fbpx

“Kleine kapel enige kerk in Somalië”

woensdag, 26 oktober 2016
Persoonlijk verhaal

Door Mónica Zorita de la Morena

“Zelfs al moet het in stilte gebeuren, toch is het beter om er aanwezig te zijn dan om er helemaal niet te zijn”, zegt Mgr. Giorgio Bertin, de apostolisch administrator van Mogadishu en bisschop van Djibouti, wanneer hij het heeft over de aanwezigheid van de katholieke Kerk in dat deel van de Hoorn van Afrika. Hij woont en werkt er ondertussen al bijna 40 jaar. “We hebben daarom de kapel van Sint-Antonius opnieuw gewijd – de enige katholieke plaats voor de eredienst in Somalië”

Enige kerk in Somalië
Het gezicht van de Italiaanse prelaat straalt, wanneer hem wordt gevraagd naar de kleine kerk van Sint-Antonius van Padua in de stad Hargeisa in Somaliland, een autonome regio in Noord-Somalië en tegenwoordig een zelfverklaarde onafhankelijke staat, die echter internationaal niet is erkend. “Deze werd door de kapucijnen gebouwd in 1950, maar bleef gedurende vele jaren gesloten. Vóór de opstand van de rebellen tegen de Somalische autoriteiten in Mogadishu droeg ik hier minstens driemaal per jaar de Heilige Mis op, onder andere op Kerstmis en Pasen. In die tijd was dat heel gevaarlijk.”

In 1996 begon een medewerker van Caritas hier werken uit te voeren. Hij bouwde onder andere een muur. Omdat het te gevaarlijk was om er aanwezig te zijn, werd de kerk echter gesloten en een man hield er toezicht op. “In januari sprak ik met de autoriteiten in Hargeisa en legde hen uit dat we de kerk opnieuw wilden openen en dat het een plaats zou worden van waaruit humanitaire activiteiten zouden worden uitgevoerd samen met Caritas. Ze gingen akkoord en dus wijdde ik de kerk opnieuw”, antwoordt hij met een brede lach op zijn gezicht tijdens een gesprek met medewerkers van Kerk in Nood in Rome. “Er wonen maar weinig mensen de Mis bij – hoogstens tien – maar niettemin is het belangrijk.”

Die kleine kerk in Hargeisa is op dit ogenblik de enige katholieke plaats voor de eredienst in heel Somalië, een land waar er elke dag “steeds meer moskeeën worden gebouwd dankzij de financiële steun van Saoedi-Arabië”. Voor katholieken echter “is geen aanwezigheid in Mogadishu mogelijk, aangezien het veel te gevaarlijk is. Er zijn enkele katholieken, maar als zij zich op welke manier dan ook zouden engageren, bijvoorbeeld met Caritas, dan riskeren ze hun leven. We kunnen daar slechts aanwezig zijn via andere Somalische organisaties.”

Het is 27 jaar geleden, na de moord op bisschop Salvatore Colombo, dat de Heilige Stoel bisschop Bertin vroeg of hij apostolisch administrator van Mogadishu wilde worden. Dat was op een ogenblik dat de rebellen nagenoeg de hele Somalische hoofdstad hadden vernield en de fysieke aanwezigheid van de katholieke Kerk volledig hadden uitgewist. “Ze kozen ons heel bewust als doelwit, hoewel dat niet alleen voor ons gold. In feite verwoestten ze alles – de ambassades, de openbare instellingen, …” De omvang van de rebellie was dermate groot dat men over een periode vóór en een periode na de rebellie spreekt in de geschiedenis van Somalië, een land waar men er nog altijd niet is in geslaagd om een staat te vormen en dat is opgesplitst in regio’s die hun onafhankelijkheid hebben uitgeroepen, maar waarvan de meeste niet worden erkend.

In Djibouti wordt de Kerk gerespecteerd
Bisschop Bertin wijst er echter wel nadrukkelijk op dat de onafhankelijke staat Djibouti, waar hij nu woont, heel erg verschilt van Somalië. “Hier worden we met rust gelaten. De situatie is niet gevaarlijk en de Kerk wordt gerespecteerd.” Op dit ogenblik wonen er zowat 5.000 katholieken in de voormalige Franse kolonie. De meesten zijn buitenlanders die hier werken, naast Fransen en mensen die uit Ethiopië zijn gekomen. “Er zijn ook een aantal katholieken van Djibouti zelf. Soms is dit een familietraditie en soms gaat het om wezen die door katholieke instellingen werden opgevoed, maar ze vormen een minderheid.”

“In Djibouti concentreert de Kerk haar activiteiten op de scholen en op het werk van Caritas”, licht de bisschop toe, terwijl hij het houten kruis aanraakt dat hij rond de nek draagt en dat tot op zijn borst hangt. “Dat zijn net onze twee armen”, voegt hij eraan toe. “Ons pastoraal werk hier is zeer beperkt en ook al voeren we geen bekeringen uit en is het ook niet onze bedoeling dit te doen, toch zaaien wij het zaad van het Evangelie onder het volk, aangezien 99% van de leerlingen in onze scholen Moslims zijn. Ze weten dat wij eerlijk zijn en hen respecteren en daarvoor respecteren zij ons.”

In dit land met een overweldigende meerderheid Moslims wonen er ongeveer 30 Katholieke geestelijken. Er zijn twee Katholieke kerken en vier missieposten. “De priesters of zusters zijn hier niet alleen voor de Katholieken. Ze zijn duidelijk aanwezig in de samenleving. Ze onderhouden contacten met de mensen en staan open voor hen. We kunnen niet opgesloten blijven in onze structuren”, aldus bisschop Bertin, die in 1969 voor het eerst voet zette in de Hoorn van Afrika en hier sinds 1978 onafgebroken woont.

Onlangs werd hij in audiëntie ontvangen door Paus Franciscus. “Hij luisterde naar mij, we spraken over de dagelijkse realiteit daar, hij bedankte ons voor ons werk en voor het geschenk dat ik voor hem had meegebracht, namelijk wierook – en hij vertelde me dat wierook van Somalië heel goed was!” zegt de bisschop lachend. “Nu kijken we uit naar het ad-liminabezoek.”

Kerk in Nood heeft in de loop der jaren verscheidene projecten gesteund, zowel in Somalië als in Djibouti – bijvoorbeeld voor de vertaling en publicatie van religieuze boeken, waaronder de catechismus. “Ik ben Kerk in Nood bijzonder dankbaar. We onderhouden nu al vele jaren een zeer goede werkrelatie”, benadrukt de bisschop van Djibouti.