Project

De Kerk wordt in Soedan vooral geaccepteerd vanwege haar bijdrage aan het onderwijs in het land. Voor de christelijke minderheid vormen de scholen de enige kans om naar school te gaan.

Doneer voor dit project

Stof en stenen huisjes die gemaakt zijn van leem en stro zo ver als het oog reikt. De huizen zijn niet te onderscheiden van de grond waar ze op staan. Bomen zijn er nauwelijks. De hoofdweg van de Soedanese hoofdstad Khartoem die naar het noorden gaat, schittert in de verstikkende hitte. De thermometer geeft een temperatuur van 45 graden Celsius aan. Via een zandweg met enorme kuilen erin rijden we op een gegeven moment een nederzetting binnen.

Tien jaar Soedan
In de gang van een school verwelkomt pastoor Daniele de gasten van Kerk in Nood met de woorden ''Welkom op de San Kizitoschool van Daressalam''. De school is vernoemt naar de jongste martelaar van Oeganda. De Italiaan behoort tot het Rooms-Katholieke aartsbisdom van Khartoem. Door zijn kennis van het Arabisch kan hij met de mensen van zijn parochie communiceren. ''Ik behoor tot het Neocatechumenaat en heb aan het grootseminarie van Beiroet gestudeerd. Ik woon nu al meer dan tien jaar in Soedan.'' Daniele verzekert ons dat hij nooit spijt heeft gehad van zijn verhuizing, maar zegt er wel bij dat ''het een vreselijk moeilijk terrein is voor pastoraal werkers.''


Dagloners
Dat heeft vooral te maken met de leefomstandigheden van de parochianen. “Het gaat hier om mensen die compleet ontheemd zijn. Onze parochianen zijn vooral afkomstig uit het Nubagebergte in het zuiden van Soedan. Ze leefden daar volgens de gewoonten en gebruiken in de dorpen en op het platteland. Hier, ver weg van waar ze vandaan komen, missen ze steun. Bijna iedereen is jaren geleden naar de omgeving van Khartoem gekomen, op zoek naar werk of op de vlucht voor de onrust in eigen land. In de meeste gevallen kunnen zij alleen de kost verdienen als dagloner en dit heeft een negatieve invloed op het zelfbeeld van de mannen. ''Velen hangen op straat rond wanneer zij zonder werk zitten. Anderen werken helemaal niet.” Volgens de traditie zijn mannen herders en strijders. Vanwege de oorlog en omdat er geen kudden meer zijn, werken de vrouwen.

In tegenstelling tot de ruim 90% van de Soedanese bevolking die Soennitische moslim is, zijn de inwoners van het Nubagebergte merendeels Christenen. Omdat het Christendom pas in de 19e eeuw naar Soedan kwam en nog niet echt helemaal geworteld is, gaan bij velen geloof en magie nog hand in hand. Daarom vindt pr. Daniele het uitermate belangrijke dat deze mensen meer vertrouwen krijgen in het geloof. “Ik wil deze mensen leren dat God ondanks alles, ondanks dat ze arm zijn, toch hen houdt.” De priester legt uit dat de mensen, die gewend zijn om in stammen te leven, dit vaak moeilijk kunnen begrijpen. En toch mag hij niet klagen over de opkomst voor de Mis. ''Er komen veel mensen naar de Mis, de kerk zit zondags stampvol.”' Pr. Daniele is de weldoeners van Kerk in Nood dan ook dankbaar voor de hulp bij het bouwen van de kerk. “In het leven van de mensen die slechts hutten en erbarmelijke huisjes gewend zijn, is dit de mooiste plaats.”

Waardevol en geliefd
Pr. Daniele bekommert zich vooral om kinderen. De school van de parochie is voor hem het belangrijkste middel. “Als de kinderen niet naar school kunnen gaan, zwerven ze de hele dag op straat. De ouders letten verder niet op hen. De meeste kinderen weten helemaal niet hoe het is om aandacht en liefde te krijgen en al helemaal niet binnen de kerk”. Daarom wil pastoor Daniele de kinderen een eigenwaarde geven. “We willen hen leren dat zij mensen zijn die door God worden gerespecteerd, die waardevol zijn en geliefd worden. Daarom luisteren wij naar hen en respecteren we ieder kind.” Juist omdat hun leefomstandigheden zo moeilijk zijn en ze uit grote en arme families komen, acht of meer kinderen is heel normaal, heeft de pastoor zijn hoop op school gevestigd. ''Hoe bescheiden onze hulpmiddelen hier ook zijn: zonder opleiding zouden deze kinderen nooit de kans hebben gehad op een beter leven.”

Geaccepteerd vanwege scholen
Het onderwijs is een van de steunpilaren van de kleine Katholieke Kerk in Sudan. Een overste die anoniem wenst te blijven: “De meerderheid van de Moslims en de staat zelf - een moslimstaat – accepteren ons vanwege onze scholen. Vanwege de demografische groei, de verstedelijking en de beperkte publieke middelen lukt het de staat niet om voldoende scholen te openen. Daarom is de staat blij met de hulp die de Kerk biedt. Alleen al in Khartoem hebben wij twintig publieke scholen. We krijgen bijna altijd toestemming om er meer te openen. Dit in tegenstelling tot de toestemming voor het bouwen van kerken, wat vaak wordt geweigerd. Er gaan zowel Christenen als Moslims naar deze scholen. En dat terwijl er nog veel te verbeteren valt. ''We hebben nauwelijks geld om de leraren te betalen of om boeken te kopen, geld dat ook onze leerlingen niet hebben.'' Maar er is niemand die wordt afgewezen wanneer hij of zij de onkosten van school niet kan betalen. ''Voor kinderen afkomstig uit arme gezinnen, is school de enige manier om een beetje regelmaat in het leven te krijgen.''

Kerk in Nood steunt het onderwijs van de Kerk uit overtuiging. Christine du Coudray-Wiehe, verantwoordelijk voor projecten in Soedan bij Kerk in Nood: “We vinden het erg belangrijk om dit project te steunen, want de meeste leerlingen zijn afkomstig uit Katholieke families uit Zuid-Soedan. Voor hen is het belangrijk dat zij naar een christelijke school kunnen gaan. Het is de enige manier om te voorkomen dat Katholieke kinderen thuis zitten en alleen Moslims naar school gaan.” Helpt u mee, zodat zij naar school kunnen?

Doneer voor dit project