fbpx

Irak: Verraad de Christenen niet!

dinsdag, 14 juli 2015
Nieuws
Aartsdiaken Emmanuel Youkhana, die de humanitaire hulp voor Christelijke gezinnen in Irak coördineert, sprak onlangs met de internationale Katholieke pastorale hulporganisatie Kerk in Nood en...

Aartsdiaken Emmanuel Youkhana, die de humanitaire hulp voor Christelijke gezinnen in Irak coördineert, sprak onlangs met de internationale Katholieke pastorale hulporganisatie Kerk in Nood en deed een beroep op de westelijke wereld en de regering van Irak "om de waarheid te vertellen, namelijk dat Christenen systematisch worden belaagd met de bedoeling hen uit Irak te jagen". Hij kritiseerde het feit dat de Irakese regering dit ontkent en dat in de internationale media eveneens stemmen klinken die beweren dat de terreur "niet tegen Christenen maar tegen iedereen" is gericht. En toch waren de Christenen zonder enige twijfel het doelwit van de aanslagen, verklaarde hij, eraan toevoegend dat dit "bewuste plan om Christenen uit Irak te verjagen" niet met beleid wordt tegengegaan. Naar zijn mening doet noch de Irakese regering noch de internationale gemeenschap genoeg.

Aartsdiaken Youkhana zei met klem dat het niet genoeg is de gebeurtenissen die reeds plaats vonden, te veroordelen. Bijvoorbeeld, de Onze Lieve Vrouwe kathedraal in Bagdad, waar meer dan 50 mensen bij een aanslag afgelopen november om het leven kwamen, was al eerder: in 2004, doelwit van een aanslag geweest. "De veroordelingen leverden niets op" verklaarde hij met afschuw.

Hij voegde hieraan toe dat Irakese Christenen niet in de eerste plaats bevreesd zijn voor de huidige golf van aanslagen maar vooral voor de toekomst en wat "nog staat te gebeuren". Vooral bevreesd zijn zij voor de als maar voortgaande islamisering van hun samenleving. Nu al durfden vele Christelijke vrouwen de straat niet op zonder een sluier, aangezien de sociale druk zo groot is en degenen die als anders worden gezien niet worden geaccepteerd. Nog onlangs, voegde hij hieraan toe, werd de faculteit van muziek aan de Universiteit van Bagdad gesloten, omdat muziek wordt beschouwd als onverenigbaar met de sharia wet. Daarenboven hadden enkele vooraanstaande moslim geestelijken gescheiden onderwijs voor mannen en vrouwen aan de universiteiten geëist.

Youkhana kritiseerde ook het feit dat de Irakese grondwet discriminerend is jegens Christenen. Zij bepaalt bijvoorbeeld dat in het Constitutionele Hof van het land vooraanstaande Islamitische geestelijken altijd als rechters zitting moeten nemen. "De grondwet moet erkennen dat Christenen gelijke rechten bezitten en niet mogen worden afgedaan als tweede of derderangs burgers", beklemtoonde hij. Het was evenmin genoeg, zei hij "onze verzoeken om betere bescherming te beperken tot de kerken, en niets te doen voor de scholen, woningen en het gewone leven van elke dag".

Hij gaf als voorbeeld een Christelijke ingenieur die onlangs door de politie was gelast zijn huis te verlaten. Hij had te horen gekregen dat hij zijn buren boodschappen voor hem moest laten doen en zijn deur niet openen wanneer iemand aanklopte. "Maar hoe moet een gezin in dergelijke omstandigheden leven?" vroeg hij. Tegelijkertijd beschreef hij evenwel als "naïef" het voornemen van westerse landen om Irakese vluchtelingen op te nemen. Op die manier, zei hij, dragen zij er indirect toe bij om Irak van zijn Christelijke bevolkingsgroep te ontdoen. Daarentegen zouden de mensen moeten worden geholpen om in hun eigen woningen te blijven.

Christenen, zo zei hij, merken dat hun leven steeds meer aan beperkingen wordt onderworpen en hebben weinig hoop meer. Velen denken alleen maar aan vluchten. Hij schat dat van de meer dan een miljoen Christenen die eens in Irak leefden er thans slechts een 300.000 over zijn. Iedere week gaan er vier vluchten van Bagdad naar de Libanese hoofdstad Beiroet. De meeste passagiers zijn Christenen. Hij stelt vast dat veel gezinnen de beslissing om te vluchten in een opwelling schijnen te nemen. "In één enkele avond nemen zij het besluit uit hun woning, werk en alles wat hun voorvaderen hun over de eeuwen hebben nagelaten, weg te trekken", zei aartsdiaken Youkhana, eraan toevoegend dat velen zelfs vluchten uit de veilige streken waar geen geweld is, eenvoudigweg omdat zij geen toekomst voor zich zien, noch voor hun gezinnen.

De belangrijkste opdracht voor de Christelijke Kerken bestaat er, naar zijn mening, uit om de mensen meer vertrouwen en hoop te geven. "Al vë³ë³r de instorting van het land, waren de mensen inwendig gebroken. Het gehele land is getraumatiseerd", merkte hij op. Trauma therapie is vooral belangrijk voor kinderen en jonge mensen. De sociale schade die het land door de oorlog en de hevige binnenlandse conflicten heeft opgelopen, moet worden overwonnen en een gevoel van menselijke waarde hersteld. Hierin speelt de Kerk een sleutelrol, omdat zij aan de mensen een boodschap van hoop kan brengen en hen kan zeggen "Wees niet bang", meent hij. Maar natuurlijk is materiële steun ook essentieel, stelt hij. Tenslotte "preekte Jezus Zelf niet alleen, maar bood Hij de mensen ook tastbare en praktische hulp".

In de eerste plaats dient, zo zei hij aan Kerk in Nood, aan die gezinnen hulp te worden geboden, die uit de miljoenenstad Bagdad vluchten naar de kleinere steden in het noorden. Vaak zijn zij universitair geschoold, maar kunnen zij toch geen werk vinden en zijn zij genoodzaakt hun leven weer geheel opnieuw op te bouwen. "Op de eerste dag na hun vlucht is alles wat telt een veilige plaats om te slapen", zo zei Youkhana, "maar daarna dringt de behoefte zich op aan werk, infrastructuur, scholen".

En toch hing de toekomst van de Christenen in Irak niet van henzelf af, zo zei hij. De Irakese regering deed niets, waaraan hij toevoegde dat de Christenen "hulpeloos, maar niet hopeloos" waren. Maar hoop kan niet rusten op woorden alleen. Hij denkt dat het uiterst belangrijk is dat de media aandacht besteden aan de situatie van de Christenen. De universele Kerk en hulporganisaties als Kerk in Nood boden inderdaad "krachtige morele en materiële solidariteit, erkende hij, maar de Kerk had niet de capaciteit om te voorzien in de gehele infrastructuur of om politieke verandering te bewerkstelligen. Daar zouden de regeringsleiders van het land voor moeten zorgen, verklaarde Youkhana met nadruk.

Sommige deskundigen geven aan dat wat in Irak gebeurt de ernstigste Christenvervolging is uit de moderne tijd. Slechts een paar weken geleden verklaarde een Irakese groep die deel uitmaakt van de terroristische organisatie Al Qaida dat alle Christenen in het Midden Oosten "terechte doelen" zijn voor hun aanslagen. En aanslagen en ontvoeringen blijven zich maar herhalen.