Persoonlijk verhaal

Huis voor huis worden de vernielingen die IS in augustus 2014 na de verovering van de christelijke dorpen in de Vlakte van Nineve in Irak heeft aangericht ongedaan gemaakt. In het “Centrum voor de Heropbouw van Nineve“ (Niniveh Reconstruction Center) wordt de heropbouw van de christelijke dorpen gecoördineerd. Elke dag opnieuw worden hier met pleister en bakstenen kleine overwinningen behaald op de terreur van de Islamitische Staat (IS).

“Toen ik in maart 2017 na de bevrijding van Qaraqosh voor het eerst weer hier naartoe kwam, was alles ofwel vernield ofwel beschadigd. Alles bood een bijzonder trieste aanblik. Maar toch zag ik toen al dat we dat zouden kunnen herstellen“, aldus Sabah Zakaria. De 60-jarige ingenieur is verantwoordelijk voor de technische coördinatie van de wederopbouw. Met zijn team van 70 ingenieurs gaat hij die enorme uitdaging aan. Het gaat er immers om de bestaansmiddelen en de levensomstandigheden van de Christenen in Irak te herstellen. “Huizen zijn misschien niet alles, maar zonder bewoonbare huizen is alles echter niets“, merkt Zakaria op. Hij benadrukt dat het even belangrijk is om de veiligheid van de burgers te garanderen als het scheppen van arbeidsplaatsen.

Kerk in Nood geeft zeer aanzienlijke steun aan het wederopbouwwerk van de ingenieurs. Ook het huis van Zakaria zelf werd dankzij de hulp van Kerk in Nood gerepareerd. De geïnvesteerde inspanningen hebben resultaten opgeleverd, aldus de ingenieur. “Het is een grote vreugde om vast te stellen dat het leven terugkeert in onze mooie thuisstad“, zo vertelt hij. Qaraqosh was vóór 2014 de grootste christelijke stad van het land met meer dan 50.000 inwoners en is inmiddels opnieuw een Iraakse stad die bruist van leven.

Uiteraard zitten de straten nog altijd vol putten en gaten. De overheid heeft geen geld om die te repareren of heeft andere prioriteiten bepaald. In de hoofdstraat gonst het echter van activiteit. In hun winkels bieden handelaars vlees, groenten en huishoudartikelen aan. Auto’s en voetgangers gaan de strijd met elkaar aan om voorrang te krijgen. De cafés worden druk bezocht. Mannen spelen er kaart of oosterse bordspellen. Voor het eerst heeft hier zelfs een Italiaans restaurant de deuren geopend. “De normale situatie is voor 80 procent teruggekeerd“, zegt Zakaria en hij ziet de toekomst optimistisch tegemoet. Nagenoeg de helft van de bewoners van Qaraqosh is ondertussen immers naar de stad teruggekeerd.

Bij hun wederopbouwwerkzaamheden worden de ingenieurs ondersteund door een team van jongeren. Een van hen is Amjeed Tareq Hano. De 28-jarige zit goedgeluimd in zijn kantoor. Voor hem ligt een stapel documenten. “Dat zijn aanvragen voor steun”, licht de vrijwillige helper toe. “Naargelang van de ernst van de schade worden verschillende hulpbedragen toegekend. De voorwaarde voor de toekenning van steun is dat de bezitters zelf in het huis wonen en dat ze meehelpen bij de renovatiewerken. Op die manier besparen wij kosten en kunnen wij meer mensen helpen.“

Amjeed was al als vrijwilliger bij de heropbouw betrokken toen hij zelf nog vluchteling was in Ankawa, een christelijke wijk van de Koerdische hoofdstad Erbil. Na zijn opleiding tot verpleger werkte hij in medische hulpposten waar noodhulp werd verleend en die voor de Christenen daar waren opgezet. “Zonder de steun van de Kerk zouden wij als vluchtelingen niet hebben kunnen overleven. Ook nu is dat nog altijd zo: indien Kerk in Nood niet zou helpen, dan zou er hier geen vooruitgang worden geboekt.“ Van zijn beslissing om samen met zijn ouders, zijn twee zussen en zijn drie broers in augustus 2017 terug te keren, heeft Amjeed nog geen seconde spijt gehad. Het is echter allesbehalve gemakkelijk om hier elke dag opnieuw een normaal leven te leiden. Drinkwater bijvoorbeeld moet uit tanks worden afgetapt. Het heeft een doordringende chloorgeur. “We moeten alles eerst koken voordat we het kunnen drinken.“ Ook de stroomvoorziening kan alleen door middel van generatoren worden verzekerd. De wegen zijn in een erbarmelijke staat.

Door de regering wordt geen dollar ondersteuning ter beschikking gesteld. Door dat alles laat Amjeed zich echter niet ontmoedigen. “Uiteraard is het allesbehalve veilig om in Irak te wonen. Maar het is nu eenmaal mijn vaderland.“ Vele vrienden en familieleden van de jonge man wonen in het buitenland, vooral in Australië. “Ik mis hen, we hebben hen hier hard nodig.“ Ondanks de pogingen om hem te overtuigen te doen zoals zij en Irak te verlaten, is emigratie voor Amjeed helemaal geen optie. “Ik ben jong en heb mijn leven nog voor mij. Met Gods hulp wil ik mijn leven in mijn vaderland Irak doorbrengen. Ik zou iedereen willen bedanken die dit mogelijk maakt.“

Tekst: Oliver Maksan

Doneer