fbpx

Katholiek echtpaar vergeeft moordenaar zoon

donderdag, 12 januari 2017
Persoonlijk verhaal
Een katholiek Pakistaans echtpaar heeft de moordenaar van een van hun kinderen vergeven. Hun zoon was een van de slachtoffers van de bomaanslag op een park in Lahore op Eerste Paasdag 2016.

Aartsbisschop Sebastian Shaw van Lahore vertelde Kerk in Nood hoe hij na een Mis met het echtpaar sprak. Het stel vertelde hem dat zijn preek over barmhartigheid en vergeving hun erg had geholpen “en dat zij de zelfmoordenaar hadden vergeven die zichzelf in die aanval opblies.” De aanval werd opgeëist door de groep Jaamat-ul-Ahrar, waarvan wordt beweerd dat zij banden heeft met Islamitische Staat. In totaal kwamen 78 mensen om bij de aanslag en raakten er meer dan driehonderd gewond.

Pakistaanse christenen hebben een aantal zelfmoordaanslagen op kerken en openbare plaatsen te verduren gekregen. Naast de aanslag op het park werden bijvoorbeeld in maart 2015 kerken in Youhanabad getroffen. Daarbij werden ten minste vijftien mensen gedood en tientallen anderen verwond.

De beveiliging van vieringen is sinds de aanslag in Lahore verbeterd, zegt mgr. Shaw. “Maar tegelijkertijd zijn mensen een beetje bang omdat, zoals met het afgelopen Pasen gebeurde, we weten dat we heel wel aangevallen zouden kunnen worden. Hij noemt het afgelopen Jaar van Barmhartigheid “een grote zegen voor de hele Ker ken speciaal voor de Kerk in Pakistan”. De gebeden en hulp van velen “hebben ons eraan herinnerd dat we in Pakistan niet alleen zijn”. Het Barmhartigheidsjaar “was een erg speciale tijd. De christenen van Pakistan zijn kampioenen van barmhartigheid”.

Een grote meerderheid van de 190 miljoen inwoners van Pakistan is moslim. De christenen vormen twee procent van de bevolking. Onder anderen Pakistaanse christenen worden met enige regelmaat slachtoffer van beschuldigingen van godslastering op grond van de beruchte blasfemiewet. Een van de bekendste zaken is die van Asia Bibi, de katholieke moeder van vijf kinderen die ter dood werd veroordeeld vanwege vermeende blasfemie. Hoewel er geen substantieel bewijs was en ze de aantijging altijd ontkend heeft, kreeg ze de doodstraf opgelegd. Ze zit al sinds 2009 in de gevangenis. Er zijn ook zaken waarin het niet eens tot een formele blasfemie-aanklacht komt. Zo werden eind 2016 vijf Pakistaanse mannen ter dood veroordeeld voor de moord op een christelijk echtpaar. Shahzad Masih (28) en zijn zwangere vrouw, ouders van drie kinderen, werden in november 2014 door een woedende menigte aangevallen en vermoord. Shahzad was er door een collega van beschuldigd pagina’s uit de Koran te hebben verbrand en de islam te hebben beledigd. In werkelijkheid bevatten de verbrande papieren magische spreuken en aanroepingen.

Een ander bekend slachtoffer is Salman Taseer. De islamitische gouverneur van Punjab werd door zijn lijfwacht vermoord omdat hij zich verzette tegen de blasfemiewet. De dader werd veroordeeld en is begin 2016 opgehangen. Onlangs werd bekend dat ook Salman Taseers zoon Shaan gevaar loopt. Hem hangt een aanklacht op grond van de blasfemiewet boven het hoofd. Ook werd hij via een fatwa ‘moordwaardig’ verklaard. Steen des aanstoots was een kerstboodschap die hij via Facebook verspreidde.

In het kritische rapport ‘As Good as Dead’ stelde mensenrechtenorganisatie Amnesty International kort voor Kerstmis dat “de meerderheid van de blasfemiezaken gebaseerd is op valse beschuldigingen”. Die komen voort “uit eigendomszaken of andere persoonlijke of familie-vendetta’s, in plaats van echte gevallen van godslastering, en ze leiden onvermijdelijk tot groepsgeweld tegen de hele gemeenschap”, aldus Amnesty, een gerechtelijk besluit aanhalend. Sinds de invoering van de wet in 1987 zijn volgens het rapport 622 moslims, 494 Ahmadi’s (een islamitische sekte – red.), 187 christenen en 21 hindoes beschuldigd van blasfemie-gerelateerde zaken. Overtreding van de Pakistaanse blasfemiewet kan met levenslange celstraf of zelfs de dood worden bestraft. Het gaat met name om ontheiliging van de Koran of van de naam van de islamitische profeet, Mohammed.

Bron: Katholiek Nieuwsblad – Catholic Herald