fbpx

“Het was Gods wil Zijn kinderen te dienen”

Project

Op de enige asfaltweg naar Bereina verspert een tiental jonge mannen de weg met een olievat. Sommigen dragen kapmessen. “Geef maar een paar munten”, vertelt chauffeur Allan aan zuster Caterina, die het stuur halverwege de rit van hem heeft overgenomen. “Vorige week is een van hen aangereden door een vrachtwagen die niet wilde stoppen.” De kapmessen die sommigen bij zich dragen, geven sowieso de indruk dat het geen vrijwillige donatie betreft. Gelukkig zijn ze tevreden met weinig geld. Nog wel. De missie van de Kerk in Papaoe Nieuw Guinea kent zijn uitdagingen…

De van oorsprong Italiaanse Gemeenschap van Jezus de Goede Herder werkt sinds drie jaar in Bereina, zetel van het gelijknamige bisdom in een bijzonder arme deel van Papoea Nieuw Guinea. Dertien jonge zusters uit Italië, de Filipijnen en Vietnam en een Italiaans gezin dragen zorg voor de kleuterschool, maar weten bovenal een hechte lokale gemeenschap te smeden. De parochie vaart wel bij hun vreugdevolle evangelisatie. Kinderen bidden, voormalige straatjongens leren vaardigheden met de bouw van klaslokalen en steeds meer families zetten zich in voor de Kerk en de school. Hoewel gezegend, kennen ze ook de nodige tegenslagen en offers. Zoals de moord op Richard, een van ‘hun straatjongens’ eind vorig jaar. Geweld en verwaarlozing blijven een probleem.

God heeft hem veranderd
Allan, hun chauffeur, is de lokale steun en toeverlaat van de gemeenschap. Zelf zijn hij en zijn vrouw Catherine de zusters dankbaar. Dankbaar omdat een van hun kinderen naar de school van de zusters gaan, maar ook omdat Allan dankzij de zusters zijn leven beterde. “Ik was een dronkaard. Als ik met vrienden eenmaal begon, dan bleef ik drinken tot het ochtendgloren. Ik dronk nog steeds toen zuster Caterina me ernaar vroeg. Ik zei ‘ja, ik ben een dronkaard.’ Ik weet niet wat er toen gebeurde. Als ik een slok nam van mijn bier, smaakte het niet meer.” Catherine: “Ik ben blij dat we het nu beter hebben. De zuster of de goede God hebben hem veranderd.” Vol enthousiasme laten ze het stuk land zien waarop beiden nu hard werken aan een betere toekomst. Zuster Caterina: “Allan is een goed voorbeeld voor de straatjongens. We hebben 37 jongens van de straat tussen 16 en 24. Ze helpen ons met de bouw van klaslokalen, bakken de hosties, binden boeken voor de scholen en helpen hout te verzamelen voor het koken.”

Zingeving door sacramenten
Andrew Mika, een van de jongens: “Ik ben in groep vijf van school gegaan en niet meer teruggekeerd. Ik zwierf rond en dronk alcohol.” Hij lacht. “Op straat is dat het belangrijkste. Ik woonde thuis, maar luisterde niet naar mijn ouders en hing op straat rond. Later begon ik ook wiet te roken. Ik ontmoette een priester, pastoor Peter, een oude man die onze taal sprak en me op straat aansprak over de sacramenten, zodat ik mijn leven zin zou geven. Toen besloot ik bij de jeugd van de parochie te gaan. Elke morgen kwam ik naar de Mis. Toen de bisschop en de zusters me elke dag zagen, nodigden ze me soms uit voor ontbijt. Toen zijn we begonnen bakstenen te maken voor de school. Ik leerde van hen. De zusters zijn genereus. Als we moeilijkheden hebben in ons leven, helpen ze ons met oplossen. Ook leggen ze uit wat goed is en wat niet, zoals betelnoot en alcohol als ‘jungle juice’ en bier. Langzaamaan stoppen we.”

Voorheen nam ik wraak
De moord op Richard, zijn neef en beste vriend, schokt hem nog steeds. “We waren samen toen de zusters hier kwamen. We hielpen de zusters, hij ook. We vierden samen dat een van hen tien jaar zuster was. Toen ging hij naar buiten om zijn fiets te halen. Toen hij voorbij kwam, sloeg een dronken jongen hem met een fles. We brachten hem naar het ziekenhuis, maar hij stierf. Zijn broer nam wraak en zit nu in de gevangenis. Zijn familie was betrokken bij overvallen en verkrachtingen, maar Richard was een goede jongen.” Hij vervolgt bedeesd. “Voorheen had ik ook wraak genomen. Als iemand tegen me vocht, nam ik wraak. Maar toen zuster erover sprak, was ik ervan overtuigd dat wraak niet goed is en ben ik gestopt. Voorgoed.”

Andrew heeft zijn prioriteiten nu op orde. Hij leert veel van Matteo, een Italiaans lid van de Gemeenschap van de Goede Herder die timmerman is. “Ik heb besloten dat ik ingenieur wil worden. Als dat Gods plan is. Ik studeer hard en zij helpen me studeren. De zusters houden van ons. Ze geven ons veel en delen met ons.” Zelf bouwt hij gratis mee. “Ik wil helpen en aan mijn onderwijs werken. Ik wil iets leren en maak me geen zorgen om mijn salaris. Sommigen roddelen over me. Mijn ooms zeggen wel eens ‘Waarom geven ze je geen salaris, maar ben je altijd daar?’ Maar ze kennen mijn gedachten niet. Ik heb plannen voor mijn toekomst.”

Toekomst voor de kinderen
Zuster Girlyn Comaña (25) werkt evenmin voor een salaris. De Filipijnse wist op haar zestiende al dat ze geroepen was haar moeder te verlaten die een winkeltje heeft en haar vader, een visser. Ze brachten haar een sterk geloof bij in God. Drie jaren geleden deed ze haar definitieve geloften: “Ik behoor tot deze gemeenschap. Het is mijn nieuwe familie. Door de mensen om mij heen ontdekte ik hoe God me naar deze gemeenschap leidde en hoe blij ik hier was. Het is Gods wil dat ik zuster ben geworden en om mijn leven te offeren voor het welzijn van de kinderen, om de kinderen en jeugd te dienen.” Natuurlijk kostte het tijd om de kinderen uit Papoea Nieuw Guinea te leren begrijpen.

“Het was best moeilijk, hoe de kinderen leven in het dorp en dan naar school komen met mensen die niet uit Papoe Nieuw Guinea komen. Ze waren best wild in het begin. Nu kunnen we beter met hen omgaan; door begrip en vriendelijkheid en door hen liefde te laten ervaren en zich gewaardeerd te weten.” De kracht om met moeilijkheden om te gaan vindt ze in haar geloof en gemeenschap. “We komen elke dag naar de Mis en naar aanbidding. Aanbidding is prachtig, het is een ontmoeting met God en het moment waarop je kunt neerleggen waarover je je opwindt en je beklaagt.” Ze lacht. “En de gemeenschap helpt ook. Soms vind ik het moeilijk op te staan, maar dan hoor je iemand anders wakker worden. Iedereen stelt zijn eigen alarm in.”

Belangrijk is ook het gebed van anderen. “Bid voor ons, voor wat we doen. We zijn ook mensen en raken soms ontmoedigd. Bid dat we genereus zijn in het verrichten van Gods werk en voor onze gezondheid. Het is een ramp als we ziek zijn, dan kunnen we niets doen. En bid voor de geestelijke strijd. We vechten tegen onze grootste tegenstander. En materiële steun, want we kunnen veel doen voor de mensen hier.”

Kerk in Nood steunt de Kerk in Papoea Nieuw Guinea bij restauraties, pastoraal werk en met misintenties, waardoor priesters en religieuzen in arme parochies het hoofd boven water kunnen houden en leken de Kerk kunnen blijven dragen. Helpt u mee?