Project

Joden en Christenen, Israëliërs en Palestijnen willen de geweldspiraal doorbreken. Kerk in Nood ondersteunt dit verzoeningsproject.

Doneer voor dit project

Door Oliver Maksan

Het Heilig Land wordt geteisterd door geweld. Sinds de herfst van 2015 is er nauwelijks een week voorbij gegaan zonder geweld tussen Israëliërs en Palestijnen. Ongeveer 30 Israëliërs hebben hun lever verloren door Palestijnse aanslagen. Ongeveer 180 Palestijnen zijn gedood terwijl ze zich verdedigden of tijdens gewelddadige botsingen met Israëlische veiligheidstroepen. Honderden zijn gewond geraakt. Maar hoe kan men uit deze spiraal van de haat breken? Hoe kunnen Joden en Palestijnen nader tot elkaar worden gebracht?

“Iedereen hier is diepgaand verwikkeld geraakt in het conflict. We hebben hier te maken met twee getraumatiseerde volkeren”, denkt Sarah Bernstein. Deze Israëlische Jodin is hoofd van het Centrum voor Joods Christelijke Betrekkingen in Jeruzalem (JCJCR). Zij is onlangs begonnen met een project dat Israëliërs en Palestijnen probeert nader tot elkaar te brengen. Kerk in Nood ondersteunt dit project. “We willen ons in de situatie van de ander verplaatsen. We gebruiken daarvoor de methode van de geestelijke begeleiding. Het doel is mensen te helpen de waarden te herkennen die aan hun leven ten grondslag liggen. Zo kunnen zij zich verzoenen met het lijden dat zij hebben ondervonden. Psychologen proberen normalerwijze mensen die getraumatiseerd zijn door geweld en terreur weer goed te laten functioneren. Maar wij willen dieper gaan. Hoe moeilijk ook: we willen de ziel van de ander bereiken om echte verzoening mogelijk te maken.”

Sarah Bernstein kent de Israelische ziel. “Ik woon nu 30 jaar in Israël. De huidige tijd doet mij denken aan de tijd van de tweede Intifada, de opstand van het Palestijnse volk tegen de Israëlische bezetting van 2000 tot 2005. Dat waren traumatiserende maanden en jaren voor de Joden, in het bijzonder hier in Jeruzalem.” De moeder van drie kinderen kijkt terug. “Destijds waren er aan één stuk door aanslagen. Je leefde in voortdurende angst voor je kinderen. Een keer was een van mijn kinderen slechts vier auto s verwijderd van een bus die opgeblazen werd. Daar houd je een litteken aan over. Het duurt een tijd totdat angst verandert in haat. Maar nu is het zo ver”, zegt Sarah, verwijzend naar de stemming onder de Israëlische bevolking.

Maar Sarah wilde hierin niet berusten. Enkele jaren geleden ontmoette zij Sammy, een Palestijnse Christen. Hij had Auschwitz bezocht en was daar diep door geraakt. “Hij begreep dat de Holocaust een centraal punt is voor het Joodse volk. Aan de andere kant was ik al geïnteresseerd geraakt in het Palestijnse perspectief gedurende de tweede Initifada; ik probeerde mij in hun situatie te verplaatsen. Ik had altijd begrepen dat zij recht hadden op de zelfde mensenrechten als ik. Maar verder wist ik weinig. Ik wilde dat veranderen; ik wilde de gevoelens van de Palestijnen leren kennen en begrijpen.”

Sammy en Sarah, een Palestijnse Christen en een Israëlische Jodin, werden het gauw eens. “Wij waren er beiden van overtuigd dat we echte genezing nodig hadden”, zegt Sarah. “Haat en angst verwoesten de ziel. Je kunt dat zien in Israël, waar zelfs [politiek[ links en rechts elkaar niet vertrouwen.” Ze begonnen cursussen te organiseren voor mensen met een achtergrond in psychotherapie: psychologen, geestelijken en leraren. Het idee was: eerst elkaar ontmoeten en daarna je positieve ervaringen uitdragen in je eigen gemeenschap. “In 2015 begon Kerk in Nood ons te ondersteunen. We zijn daar erg dankbaar voor. Voor de eerste keer konden we gedurende een heel jaar een programma van wekelijkse bijeenkomsten organiseren. Het idee achter de bijeenkomsten van Israëliers en Palestijnen: je eigen manier van denken veranderen. Je hart openen voor verzoening. Een nationaal conflict oplossen door interreligieuze dialoog en geestelijke genezing.

“De bijeenkomsten gaan over het veranderen van gedragspatronen en de menselijkheid van de vijand erkennen - of van hen die we als onze vijand beschouwen. Ieders eigen godsdienst of spiritualiteit is de bron daarvan. Sammy gebruikt altijd een voorbeeld dat duidelijk maakt waarover dit gaat”, zegt Sarah. “Als een Palestijn bij een checkpoint komt bij een Israëlische soldaat, gaat hij ervan uit dat hij op een neerbuigende manier wordt behandeld. Hij heeft dat vaak meegemaakt. En dus zal hij zich overeenkomstig boos gedragen. Dit bepaalt van te voren al hoe de ontmoeting verder zal verlopen. De Israëlische soldaat van zijn kant verwacht immers ook woede als hij met Palestijnen te maken krijgt. Het punt is dit soort situaties met een positieve instelling te benaderen. Dan kan zo’n ontmoeting anders verlopen. En wat nog het belangrijkste is: je raakt niet meer van slag.” Daarvan is Sarah vast overtuigd. “Een Christen zoals Sammy zal daarbij aan het voorbeeld van Jezus en diens bereidheid om te vergeven denken. En voor mij, als Jodin, zal mijn Jodendom de bron zijn voor mijn inzet voor verzoening.”

Het conflict is steeds aanwezig, zelfs als de taal en de plaats voor de groepsbijeenkomsten moeten worden gekozen. “We spreken Engels gedurende de bijeenkomsten, omdat noch Hebreeuws, noch Arabisch door iedereen gesproken wordt. Verder komen we bijeen in Beit Jala. Het ligt weliswaar aan de andere kant van de muur, maar is een plaats waar wij Israëliërs ook mogen komen. We mogen bijvoorbeeld niet naar de naburige Palestijnse stad Bethlehem. De Israëlische wet verbiedt dit om veiligheidsredenen. Evenzo mogen vele Palestijnen niet naar Israëlische steden gaan. Bovendien willen velen niet samen met Israëliërs werken, uit angst of uit overtuiging.” Volgens Sarah worden niet op alle punten overeenkomst bereikt tijdens de bijeenkomsten. “Ik geloof als Jodin bijvoorbeeld in het Joodse recht om hier te mogen wonen. Anders zou ik dertig jaar geleden niet vanuit Engeland hierheen gekomen zijn. Voor vele Palestijnen is dit gezichtspunt compleet onaanvaardbaar. Dat kun je niet oplossen.”

Het is wel precies de reden waarom Sarah initiatieven als het hare zo cruciaal vindt. “Elk politiek proces, alle pogingen om de bezetting te beëindigen, zullen niets uithalen als er niet een minimum aan vertrouwen is tussen beide zijden. Wij voegen, als religieuze mensen, een speciaal perspectief aan de situatie toe, door te proberen de ander als Gods schepsel te zien. Dat is de enige manier waarop we deze afschuwelijke cyclus van geweld kunnen doorbreken. “

Kerk in Nood ondersteunt het verzoeningsproject Haat helen – geestelijke begeleiding in conflict situaties van het Centrum voor Joods-Christelijke Betrekkingen in Jeruzalem. Wilt het steunen, doneer dan op deze website of vermeld de projectcode: Israël 15/00193.

Doneer voor dit project