fbpx

Kerk vergeet vluchtelingen in Libanon niet

maandag, 23 oktober 2017
Nieuws
Terwijl de massa Syrische vluchtelingen de druk op de publieke middelen in Libanon opvoert, worstelt de Kerk om hen te helpen. Een analyse.

Libanon is op vele manieren uniek in het Midden-Oosten. Christenen zijn een robuuste 35 tot 40 procent van de bevolking en het land heeft al decennia een traditie van machtsdeling om co-existentie mogelijk te maken. Het land is ook omringd door chaos. En op dit moment drijft de grote groep vluchtelingen de middelen van zowel de overheid als de Kerk naar een breekpunt, met onvoorspelbare consequenties. Libanon is een eindeloos fascinerende en complexe plaats. Te doen alsof je de subtiliteiten na een ​​week in het land begrijpt, is dwaasheid. Maar een paar dagen in dit land met vier miljoen inwoners – een aantal dat met ten minste 1,5 miljoen vluchtelingen uit Syrië is aangezweld – is genoeg om vijf kenmerken te onderkennen:

  1. Libanon is niet de rest van het Midden-Oosten. Christenen zijn niet een kleine minderheid, maar een robuuste 35 tot 40 procent van de bevolking, en daardoor minder geneigd om ergens in ‘mee te gaan om maar met elkaar te kunnen opschieten’. De christelijke gemeenschap is groot genoeg om een aantal sterke interne meningsverschillen te hebben, zoals over Bashar al-Assad in Syrië of Hezbollah in zijn eigen achtertuin.
  2. De Katholieke Kerk doet heldhaftig werk om de vluchtelingenbevolking te ondersteunen. Keer op keer hoor je van Syrische Christenen dat, hoe moeilijk hun leven ook is, zonder de Kerk het oneindig veel slechter zou zijn.
  3. Syrische vluchtelingen verkeren in een pijnlijk limbo, niet in staat om naar huis te gaan en niet zeker wat de toekomst zal brengen. Sommigen zijn vastbesloten om te blijven, anderen wanhopig om het land te verlaten.
  4. Wellicht is het diepste slachtoffer van de Syrische oorlog het sociaal vertrouwen. Veel Libanezen voelen wrok tegenover de Syriërs. Ze geloven dat zij verantwoordelijk zijn voor de economische ellende van het land en maken zich zorgen dat hun cultuur voor altijd verandert. Veel Syrische christenen zeggen dat ze nooit meer zonder vrees tussen de Moslims kunnen leven. Ondanks de ellende waarin veel vluchtelingen wonen, kan men ook opmerkelijke momenten van vreugde vinden. Vooral kinderen hebben een onuitputtelijk vermogen om vreugde te vinden, zelfs in de objectief meest schrijnende omstandigheden.
  5. De Christenen in dit land bestaan ​​uit vele denominaties. Van Maronitische en Grieks-Melkitische Katholieken, Orthodoxen en Protestanten tot zowel Orthodoxe als Katholieke Armeniërs. Zij vertegenwoordigen een eeuwenoude christelijke aanwezigheid in het Midden-Oosten. Ondanks de conflicten, invasies en oorlogen die het land heeft gezien, blijven zij sterk in aantallen en invloed.

Verschillende meningen
In de christelijke stad El-Kaa, slechts tien minuten van de Syrische grens en omringd door steden die door Hezbollah worden geregeerd, is de visie van christenen op zowel de Syrische president Assad als Hezbollah – volgens het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken een terroristische organisatie – zeer verschillend dan die van Christenen in Beiroet. De eersten zien zowel Assad als Hezbollah als beschermers tegen ISIS, de Islamistische extremistische organisatie die een genocide heeft gepleegd tegen Christenen en andere minderheden in Syrië en Irak. Toen vier Isis-zelfmoordernaars de stad aanvielen en vijf mensen doden, was het Hezbollah die hen wegjaagde. Assad wordt door niemand als heilige beschouwd, maar wel als iemand met kennis uit eerste hand over het alternatief. Libanezen bij de grens hebben daarom liever dat hij in het zadel blijft. De Christenen die in een chique Chinees restaurant in Beiroet loempia’s en nasi eten, hebben echter heel andere gedachten. Zij erkennen dat ze slapen met Kalashnikovs onder hun bed, omdat ze Hezbollah zien als een dreiging, klaar om het land over te nemen zodra hun aantal groter is dan dat van de Christenen.

Samen alleen
Omdat ze zich in de steek gelaten voelden door Rome en de westerse wereld tijdens de burgeroorlog in de jaren zeventig, zeggen deze Christenen dat ze klaar zijn om voor zichzelf te vechten. Beide groepen delen minachting voor vluchtelingenkampen van de Verenigde Naties en erkennen dat Christenen daar niet veilig zijn. Ook geloven ze dat als de Islamitische radicalen een oorlog op gang brengen, zoals IS in buurlanden heeft gedaan, zij er alleen voor staan. "We zijn vergeten", vertelt Antoun Fadel Crux in El-Kaa. "We zijn vergeten door andere christenen en door de grote internationale spelers. Christenen in het buitenland zouden ons moeten helpen om christelijke landen te behouden. Het christendom is geboren in het Midden-Oosten, Christenen zijn hier altijd geweest. We hebben oorlogen overleefd, we hebben alles overleefd en we zullen tot het einde overleven."

Grote inspanning Kerk
Bij het zien van de met vrees vervulde christelijke Syrische vluchtelingen voor een leven in de vluchtelingenkampen, doet de lokale Katholieke Kerk – met de hulp van internationale liefdadigheidsinstellingen zoals Kerk in Nood en de Ridders van Colombus – veel meer dan alleen haar plicht vervullen om hen te helpen. In Zahlé besteedt de Grieks Melkitisch-Katholieke Kerk gemiddeld 2 miljoen euro per jaar aan vluchtelingen; van huursubsidie tot volledige beurzen in de bisdomscholen, gratis medische hulp en een soepkeuken die duizend warme maaltijden per dag serveert. Elias en Mountanha bijvoorbeeld kwamen ongeveer een jaar geleden in Zahlé aan met hun zoon en dochter, nadat ze Syrië al in 2012 hadden verlaten. Elias was een succesvol elektricien, maar toen Islamitische Staat hun stad bezette, werd hun huis in brand gestoken en werden al hun bezittingen vernietigd. Ze kwamen met zeer weinig bezittingen aan. Was het niet voor de kerk geweest, "dan zouden we tranen van bloed huilen", vertelt Mountanha. Ondanks de beste inspanningen van de Kerk, kan de instelling weinig doen om de vluchtelingen te helpen nadenken over hun toekomst. Hun situatie is slecht. Hoewel de meesten de hoop niet helemaal hebben verloren, hebben zij hun leven niet in eigen hand.

Waar kunnen we gaan?
De instroom van 1,5 miljoen vluchtelingen in een klein land als Libanon heeft de lokale economie zover geraakt dat werk moeilijk te vinden is. De bereidheid van Syriërs om voor minder loon te werken – waardoor de werkloosheid onder de lokale gemeenschap verder is gestegen – heeft ook wrijving veroorzaakt. "Ik weet dat de last groot is en dat onze aanwezigheid de Libanezen pijn doet, maar we hebben geen keus," zei Magida Yaacoub, een vluchteling in El-Kaa. "Waar kunnen we anders naartoe gaan?" De kosten die vluchtelingen maken om in Libanon te blijven zijn soms te hoog, maar de twee voor de hand liggende alternatieven zijn niemand’s idee van een welvarende toekomst. Enerzijds is Syrië nog in oorlog. Hoewel het veel van de kracht verloor die ooit was, is IS nog steeds een bedreiging. Veel vluchtelingen zijn bovendien gevlucht omdat hun huizen zijn gebombardeerd of verbrand of in beslag zijn genomen. Zelfs als er vrede is en de door oorlog gedecimeerde gebieden zijn herbouwd, dan nog zal er sprake zijn van sociale spanningen tussen moslims en andere minderheden. Het zal tijd kosten om te genezen. Begrijpelijkerwijs is er veel haat, wroken angst.

Vergeving lastig
Hana, een van de vele vluchtelingen zegt nadrukkelijk "nee" als haar wordt gevraagd naar het vergeven van wie verantwoordelijk zijn voor haar situatie. Samen met haar man vluchtte zij in 2011 naar Zahlé voor Islamitisch extremisme: zij hoorden een oproep van de lokale moskee dat alle christelijke mannen onthoofd en alle christelijke vrouwen in slavernij verkocht moesten worden, terwijl gewapende troepen rond hun stad in gevecht waren. "Ik voel veel haat tegen deze mensen. Ze hebben ons land, onze auto, het grotere en comfortabelere huis waarin we leefden afgepakt." Om twee banken voor haar eenvoudige kamerflatje in Zahlé aan te schaffen, moest ze familieland in Syrië verkopen.

God helpt ons
Verhuizen naar landen als Australië of Canada is echter niet makkelijk. "We zien dat degenen die naar westerse landen zijn vertrokken, niet bepaald in de hemel zijn, dus de meesten willen niet meer reizen," zegt Zeina Ammoury, directrice van de Melkitische Saint Rita School. Vorig jaar opende ze haar school voor ongeveer 100 Syrische christelijke vluchtelingen. "Het belangrijkst is ervoor te zorgen dat ze opgeleid worden, zodat ze niet naar de westerse landen moeten vluchten," zei Ammoury. Ze wijst op de nationale stabiliteit, maar ook op het belang van het behoud van de christelijke aanwezigheid in het Midden-Oosten. Ondanks de ontberingen en de uitdagingen die christelijke vluchtelingen in Libanon leven, zijn zij sterk in hun geloof. Niemand beschuldigde God voor zijn of haar situatie. Integendeel, zij beschouwen God als de reden van hun overleving. "De Heer zal ons helpen, Hij zal ons niet achterlaten," aldus Ramola, een van de vluchtelingen. "God heeft ons geholpen om uit Syrië te ontsnappen om hier vrede te vinden."