negatieve kant, echter, is dat het geweld in de afgelopen veertien jaar, vooral onder de jeugd, enorm is toegenomen. 15- tot 25-jarigen vermoorden elkaar. Ook de corruptie en werkeloosheid zijn toegenomen, dit is waarschijnlijk te wijten aan de tekortkomingen in het onderijs de afgelopen veertien jaar. Samenvattend heeft de president veel goede ideeën, maar was hij niet zo goed om deze in de praktijk te brengen.

– Hoe is op het moment de relatie tussen de staat en de Kerk?
– Op lokaal niveau erg goed. In mijn bisdom in de stad Guayana steunt de burgmeester de bouw van onze kathedraal, niet met geld maar op een organisatorisch en stimulerend niveau. Op nationaal niveau echter is de situatie anders. De regering heeft alle financiële hulp aan de Kerk beëindigd. Dit is gedaan op bevel van de regering en heeft ons in financieel opzicht hard geraakt. De Kerk in Venzuela was gewend om aanzienlijke financiële steun van de staat te ontvangen. Als deze steun opdroogt, blijf je arm, erg arm.

– Dus de kerk in Venezuela is in nood?
– Ja, dat is waar. De kerk in Venezuela is een arme kerk. Alhoewel ik daar blij om ben.

– Hoezo?
– Omdat het betekent dat wij niet afhankelijk zijn van de staat, maar van onszelf. De gelovigen moeten beseffen dat wij, de katholieken, de kerk moeten dragen. Dit bevrijdt ons en dat maakt me blij. Natuurlijk is deze overgang van overheidssubusidie naar zelffinanciering moeilijk, maar we doen het stap voor stap. Tot dat moment leven we van de donaties van de gelovigen en van internationale hulp, bijvoorbeeld van "Kerk in Nood". Zij hebben onze hulpverzoeken altijd beantwoord.

– Zijn er andere moeilijkheden in de verhouding met de regering?
– Ja. Op dit moment hebben we bijvoorbeeld een probleem met visa voor buitenlandse leden van religieuze orden. Ze kunnen geen visa krijgen en moeten daarom het land verlaten. Als we geen oplossing vinden voor vier communiteiten van zusters zullen zij moeten vetrekken. Bovendien steunt de overheid de zogenaamde "basispriesters". De overheid probeert een wig te drijven tussen de priesters en de hiërarchie. Maar dat is nauwelijks geslaagd en er is geen echte splitsing geweest. In dit opzicht heeft dit beleid gefaald.

– Wat zijn de belangrijkste noden van de Kerk in Venezuela?
– Ten eerste het onderhoud van de religieuze zusters. Veel zusters werken in de pastorale zorg en de verkondiging van het woord. Hoewel ze belangrijk werk doen krijgen ze geen donaties of stipendia, omdat ze de mis niet vieren. Velen van hen zijn verspreid in arme districten, waar ze geen hulp ontvangen. Ook de bouw van parochiekerken is belangrijk. De stedelijke gebieden groeien erg hard, maar vrijwel hele steden worden gebouwd zonder kerken. Een derde nood is het onderhoud van diegenen die een roeping hebben voor het priesterschap. Ik heb 15 seminaristen in mijn bisdom, van wie slecht één de opleiding zelf kan financieren. De anderen komen uit zeer arme gezinnen. Hoewel de families erg arm zijn dragen ze wel een klein beetje bij. Maar dat is helemaal niet voldoende.

– Welke uitdagingen heeft de Kerk in Venezuela?
– Als eerste en belangrijkste is er de Nieuwe Evangelisatie. Venezuela heeft een katholieke traditie en cultuur, maar in de praktijk zijn er weinig katholieken. Bij veel Venezolanen die zichzelf katholiek noemen moeten we vanaf nul beginnen bij de evangelisatie. Een andere uitdaging is het zoeken naar roepingen van het priesterschap, omdat er erg weinig priesters zijn in verhouding tot de omvang van de bevolking. In mijn bisdom zorgen de priesters voor soms 70.000 mensen. Veel parochies hebben net zoveel mensen als een volledig bisdom in andere delen van de wereld. Ze kunnen nauwelijks de hoeveelheid werk aan. Een derde uitdaging is het bewust maken van de rol van de leken in de evangelisatie. In Venezuela verwachten leken dat de priesters al het evangelisatiewerk doen. Ze begrijpen niet dat, zij als getuige van Christus, zelf verantwoordelijkheid moeten nemen voor dit werk op de plek waar zij wonen.

– Wat zou u benadrukken in het werk van "Kerk in Nood"?
– Ik ben heel dankbaar dat ze altijd geholpen hebben wanneer priesters en zusters in nood waren. Ik zou in het bijzonder de bezieling in het delen met zusterkerken willen benadrukken. De stichter, pater Werenfried, heeft deze bezieling concreet vorm gegeven door de rijkere Kerken te laten particperen in de evangelisatie van Kerken met beperkte middelen door de eigen middelen te delen. Dit geeft de Kerk een merkbare aanwezigheid.

Tekst interview: Jesëºs Garcë­a / Aid to the Church in Need

Foto: www.elcorreodelorinoco.com