fbpx

Kerk vangt duizenden uitgezette Angolesen op

dinsdag, 14 juli 2015
Nieuws
Een Poolse priester van Kerk in Nood over het werk van de religieuzen voor de duizenden uitgezette Angolezen.

Een Poolse priester van Kerk in Nood over het werk van de religieuzen voor de duizenden uitgezette Angolezen.

"Een schaamteloze wraakactie." Zo wordt de uitzetting omschreven van 40.000 Angolese burgers in de afgelopen weken uit de Democratische Republiek van Congo en de Republiek van Congo. De internationale kerkelijke caritasorganisatie Kerk in Nood vertelt hoe de plaatselijke katholieke kerk toeschiet.

Twee jaar geleden begon Angola met het uitzetten van Congolese vluchtelingen die illegaal waren. Vandaar dat de recente verbanning van Angolesen algemeen beschouwd wordt als een wraakactie van de twee Congo’s. Deze uitzettingsactie verschilt echter van die van Angola, omdat zij gericht is tegen alle Angolesen, zelfs degenen die legaal in het land wonen.

Kerk in Nood-priesters Andrzej Halemba en Ulrich Kny bezochten de vluchtelingenkampen. Zij zagen daar "onvoorstelbaar lijden" en "afschuwelijke leefomstandigheden". De regeringen van de twee Congo’s zijn naar men beweert meedogenloos geweest in hun uitzettingsmethoden. Vaak vielen agenten onaangekondigd binnen en bevalen de Angolesen onmiddellijk te vertrekken, zonder familieleden of bezittingen.

Vluchtelingen moesten soms tussen de 800 tot 1000 km lopen, inclusief zieken, ouderen en jonge kinderen. Zwangere vrouwen moesten bevallen langs de kant van de weg. Veel mensen kwamen aan in het kamp terwijl ze dagenlang niets gegeten hadden.

De twee Angolese diocesen van Uije en Mbanza staan voor de zware taak duizenden vluchtelingen op te vangen, waarvan sommigen in erbarmelijke omstandigheden. Vijf ontvangstkampen zijn opgezet in Damba, ten noorden van Angola. De vluchtelingen krijgen er voedsel, kleding en onderdak. Ook vier franciscaanse kapucijnen en vier zusters van barmhartigheid helpen de vluchtelingen, en hebben hun klooster opengesteld.

"De religieuzen helpen zoveel ze kunnen", zegt pastoor Halemba. "Ze nemen mensen op, delen voedsel uit, en geven gebruiksvoorwerpen, luiers, medicijnen en kleding. Ook zorgen ze ervoor dat de vluchtelingen ingeënt worden tegen tetanus, polio en andere ziekten. Daarnaast proberen zij geestelijke en psychologische steun te geven aan de lijdenden."

Hoewel de religieuzen en parochievrijwilligers iedere dag voor honderden vluchtelingen zorgen, neemt hun aantal ook iedere dag toe. De bisschoppen van de twee Angolese diocesen hebben daarom Kerk in Nood dringend om hulp gevraagd. De caritasorganisatie hoopt op de vrijgevigheid van haar weldoeners.