Persoonlijk verhaal

Ismail al-Kanon (16) werd ruim een jaar gevangen gehouden en vaker met executie bedreigd dan hij zich kan herinneren. Een reportage over hoe hij twee jaar overleefde in het 'Kalifaat' van Islamitische Staat (IS) in Mosoel.

Door Richard Hall

Ismail al-Kanon (16) werd ruim een jaar gevangen gehouden en vaker met executie bedreigd dan hij zich kan herinneren. De mensen die hem gevangen hielden, strijders van Islamitische Staat (IS), vonden een afbeelding van Jezus bij hem, evenals twee kleine kruisbeelden. Ze namen hem deze af, verbrandden ze en zeiden dat ze hem zouden onthoofden als ze meer van dergelijke dingen bij hem zouden vinden. Ismail wist dat ze het meenden. Hij verstopte het laatste kruisje dat de IS strijders niet gevonden hadden in het kastje voor de ontvanger van de televisie. “Toen ik het daar achterliet, bedacht ik me nog dat je een kruisje niet alleen om je nek kunt hangen; je kunt het ook dragen in je hart.”

Het was een kleine daad van opstandigheid, een poging iets van zijn eigen identiteit te behouden en een symbool van hoop. Hij dacht bij zichzelf dat hij zou overleven en ooit terug zou komen om het kruisje op te halen. Twee jaar lang werden Ismail en zijn moeder, Jandar Nasi, gevangen gehouden door IS. Ze hadden reden genoeg om te geloven dat ze nooit zouden ontsnappen - nog meer dan de meesten die onder heerschappij van IS leefden.

Toen IS strijders in de zomer van 2014 de stad Mosoel innamen, gaven ze Christenen de keuze: ofwel bekeren tot de Islam, ofwel belasting betalen. Wie deze mogelijkheden niet accepteerde, “zou met het zwaard gedood worden.” Voor de ongeveer 100.000 Christenen die in het noorden van Irak woonden, was het een angstaanjagende boodschap. Het merendeel vluchtte naar de relatief veilige en semi-autonome regio van de Koerden, tezamen met tienduizenden Moslims, Koerden en leden van de Yezidi-minderheid.

Toch kon niet iedereen ontsnappen. “Wij bleven als enigen achter. Iedereen was weg,” aldus Ismail. Ismail en Jandar zijn Chaldeeuwse Katholieken, de grootste Christelijke denominatie in Irak. Ze woonden in Bartella, een Christelijk stadje ten oosten van Mosoel. Naarmate IS dichterbij kwam, liep het stadje met een rap tempo leeg. Ismail’s moeder was te ziek om te vluchten en dus verstopten ze zich in hun huis. Toen ze drie dagen later uit hun schuilplaats kwamen, was er bijna niemand meer te bekennen in de kleine stad. Ze begaven zich naar de hoofdweg en hielden een auto aan om hen naar Erbil te brengen, de hoofdstad van de Koerdische regio. Helaas kwamen ze niet verder dan een wegcontrole in Khazer, temidden van Mosoel en Erbil. “Het checkpoint werd bewaakt door enkele mannen. Ze vroegen me waar ik vandaan kwam. Ik zei hen dat ik een Christen uit Bartella was. Toen moest ik uit de auto stappen en sloegen ze me op mijn hoofd. Ze bonden mijn handen aan elkaar en namen ons mee naar Mosoel,” zei Ismail. “Dat was mijn eerste ontmoeting met de IS.” Hij wist toen nog niet dat dit het begin zou zijn van een twee jaar durende nachtmerrie.

Ismail is een atletische jongeman, lang van stuk en nog midden in de groei. Op het eerste gezicht komt hij misschien over als een verlegen jongen, maar die indruk verdwijnt snel zodra je met hem praat over een onderwerp dat hij interessant vindt. Naast video games en computers, is het verhaal van hoe hij kon ontsnappen aan de terreur van de IS zo’n onderwerp. Zijn drang om te overleven, zijn volharding en toewijding aan zijn moeder, die de nachtmerrie samen met hem beleefde, tekenen zijn verhaal.

Het verhaal begint bij de inval van Irak door het Amerikaanse leger in 2003. Ismail was toen drie jaar oud. Dat jaar markeert het begin van een serie opeenvolgende gebeurtenissen die het leven van Ismail tot op de dag van vandaag beïnvloeden. Ruim voor de komst van IS nam het aantal Christenen in Irak al gestaag af. Volgens de laatste volkstelling in Irak, in 1987, zouden er ruim 1,4 miljoen Christenen in het land leven. Velen van hen vluchtten in de jaren negentig, toen de sancties van de VS tegen Irak werden ingevoerd.

Nog meer mensen vluchtten naar Syrië, Europa en andere plekken in de wereld toen de Verenigde Staten en geallieerden Irak binnenvielen in 2003 om Saddam Hussein af te zetten. Temidden van de oproer rondom de Amerikaanse bezetting bloeiden extremistische groepen op, zoals al-Qaeda, die uit waren op de moord van Christenen. In 2013 telde Irak daarom nog maar 500,000 christelijke inwoners. Volgens een raport van de Irakeese regering schatten kerkleiders in het land de populatie momenteel op slechts 275,000 Christenen.

Bartella, de stad waar Ismail opgroeide, bleef echter een christelijke enclave met maar liefst zes kerken, waarvan er een dicht bij het huis van Ismail stond. Ismail diende regelmatig de Mis in zijn kerk. Geloof was erg belangrijk voor hem. Het deed hem dus veel pijn toen hij gedwongen werd zich te bekeren tot de Islam, enkele dagen nadat hij door de IS gevangen genomen was. “Een van de IS strijders vroeg ons waarom we ons niet bekeerden tot de Islam. We zeiden hem dat we dat niet wilden. Toen werd hij heel boos op me. Ze hielden een pistool tegen mijn hoofd en zeiden mijn moeder dat als ze zich niet zou bekeren, ze mij om zouden brengen. We waren doodsbang. Mijn moeder vroeg hem om wat tijd om na te denken.”

De mannen lieten hen kort alleen en gingen naar de cel naast die van Ismail en zijn moeder. Ismail kon alles horen wat er daar gebeurde. Een Sjiitische Moslim werd door de IS strijders gedwongen zich tot de Soennitische Islam te bekeren. Toen hij dit echter wijgerde, schoten ze hem dood. “Toen kwamen ze terug naar onze cel en namen ze ons mee [naar het lijk van de Sjiitische Moslim]. Ze zeiden dat als we ons niet zouden bekeren, ons hetzelfde zou overkomen,” aldus Ismail. “Mijn moeder stelde voor dat we deden wat ze van ons verlangden, zodat ze mij niet zouden ombrengen. Dus stemde we in en bekeerden we ons. Ze vroegen ons de Shahada op te zeggen [de Islamitische geloofsbelijdenis] en dat deden we.” Deze gedwongen bekering heeft hen weliswaar het leven gered, maar het voelde niet echt. Ismail droeg nog altijd een kruisje onder zijn shirt. Hij en zijn moeder stonden onder huisarrest en werden regelmatig van het ene naar het andere huis overgeplaatst, waarbij IS strijders hen herhaaldelijk mishandelden. “Elke dag kwamen ze bij ons langs om ons hun gebeden te leren. Telkens als we een gebed niet juist konden opzeggen, sloegen ze ons.”

Hij was er getuige van hoe zijn moeder herhaaldelijk vernederd en geslagen werd. “Mijn moeder heeft epilepsie. Telkens als ze een aanval kreeg, vergat ze wat ze geleerd had. Ze leerden haar iets en kwamen de volgende dag terug om haar hierover te ondervragen, maar ze wist het antwoord niet,” zei hij. “Wanneer ze het antwoord niet wist, staken ze haar met een naald en zeiden haar dat er bloed zou blijven vloeien tot ze het antwoord wel zou weten.”

Ismail bracht de tijd door met het spelen van video games op zijn laptop. Hij speelde haast elke dag ‘Grand Theft Auto’ – maar nooit in het bijzijn van de IS strijders. Soms ging hij naar de markt om mensen te kijken. Toch was hij vreselijk eenzaam. Hij kon niet met anderen praten. “Soms ging ik zwemmen in de rivier, of bezocht ik het marktplein om me te mengen met de mensen. Maar ik was te bang om met iemand te praten, omdat ze dan misschien zouden ontdekken dat ik een Christen was en me daarvoor zouden straffen.”

Verveling en isolatie gingen gepaard met angst. “In al die tijd zijn ze zeven keer bij me langs geweest om me te arresteren. Ze namen me dan mee en stopten me in een gevangenis. Soms moest ik daar wel drie dagen blijven. Iedere keer kreeg ik 25 zweepslagen en schoren ze me kaal om me vervolgens weer te laten gaan.”

Ismail en zijn moeder probeerde diverse keren te ontsnappen, maar al hun pogingen werden ontdekt en bestraft. Twee keer wachtten ze tot hun IS-bewakers weg waren om liftend de stad uit te komen. Maar steeds strandde hun poging bij een checkpoint van de IS. Toen ze gevangen genomen werden, was Ismail maar 14 jaar oud. Toch zorgde hij met ijver voor zijn moeder.

Jandar (54) is niet meer mobiel. Ze verblijven nu in een kantoorgebouw in Erbil dat onderdak biedt aan Christelijke gezinnen die voor de IS gevlucht zijn en zijn moeder is blij dat ze nog leven. “Hij is een geschenk van God. Hij heeft me van de dood gered,” zegt ze over haar zoon. “Ze hebben hem vaak gemarteld. Zonder hem, was ik er niet meer geweest.”

Tijdens hun gevangenschap volgde Ismail het nieuws elke dag. Hij wist dat het Irakeese leger een offensief zou beginnen om Mosoel te heroveren en wilde daarom zo dicht mogelijk bij de gevechtslinie komen om te ontsnappen. Toen het leger de rand van de stad naderde, moesten ook hun bewakers meevechten. Ismail en zijn moeder konden zodoende het huis waar zij gevangen zaten ontvluchten en vonden een leegstaand appartement vlakbij de frontlinie.

De buurt waar ze zich bevonden, Samah, werd belegerd en overal om hen heen werd er gevochten. “IS-strijders bezetten er de daken van de gebouwen. Toen ze ons zagen vluchten, begonnen ze ook op ons te schieten. Ze richtten op mijn moeder, maar de kogels raakten alleen haar kleren. Ze had wel dood kunnen zijn.” Ondanks dit grote risico, waren ze vastberaden niet om te keren. “We zouden het leger bereiken of omkomen bij onze poging. Alles was beter dan bij IS blijven. Ik nam een stuk wit papier, bond het aan een stok en daarmee renden we naar het Irakese leger,” zei hij. Eindelijk ontsnapte hij aan de IS en was hij bevrijd.

“Ik kon het niet geloven. Ik zag de gezichten van de soldaten. Ze hadden geen baarden en hun gezichten straalden als felle lichten. De IS strijders waaronder ik mij zo lang bevond, met hun behaarde gezichten, zagen er uit als apen. Als mensen uit het stenen tijdperk,” zei hij. Ismail en zijn moeder werden opgevangen in een kamp voor ontheemden ten oosten van Mosoel. Ze bleven daar enkele dagen en vertrokken vervolgens naar Erbil. Daar wonen ze nu in een verlaten kantoorgebouw.

Ze hebben veel geluk gehad om te kunnen ontsnappen en het er levend vanaf te kunnen brengen. Volgens sommige kerkleiders in Irak zijn er meer dan 500 Christenen gedood tijdens de bezetting door IS. John Kerry, de voormalige minister van Buitelandse Zaken van de VS, zei dat de IS “verantwoordelijk is voor een genocide in de bezette gebieden onder diverse groepen, waaronder Yazidis, Christenen en Sjiitische Moslims.”

Maar Ismail voelt zich helemaal niet zo gelukkig. Zijn gevangenschap heeft een enorme impact om hem gehad. “Ik ben geestelijk en fysiek uitgeput,” legt hij uit. “Mijn gevoelens voor IS zijn dat ik ze compleet wil uitroeien. Tegelijkertijd weet ik dat ons geloof dit soort wreedheid niet goedkeurt. De Bijbel zegt immers: “Als iemand u op de wang slaat, biedt hem dan ook uw andere wang aan.”

Ismail denkt dat het kruisje dat hij verstopt heeft nog steeds op dezelfde plek ligt. Lang dacht hij dat hij ooit terug zou keren om het weer op te halen. Maar nu weet hij het niet meer zo zeker. “Ik wil Irak verlaten. Het land is verwoest.” Zijn moeder knikt stilzwijgend haar hoofd en stemt toe.

Bron: AINA

Doneer