Persoonlijk verhaal

Het verhaal van een jongeman uit Kameroen die velen tot het priesterschap bracht.

Door Eva-Maria Kolmann

Elke dag maakte de jonge Jean-Thierry ijsjes van twintig liter citroensap die hij op straat verkocht. Ondanks zijn droge keel, door hitte en stof in de lucht, nam hij nooit een ijsje voor zichzelf. Hij deed dit werk om de kost te verdienen voor zijn ouders, want zijn familie was arm. In zijn hart droeg de jongen een groot verlangen: hij wilde worden zoals Jezus! En om dit mogelijk te maken, wilde hij priester worden.

De jongen die nooit een ijsje voor zichzelf nam en wilde worden zoals Jezus, werd uiteindelijk nooit tot priester gewijd. In 2006 overleed hij op 23-jarige leeftijd. Toch hebben vele andere jonge mannen in Kameroen en nabijgelegen landen hun roeping gevonden dankzij hem, want toen hij stierf, was Jean-Thierry Ebogo bekend om het heilige leven dat hij had geleid, ook wel fama sanctitatis genoemd. Al in 2014 is het zaligsprekingsproces op het diocesane niveau voltooid en dus draagt Jean-Thierry de titel “Dienaar van God”. Duizenden mensen woonden zijn begrafenis bij en zelfs vandaag nog voelen velen zich tot hem aangetrokken. In grote getalen bezoeken mensen zijn graf. Hij heeft velen geholpen. Voor zijn dood heeft hij beloofd om Afrika een “regen” van roepingen tot het priesterschap te geven. Het lijkt erop dat hij zijn belofte heeft waargemaakt...

Jean-Thierry was eigenlijk maar een gewone jongen. Hij was vrolijk en behulpzaam, geliefd bij zijn vrienden, maar ook bij de meisjes. Hij is geboren in Bamenda, op 4 februari in 1982. Al op vijf- à zesjarige leeftijd raakte hij geboeid door missionarissen in zijn omgeving en de kruisjes die zij om hun nek droegen. Vanaf dat moment groeide zijn verlangen om priester te worden steeds sterker. Op dertienjarige leeftijd schreef hij verschillende gedichten, waarin hij zijn diepe en zachtmoedige vroomheid tot uitdrukking bracht. “Ik vertrouw mijn leven aan U toe, mijn wezen in alle eeuwigheid. Kan ik elders beters vinden? Nee, U bent waarlijk het beste, hiervan heb ik het bewijs. U heeft mij geschapen, U heeft mij gemaakt. Met Uw liefde heeft u mij gekroond.”

Het bleef echter niet bij mooie woorden. Zonder enige twijfel volgde hij de roep van God. Op eenentwintigjarige leeftijd trad hij in het klooster van de Ongeschoeide Karmelieten in Nkoabang en in 2004 trad hij in het novitiaat en ontving hij de naam “Jean-Thierry van het Kind Jezus en het Lijden”. Deze twee mysteries zouden een grote rol spelen in zijn toekomst: een jeugd vol vertrouwen op God als discipel van de Redder en de zware Kruisweg die hij samen met Christus leed. Het zijn twee kanten van dezelfde munt, een mysterie dat de jonge Jean-Thierry zeer aantrok. Slechts enkele weken nadat hij in het novitiaat getreden was, werd er een kwaadaardige tumor ontdekt in zijn rechterbeen. Zijn been moest geamputeerd worden, maar de jonge monnik accepteerde de hevige pijn en al het lijden wat hiermee gepaard ging met volledige overgave aan de Wil van God en met een glimlach die nooit bezweek. Hij droeg zijn lijden op voor zijn roeping tot monnik en het priesterschap.

In 2005 werd hij voor behandeling naar Italië gebracht, maar hij had al uitzaaiing. In het ziekenhuis in Milaan waar hij naartoe gebracht werd, zei de dokter: “Wie hebben jullie mij gebracht? Dit is een ware heilige!”, want ze kon niet geloven dat iemand een zulk lijden kon doorstaan zonder ook maar één keer te klagen. Hij was in kritieke toestand en had veel pijn. Toch was zijn enige zorg of hij nog wel tot priester gewijd zou kunnen worden. “Ik wil alleen genezen zodat ik tot priester kan worden gewijd,” zei hij.

Met speciale dispensatie mocht hij de definitieve gelofte in de orde afleggen op 8 december 2005, de feestdag van de Onbevlekte Ontvangenis, op zijn kamer in het ziekenhuis, met zijn moeder aan zijn zijde. Zijn priesterwijding mocht hij echter niet meer meemaken, want hij stierf kort na het afleggen van de gelofte op 5 januari 2006. Omdat zijn moeder geen verblijfsvergunning meer had in Italië en terug moest keren naar Kameroen, kon ze niet bij hem blijven. Toen ze afscheid namen van elkaar op 26 december, wisten ze beiden dat ze elkaar niet meer zouden treffen in deze wereld. Jean-Thierry zei tegen zijn moeder: “God’s Wil geschiede! Mama, bij mijn geboorte heb je mij aan Hem toevertrouwd. Het is hetzelfde als wanneer je een klein geitje geeft aan een vriend als je hem bezoekt. Later vraag je ook niet aan de vriend wat hij met het geitje gedaan heeft. Hij kan het hebben opgevoed, of het hebben opgegeten. Welnu, ik ben dat geitje voor God. We moeten Hem niet vragen wat Hij met het geitje gedaan heeft, dat jij Hem bij mijn geboorte hebt gegeven.” Vlak voor zijn sterven, sprak hij zijn laatste woorden: “Hoe mooi is Jezus.”

Het grote verlangen van de jonge Jean-Theirry van het Kind Jezus en het Lijden mocht niet uitkomen. Desondanks hebben zijn heilige lijdensweg en zijn dood de harten van vele jonge mannen geopend voor de roep van God, zoals het zaadje dat op goede grond valt, moet sterven voordat het vrucht kan dragen. Vooral in Kameroen en de Centraal-Afrikaanse Republiek zijn velen tot de Karmelieten toegetreden en zitten de seminaries vol. Toch is hij niet alleen een voorbeeld in Afrika. Kardinaal Angelo Scola, aartsbisschop van Milaan, waar Jean-Thierry gestorven is, sprak 2014 bij het afsluiten van de diocesane fase van het zaligsprekingsproces in: “Wij waren degenen die het Evangelie naar alle landen van de wereld brachten en nu verwelkomen we met grote vreugde de evangelisten en getuigen uit die landen.”

Op zijn zeventiende schreef Jean-Thierry in één van zijn gedichten: “Ik ben zeker van geluk. Ik zal leven.” Door deze zekerheid en de manier waarop God in zijn leven gewerkt heeft, is de jongen uit Kameroen ook een geschenk voor de Kerk in Europa geworden.

Doneer