fbpx

Kopten en Moslims van Egypte: Hoe de noodtoestand van nu is ontstaan

woensdag, 28 oktober 2015
Nieuws
In de volgende analyse onderzoekt Tewfik Aclimandos, hoogleraar hedendaagse geschiedenis van de Arabische wereld aan de Collë¨ge de France, de ontwikkeling van deze verhouding, die in...

In de volgende analyse onderzoekt Tewfik Aclimandos, hoogleraar hedendaagse geschiedenis van de Arabische wereld aan de Collë¨ge de France, de ontwikkeling van deze verhouding, die in de afgelopen jaren haar dieptepunt heeft bereikt. De analyse verscheen eerder in de laatste editie van "Oasis", de internetnieuwsbrief die wordt verspreid vanuit Venetië in vijf talen, waaronder het Arabisch.

[…] Het Koptische emancipatieproces werd in gang gezet door Mohammed Ali’s dynastie, met de belangrijke afschaffing van de stembelasting door Said in 1855, wat leidde tot de anti-Britse rellen en de union sacrée in 1919. Laure Guirguis heeft benadrukt dat binnen de grote nationalistische partij Wafd (1919) de gemeenschappen aanvankelijk ambivalent tegenover elkaar stonden voor wat overeenstemming en verbroedering betreft. Wafd’s vertoog over secularisatie is verrassend genoeg meer… Islamitisch dan doorgaans wordt gedacht. De Egyptische monarchie en de Grondwet van 1923 lieten de structuren van de confessionele Staat intact en stonden onkritisch tegenover het bestaan van een aantal persoonlijk gemotiveerde wetten. Ze moderniseerden structuren en ontwerpen en pasten deze zoveel mogelijk aan aan de eisen van gelijkheid, het leidende beginsel voor burgerschap.

Maar in feite werd deze "union sacrée" of symbiose ondersteund door instituties, ruimtelijke ordening en dagelijkse gebruiken die waren gericht op het organiseren en faciliteren van co-existentie. In tegenstelling tot de gebieden van de hogere klasse die werden bewoond door "Europeanen" of "Westerse" mensen, vormden de "autochtone" Koptische en Islamitische gebieden nationalistische bolwerken. Het leven was er druk, mensen spraken en bezochten elkaar. Geleidelijk verving het onderwijssysteem van de Staat het traditionele systeem van de Islamitische geleerden (de ulama). Daardoor kreeg de Egyptische middenstand toegang tot onderwijs, waarbij religie geen rol speelde. Scholieren deden alles samen: demonstreren, sporten en studeren. Daardoor leerden ze elkaar kennen.

Maar na 1945 werd datgene wat deze union mogelijk maakte, ondermijnd. Ik zal hier niet uitweiden over de opkomst van de identiteitskwestie (Egypte is nog steeds een Islamitisch land) en haar gevolgen "een vraag die de Moslim Broederschap uitdrukkelijk heeft gesteld en op waarde geschat. Ik herinner aan wat minder zichtbaar is: één van de belangrijkste sociale gebeurtenissen van de laatste tien jaar was de emancipatie van vrouwen, die toegang hebben gekregen tot het onderwijs en de arbeidsmarkt, evenals de vrijheid om hun echtgenoot te kiezen. De opkomst van vrouwen in de openbare ruimte zou een, zo niet de belangrijkste, reden zijn voor de implementatie van gemeenschapsstructuren. Eigenlijk brengt dit feit de mogelijkheid met zich mee van interreligieuze huwelijken.

Op grond van partijdige wetten en wetgeving zijn alle gemengde huwelijken ten voordele voor de Islamitische gemeenschap en ten nadele van niet-Islamitische gemeenschappen. Want wanneer de echtgenoot Islamitisch is, worden de kinderen Islamitisch, terwijl een niet-Islamitische man zich eerst moet bekeren tot de Islam om een Islamitische vrouw te kunnen trouwen. Hierdoor krijgt langzaam maar zeker een aantal sociale gebruiken gestalte om de Koptische vrouwen weg te houden van de Islamitische man (een Koptische vader zal bijv. zijn kinderen naar een Koptische dokter brengen). Hierdoor wordt de sociale interactie tussen mannen en vrouwen gefaciliteerd binnen de eigen gemeenschap (kerken creëren verenigingen die gebonden zijn aan plaatsen van verering).

Overigens, het belangrijkste gebrek van de opvolgers van President Nasser was hun onverschilligheid voor het verschrikkelijke verval van het Egyptische onderwijssysteem, terwijl school bij uitstek integratie bevordert. De verslechtering en de uitbreiding van de stedelijke omgeving stellen het stramien van het dagelijkse leven steeds meer in vraag, het gemeenschapsleven waarop ooit de nationale eenheid was gebaseerd. Ten slotte is in de Koptische gemeenschap het onderlinge evenwicht tussen de grootgrondbezitters en de geestelijkheid verstoord ten voordele van de geestelijkheid doordat Nassers hervormingen de grootgrondbezitters sterk benadeelden.

Deze ontwikkeling was misschien maar moeilijk te stoppen. Maar ze werd hopeloos bevorderd door de politieke beslissingen van President Sadat. Nassers opvolger wilde het gebied van de Sinaï heroveren (bezet in 1967) en de samenwerking beëindigen met de Sovjet-Unie, een voor Egypte beschamende godfather. Daarvoor had hij vanuit het buitenland Saudi-Arabië nodig en in het binnenland de moslims. Sadat vernietigde de linkse universitaire bolwerken door te profiteren van de grote golf van religiositeit en van de "terugkeer tot God" die volgde op de nederlaag van 1967. Hij deed dit op zijn minst door de begunstiging van een pluralistische moslim beweging, van radicale Islamistische vertogen die maar al te vaak walgelijke anti-Christelijke vertogen van brandstof voorzagen. De extremere Islamisten waren niet tevreden met het "breken van de linksen". Hun inspanningen om de Kopten te beschadigen namen hand over hand toe: ze presenteerden een zwendel als de herinvoering van de jizya [stembelasting], staken kerken in brand en pleegden moorden. En het belangrijkste: de Staat, aldus geïnstrueerd vanuit de top, keek de andere kant op.

De wond is diep en zal nooit helen. Zulke daden hebben de stevige Koptische traditie van het «slachtofferschap» doen herleven, evenals de verering van hun eigen martelaren, waarbij de omgeving wordt gezien als totaal vijandig en er een voorkeur bestaat voor een blik naar binnen. Veel commentatoren hebben kritiek op de manier waarop Patriarch Shenouda III de relaties heeft onderhouden met de Staat, vooral omdat hij te vaak zijn toevlucht zocht tot "armworstelen" en alles in het werk stelde om ‘sadat te irriteren". Bovendien heeft hij zich beziggehouden met de consolidatie van de macht van de geestelijkheid over de gemeenschap, om ondertussen daarin ideologieën te voeden die even akelig zijn als de anti-Christelijke vertogen van de tegenstanders. Ik ben er niet zeker van dat al deze punten van kritiek fair zijn. Ik wil alleen maar duidelijk maken dat hij wellicht niet alle vrijheid heeft die aan hem wordt toegeschreven. Ik zou zeggen dat er een neiging bestaat om te geloven dat hij de oorzaak is van alle "fouten" van zijn gemeenschap "of zelfs van haar eisen, inclusief de meest irreële eisen "en dat blijft feitelijk onbewezen. Van de andere kant zou zijn vijandige houding jegens Israël hem de steun opleveren van de "Egyptische intellectuele gemeenschap", van Moslims evenzeer als van Kopten. In feite sympathiseren veel van deze intellectuele Moslims met de belangrijkste overtuigingen van de Kopten.

Ondanks dat zich binnen elke gemeenschap onsmakelijke vertogen verbreiden die de "negatieve beeldvorming over anderen" voortdurend bevestigen; ondanks dat dagelijks ruimten voor de eigen gemeenschap worden gebouwd; ondanks dat discriminatie continu toeneemt, zowel door overheidsdienaren als door Kopten; en ten slotte, ondanks dat geweldsincidenten relatief vaak voorkomen (die soms regelrechte pogroms zijn), bleef het "confessievraagstuk" taboe totdat het in 2004 plotseling één van de belangrijkste kwesties werd in het publieke debat.

In een nog te verschijnen opstel heeft Laure Guirguis geanalyseerd hoe deze vraag met haar vele facetten is ontstaan. Ik wil hier geen studie maken van welk partijstandpunt dan ook, maar alleen eraan herinneren dat de hoogste gezagsdragers van de Kopten niet altijd blijk hebben gegeven van grote wijsheid of oordeelsvermogen. Behalve dat sommigen van hun prominente figureren (bijv. de Amba Bishoy, de nummer twee van de Kerk) zich verbaal te buiten zijn gegaan "zij zouden gezien hun positie eerder voorzichtig moeten zijn ", is hun bestuur rampzalig geweest bij incidenten die verband houden met (werkelijke dan wel slechts vermeende) bekeringen tot de Islam van vrouwen van priesters die hun man wilden verlaten. Deze vrouwen zijn op de achtergrond getreden en dit bevestigt de meningen en geruchten dat ze zijn ontvoerd. Tot slot hebben de hoogste gezagsdragers van de Kopten vaak de indruk gewekt dat ze arrogant zijn en inspelen op de kwetsbaarheid van een systeem dat popelt om Washington te behagen, evenals dat ze een "erfelijke machtsoverdracht" voorbereidden. Dit betekent natuurlijk niet dat Islamitische ambtenaren of religieuzen zich zoveel beter hebben gedragen. De wijsheid en menselijkheid van de laatste twee grote imams van al-Ahzar zijn een belangrijke uitzondering en bevestigen de regel.

Nu is er een noodsituatie. De belangrijkste ontwikkeling van de laatste twaalf jaar is de "democratisering" van interreligieuze incidenten. Deze zijn niet langer beperkt tot fanatieke moslims die het nodig vinden om het de Kopten "betaald te zetten". Ze keren zich onderhand tegen mensen die in hetzelfde gebied wonen. Alle buurtruzies lopen het risico te escaleren "en het is een wonder dat dit niet vaker gebeurt.

De belangrijkste incidenten hebben één van de twee volgende oorzaken: a) De bouw van een kerk, wat tegenwoordig ondermijning van de Staat betekent. Omdat het praktisch onmogelijk is om goedkeuring te krijgen voor de bouw van kerken, bouwen de Kopten "illegale" kerken. […] Vaak worden deze (zogenaamde) "illegale" kerken in brand gezet door een bevolking die is "geïrriteerd" door hun aanwezigheid. Dit is trouwens een vorm van intolerantie die 50 jaar geleden ondenkbaar was. b) De liefdesverhalen van mensen met verschillende religies, vooral wanneer ze ertoe leiden dat de jonge vrouw haar ouderlijk huis verlaat. Geen van beide "gemeenschappen" lijkt bereid het recht van het individu op geluk te erkennen. Maar de Koptische gemeenschap kan enigszins worden verontschuldigd omdat zij leden verliest bij elk gemengd huwelijk.

Dit sombere beeld verklaart waarom de Koptische gemeenschap feitelijk in paniek is. Zij wist dat de absolute heerschappij van Mubarak ondanks haar gebreken een bepaalde vorm van bescherming bood, evenals een welkome dosis liberalisme. Ook al zou Mubarak concessies hebben gedaan aan obscurantisten, hij was er zelf geen. Weliswaar gaf hij het probleem niet de aandacht die het verdiende, maar hij maakte het niet opzettelijk erger, tenzij het tegendeel kan worden bewezen. Deze paniek nam om te beginnen toe met de gebeurtenissen in Maspero. In het Koptische onderbewustzijn was het leger het bolwerk van de nationale samenhang, de vertegenwoordiger van Egyptes Nationale Staat, de ultieme beschermer. Een beschermer die plotseling een beul werd. Het gebeurde ‘s nachts, maar die nacht zou diepe wonden achterlaten. In bepaalde provinciale steden emigreerden alle gezinnen die daartoe de middelen hadden, en na januari jongstleden verlieten meer dan 93.000 Kopten Egypte. We kunnen op geen enkele manier weten of dit tijdelijk is of niet.

Dit beeld is al somber, en hoeft niet nog somberder te worden gemaakt. We moeten opmerken dat de intellectuele gemeenschap, de intelligentsia, heel gevoelig is voor dit probleem, dat veel van haar leden die vaak de kant kozen van de Kopten, in staat zijn geweest om de juiste woorden te vinden, waarbij ze zelden de situatie verkeerd beoordeelden. Nog geruststellender is dat de Kopten, die in het algemeen al worden gesteund door die Moslims die "geen probleem hebben met het concept van gelijkwaardig burgerschap", steeds meer worden gesteund door een nog grotere groep mensen die weliswaar dit concept verwerpt en niet echt van Christenen houdt, maar die de mishandeling van de Kopten verschrikkelijk vindt en de moordenaars en kerkverbrandingen sterk veroordeelt, en verklaart dat de Islam "zo niet is" en dat ze "er genoeg van hebben".

Er valt nog steeds veel te doen "o.a. een Koptische update ", zonder het gevaar te willen onderschatten. We hebben gezien hoe sinds 11 september 2001 enkele honderden militanten erin zijn geslaagd om de relaties tussen de Islam en het Westen tenminste een decennium lang te verpesten. Maar dit gezegd hebbende, mogen we de energie en vitaliteit van het Islamitische humanisme, het voor de extremisten belangrijkste doelwit, niet onderschatten.

 

Bron: Tewfik Aclimandos, chiesa espressonline

 

Foto:ouest-france.fr

 

Vertaling: Camiel Donkers