fbpx

Kameroen: “We leven nog omdat we in de kerk waren”

donderdag, 01 december 2016
Nieuws
In het noorden van Kameroen plegen terroristen van Boko Haram zeer regelmatig zelfmoordaanslagen.

Door Eva-Maria Kolmann

De mensen in Maroua-Mokolo hebben schrik. Het bisdom in het grensgebied met Nigeria vormt altijd opnieuw het toneel van aanslagen gepleegd door Boko Haram. Wanneer bisschop Bruno Ateba Edo onder een boom de Heilige Mis opdraagt, houden de gelovigen vaak elkaars handen vast en vormen ze een mensenketting. Zo willen ze vermijden dat zelfmoordterroristen zich ongemerkt onder de biddende menigte mengen. Voor de Mis begint, controleren vrijwilligers al wie de dienst wil bijwonen op wapens en springstoffen. Grote handtassen zijn verboden. “Een aanzienlijk deel van die zelfmoordaanslagen wordt door heel jonge daders gepleegd. Amper een maand geleden bliezen op de markt van Mora twee jonge meisjes zich op. Ze waren nog niet eens twintig jaar oud”, vertelt de bisschop aan de pauselijke stichting Kerk in Nood. “De mensen leven in voortdurende angst voor aanslagen. Ze hebben al een psychose ontwikkeld.”

Gebed is onze kracht
Het gevaar is bijzonder reëel op plaatsen waar grote menigten zich verzamelen. Toch laten de katholieke gelovigen zich er niet van weerhouden om bijeen te komen voor het gebed: “Het gebed is onze kracht en onze hoop. Wij hebben het gebed nodig! Wij willen bidden! Vooral het gezamenlijk gebed is een teken van hoop”, benadrukt bisschop Ateba. Toen in februari van dit jaar twee zelfmoordterroristen bij een aanslag op de markt van het dorp Mémé minstens twintig mensen de dood injoegen en er tientallen gewonden vielen, heeft het gebed zelfs mensen gered. “Op het ogenblik van de aanslag waren vele marktvrouwen en andere mensen uit het dorp net naar de kerk gegaan om aan het kruisweggebed deel te nemen. Ze zeggen: ‘We leven nog omdat we in de kerk waren. Zonder de kruisweg waren we nu dood.’”

Amper aandacht in internationale media
Bisschop Ateba is ontgoocheld dat de dramatische toestand in zijn bisdom amper aan bod komt in de internationale media. “Ik zou graag willen dat wat bij ons in het noorden van Kameroen gebeurt meer aandacht krijgt. Wanneer er iets gebeurt in Europa, gaat het nieuws onmiddellijk de hele wereld rond. Het is net een aardbeving. Maar wanneer er hier in Kameroen of in andere Afrikaanse landen mensen sterven, is dat geen belangrijk nieuwsitem. Sommigen denken wellicht dat de slachtoffers “toch maar Afrikanen” zijn. En dat terwijl men tegenwoordig zo vaak zegt dat de wereld een dorp is. De media moeten meer druk uitoefenen. Ze hebben de macht en de middelen daartoe. Ik zou tot de media willen zeggen: kijk heel aandachtig overal waar er iets ergs gebeurt en schenk er aandacht aan in uw berichtgeving!”

Humanitair probleem
Naast de spanningen die worden veroorzaakt door de terroristische aanslagen is er ook een humanitair probleem. In het bisdom Maroua-Mokolo wonen er immers nagenoeg 80.000 vluchtelingen uit Nigeria in een immens groot vluchtelingenkamp. “Velen van hen zouden graag naar hun vaderland willen teruggaan, maar ze hebben nood aan veiligheid en toekomstvooruitzichten! Heel wat van hen zijn daar al vier of vijf jaar en ze kunnen niet terug naar huis”, legt Mgr. Ateba uit. De katholieke vluchtelingen krijgen pastorale zorg van een Nigeriaanse priester die hun taal spreekt. Kerk in Nood heeft met € 14.900 geholpen bij de bouw van een kapel. Daarvoor is de bisschop de hulporganisatie heel dankbaar: “In het kamp wonen bijna 5.000 katholieken. Elke zondag worden daar nu twee Heilige Missen opgedragen. Een gebedsplaats is een belangrijk teken. Bedankt dat u ons geholpen hebt!”

Naast de Nigeriaanse vluchtelingen zijn er ook nog meer dan 50.000 Kameroeners die gevlucht zijn uit de dorpen nabij de grens, waar een bijzonder gevaarlijke toestand heerst. De meesten van hen hebben een onderkomen gevonden bij vrienden, kennissen of familieleden. Nu worden ze door de katholieke Kerk ondersteund. Kerk in Nood heeft vorig jaar € 75.000 noodhulp gespendeerd om die ontheemde mensen te kunnen verzorgen. De bisschop zelf is immers arm. Hij woont in een kleine kamer zonder badkamer. Hij beschikt niet eens over een bisschopskerk. Zijn rijkdom zijn de mensen in zijn bisdom.

En toch is er hoop
Hij is vooral verheugd over het feit dat er geen tekort is aan roepingen. Dertig jonge mannen uit het bisdom Maroua-Mokolo bereiden zich op dit ogenblik op het priesterschap voor. Dit jaar kon bisschop Ateba al twee priesters wijden en op het feest van Allerheiligen zal hij drie jonge toekomstige priesters tot diaken wijden. En er is nog meer heuglijk nieuws: ondanks de problemen met Boko Haram is er een “wondermooie dialoog” met de moslims, vertelt bisschop Atebe opgetogen . Vele islamitische kinderen – zelfs de zonen en dochters van religieuze leiders – bezoeken katholieke scholen. “De gewone moslims zijn tegen Boko Haram“, benadrukt hij.

Elke dag bidden de katholieke gelovigen na de Heilige Mis tot God voor vrede. De toestand is lichtjes verbeterd, want er wordt minstens een daling vastgesteld van het aantal gewapende aanvallen die Boko Haram in het verleden in het gebied uitvoerde. De terreurbeweging werd door gezamenlijke militaire acties van troepen uit Nigeria, Niger, Kameroen en Tsjaad verzwakt. “Hun hoop putten de mensen echter vooral uit hun geloof in God”, benadrukt de bisschop steeds opnieuw. “Wij vertrouwen op het gebed. Het gebed is onze kracht. Wij bidden omdat wij vrede nodig hebben. En ondanks de aanslagen blijven we bijeenkomen en samen tot God bidden om ons vrede te brengen!”

Kerk in Nood biedt in Kameroen jaarlijks hulp voor een bedrag van ongeveer 1,5 miljoen euro.