fbpx

Het dagboek van een parochie priester in Aleppo

dinsdag, 14 juli 2015
Nieuws
Vastklampen aan Christus en het dienen van de mensen van God. Een interview van Zenit.org met een plaatselijke priester over de huidige situatie in Syrië.

Een nieuwe escalatie maandagavond bereikt met de ontvoering van de twee in de al onhoudbare spanning van de Syrische tragedie: Mgr Gregorios Yohanna Ibrahim, bisschop van Aleppo van de Syro-orthodoxe kerk en Mgr Boulos el-Yazji, de orthodoxe bisschop van Aleppo. Een nieuwe last van angst en van het onbekende werd op de reeds getroffen harten van de Syrische christenen gelegd.

Wat zal er gebeuren na dit nieuwe kruispunt? Zenit interviewde een priester die volhardt in zijn land en in zijn parochie in Aleppo. Om zijn veiligheid, die van zijn familie en van zijn gemeenschap te beschermen, is zijn naam geheim gehouden. Hij zei zelf: "Mijn naam is niet belangrijk. Wat belangrijk is, is dat de stem en de getuigenis, het lijden en de hoop van de christenen wordt uitgeroepen."
We wilden van hem horen over de echo’s van het dagelijks leven, in de schaduw van het onbekende, in de schaduw van wat hij beschreef als een "georganiseerde" en systematische ‘stoornis". Wat verraste was om te horen dat ondanks de donkere en zwarte wolk die boven de Syrische situatie hangt, er niettemin een sprankje hoop is. Die niet voortkomt uit naïef optimisme, maar van een blik van geloof dat geworteld is in de woorden – die nu bewaarheid zijn – van St. Paulus: "Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdrukking, of benauwdheid, of vervolging, of honger, of naaktheid, of gevaar, of het zwaard? In feite, zoals hij schreef: Door U zijn we elke dag ter dood gebracht, worden we behandeld als schapen voor de slacht. Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars in de deugd van Hem die ons heeft liefgehad."
Deze kreet van hoop is geen esthetische lyriek, maar een dagelijkse realiteit die wordt vertaald in een bewuste keuze: om te blijven, niet voor het land, maar voor het volk van God, die – zoals de heilige Augustinus zegt – het maken van hun historische bedevaartsoord "te midden van de vervolgingen van de wereld en de vertroostingen van God."

ZENIT: De oorlog heeft een "noodsituatie kalender" opgelegd. Wat is je dagelijkse programma als priester?

Pater N: In de huidige situatie, is pastoraal werk zoals we altijd gewend zijn verdacht. Het is uitgegroeid tot een poging tot humanitaire hulp. De pastorale bezoeken en de verschillende activiteiten hebben een andere stijl gekregen om nauwkeurig te reageren op de huidige noodsituatie. Bijvoorbeeld, met de medewerking van het Syrische Comité voor de ontwikkeling, we hebben twee scholen omgevormd tot een plaats van opvang voor islamitische vluchtelingen, juist om aan te tonen dat de Kerk ten dienste staat van de mens, van iedere man, ongeacht zijn etnische of religieuze lidmaatschap.
Met betrekking tot de werken van liefdadigheid en het verlichten van het lijden, werken we als een parochie nauw samen met het Rode Kruis en Caritas.
In ieder geval blijven we de Mis vieren in gebieden die nog bewoond zijn, en we merken een toename van de dagelijkse bezoeken van de gelovigen. Christenen zijn begonnen met het zoeken van hoop, die afkomstig is van Christus die is opgewekt uit de doden!
Ik moet ook benadrukken dat heel veel priesters naast de leken toegewijd zijn in de materiële steun voor parochies en bisdommen.

ZENIT: Helaas is het feit dat zoveel kerken – ook zeer oude kerken, die het erfgoed van de gehele mensheid zijn- uit elkaar zijn verwoest.

Pater N: Goddank, heeft onze kerk nog geen directe bedreigingen ontvangen. Helaas werden er wel veel van onze parochianen bedreigd en moesten het land verlaten of in ieder geval hebben ze moeten verhuizen naar minder onrustige gebieden.
Maar ondanks dat onze kerk nog geen bedreigingen heeft ontvangen, zijn er autobommen gevonden in de buurt van kerken. Goddelijke Voorzienigheid heeft onze medeburgers toegestaan om het gevaar op te merken en dus konden de bommen uitgeschakeld worden voor hun explosie.

ZENIT: Wat verwachten de christenen in Aleppo van de Kerk?

Pater N: Mensen stellen ons elke dag vragen, maar ik denk dat iedereen het op dit punt eens is over dé vraag: moeten we het land verlaten of blijven en de christelijke aanwezigheid in de Levant behouden? Ik, en ik zeg het met oprechtheid, adviseer aan degenen die kunnen om weg te gaan zelfs als het tijdelijk is.
Het is waar dat we van Christus moeten getuigen in de dagelijkse chaos waarin we leven. Maar ik wil niet dat dit antwoord te idealistisch of te abstract is. De dagelijkse realiteit is tragisch en we wonen in grote wanorde. We weten niet wanneer we in de ochtend uit onze huizen vetrekken of we in de avond terug zullen keren. Vanwege dit, is mijn antwoord aan mensen dat: een ieder zich moet plaatsen voor zijn eigen geweten en zijn keuzes wegen, de situatie van zijn familie, en om de keuze in te geven door het onderscheidend vermogen van de wil van God.
We kijken naar dingen met realisme: wat kan de kerk nu bieden, concreet, aan de Syrische christenen? Wij zijn meer dan dankbaar voor de steun van alle christenen en in het bijzonder aan Paus Francis met zijn herhaalde oproepen in de gunst van zijn ‘geliefde Syrië. "We zijn ook dankbaar voor de steun die aankomt. Echter, de waarheid blijft dat een mandje van voedselhulp niet voldoende is. De christenen van Aleppo en Syrië willen zekerheid, vooruitzichten, hoop. Door hulp, als we niet gedood worden, kunnen wij een week, een maand, misschien zelfs een jaar overleven, en dan? Daarom moet ieder zijn eigen antwoord geven op basis van zijn geweten en zijn mogelijkheden.

ZENIT: En waarom ga je Syrië niet verlaten?

Pater N: Ten eerste want Syrië is mijn land en ik als Christen behoor tot deze natie. Ten tweede, en nog belangrijker, voor mijn priesterlijke missie. Ondanks alle zekerheden en mogelijkheden die ik heb om het land te verlaten (zoals een verblijfsvergunning in een vreemde staat, en de mogelijkheid van het krijgen van een visum), blijft Christus’ oproep voor mij als priester: om de glimlach van hoop te bieden , niet mijn persoonlijke glimlach of die van de kerkelijke instellingen, maar die
van Christus zelf!

Alleen wanneer hier niet langer christenen zijn, zal ik klaar zijn om het land te verlaten. Wat ik voel in mezelf is dit: als ik het land zou moeten verlaten, zou ik een meer bittere pijn hebben dan de dood, die van het verlaten van vrienden en kinderen met wie ik geleefd heb in goede tijden en die ik nu, in de tijd van de storm, in de steek laat.

ZENIT: Wat betreft de ontvoering van de twee bisschoppen. Welk gewicht heeft dit op je geest en die van uw parochianen?

Pater N: Het was een grote schok. Het liet ons met een sterk gevoel van ontzetting en angst achter. De vraag die we ons afvragen is dit: als zij deze heilige plaatsen schenden, wat zal hun volgende stap zijn? Vervolgens, is de grote vraag: welke betekenis heeft deze ontvoering? Welke zin is er in de ontvoering van twee bisschoppen die bekend staan voor het feit dat ze zichzelf niet sparen en proberen de partijen aan de tafel van dialoog te krijgen? Welke zin heeft de ontvoering van twee personen waarvan de doelstelling eendracht en vrede is?
Hun ontvoering is een aanval tegen de dialoog en vrede. Dit is de tegenstrijdigheid. Dit is de tragedie. Het is een dom en arrogant gebaar dat geen enkele wijsheid of beleid belichaamt, noch sociale noch religieuze.

ZENIT: Welk woord klinkt het luidst in het licht van het mengsel van afschuw, angst, moed, verzet en overgave?

Pater N: Het antwoord dat ik geef voor het luidste woord dat overblijft is dit: in Christus verblijven. Dit verblijven is niet gebaseerd op zwakte in het gezicht van de kracht van de agressor, maar is gebouwd op de dagelijkse mis, waarin we elke dag worden gevormd gelijk aan de hoop van de opstanding in de gekruisigde Christus. Hij is onze dagelijkse voeding en ons bolwerk in deze storm. In het gezicht van deze wanhoop, roepen we uit: Christus is onze hoop.

Bron: Zenit.org
Bron foto: Orthodoxekerk.nl (De foto is een foto van de verwoeste St. Mary’s Syrian Orthodox Church in Dair Al-Zor vlakbij de rivier Eufraat.)