fbpx

Groot-Imam en priester tegen christenvervolging

woensdag, 13 januari 2016
Persoonlijk verhaal
De vervolging van Christenen door radicale en militante krachten is in Pakistan is wijd verbreid. Twee ‘grote mannen’ staan echter zij aan zij in de strijd voor bescherming van de vervolgde christelijke minderheid.

 

De vervolging van Christenen door radicale en militante krachten is in Pakistan is wijd verbreid. Twee ‘grote mannen’ staan echter zij aan zij in de strijd voor bescherming van de vervolgde christelijke minderheid. Syed Mohammed Abdul Khabir Azad, grootimam van de op twee na grootste moskee in Pakistan, en de Dominicaan Pater James Channan werken nauw samen in het vredescentrum in Lahore. In een exclusief interview met Kerk in Nood doen zij verslag over de situatie in Pakistan en hun gemeenschappelijke inspanningen.

Als het tot vervolging komt, handelen Imam Abdul Khabir Azad en pater Channan snel. Ze proberen het leed van de getroffenen te verzachten en het gevaar van vergeldingsaanslagen te minimaliseren. Zo ook op 15 maart 2015, toen zelfmoordterroristen twee kerken in Youhanabad, de christelijke wijk van Lahore, aanvielen. Met gevaar voor eigen leven onderschepten de bewakers van de katholieke St. Jozef Kerk en de evangelische Christ Church van de Kerk van Pakistan de aanslagplegers voor de kerkdeuren. Desondanks vonden 22 Christenen en moslims de dood en raakten er 70 gewond. In nauwe samenspraak met pater Channan bezocht imam Abdul Khabir Azad de dag erna beide kerken om in het openbaar de solidariteit van Moslims met de Christenen uit te drukken. In de week erop organiseerde de imam voor zijn Moskee een bijeenkomst om te tonen dat moslims terreur principieel afwijzen en om tot vrede en harmonie op te roepen.

Door de heruitgave van het tijdschrift Umang en interreligieuze congressen zet het vredescentrum zich in voor verzoening. Imam Abdul Khabir Azad concentreert zich op islamitische geestelijken in landelijke gebieden. Regelmatig zijn zij aanstichters van religieus gemotiveerd geweld. Zijn grote wens is om een positieve verandering bij deze geestelijken teweeg te brengen, zodat zij niet langer tegen Christenen ophitsen in de moskeeën. In 2004 organiseerde de imam voor het eerst een interreligieus congres in de Badshahi-Moskee. In de 350-jarige geschiedenis van de moskee waren voor het eerst Christenen als sprekers uitgenodigd. De eerste redevoering van een christen hield pater Channan, over het belang van de relatie en de dialoog tussen Christenen en moslims.

80% van terroristen uitgeschakeld
Sinds de verschrikkingen van 11 september in de Verenigde Staten zijn meer dan 60.000 Pakistani door terroristen gedood. De meesten van hen zijn moslim. De Pakistaanse regering erkent de interne bedreiging slechts weifelend, maar bedrijft ondertussen een krachtige anti-terreurpolitiek onder de competente leiding van legerleider, generaal Raheel Sharif. Volgens imam Azad heeft het leger inmiddels 80 procent van de Pakistaanse terroristen uitgeschakeld.

Blasfemiewet en vervolging
Toch blijven er veel problemen. Pater Channan en imam Azad wijzen in het bijzonder op het misbruik van de Pakistaanse blasfemiewetten. Zij pleiten ervoor dat misbruik strafrechtelijk vervolgd wordt, opdat de blasfemiewet niet meer misbruikt wordt als middel om afrekeningen te vereffenen. Pater Channan wijst op een voorval dat verduidelijkt hoe erg antichristelijke emoties en vervolging kunnen zijn. Op 4 november 2014 werd een christelijk echtpaar, Shama Masih en haar man Shahzad in het dorp Kot Rodha Kishan ervan beschuldigd de Koran ontheiligd te hebben. Shamah Mazih, de 24-jarige moeder van vier kinderen, was toen zwanger. Een woedende menigte viel haar en haar man aan, folterde hen en verbrandde hen levend in een oven van een steenfabriek.

Hoewel het gevaarlijk is dergelijke daden aan de kaak te stellen, doet imam Azad dit regelmatig. “Ik krijg bedreigingen wegens mijn werk, maar ik geef niet op. Het is de eis van het ogenblik en mijn opdracht.” De Imam weet zich geïnspireerd door Jezus, de Vredevorst, zijn favoriete voorstelling van Christus.

Toch loopt het ook regelmatig slecht af met pleitbezorgers voor minderheden. Op 2 maart 2011 werd de eerste christelijke minister voor minderheden, de katholiek Shahbaz Bhatti, door de Taliban vermoord omdat hij zich tegen de blasfemiewet had verzet. Ook de voormalige gouverneur van de provincie Punjab, Salman Taseer, werd door zijn lijfwacht vermoord nadat hij de blasfemiewet een “zwarte wet” had genoemd. Moordenaar Qadri werd ter dood veroordeeld, een vonnis dat in beroep bij het Hooggerechtshof van Pakistan werd bevestigd. Dit was een shock voor militante moslims die in Qadri een held zien.

Evangelisatie en dialoog
Pater Channan noemt evangelisatie en de interreligieuze dialoog “de twee sporen waarop de trein van het katholicisme rijdt.” Door evangelisatie bieden navolgers van Christus alle mensen de mogelijkheid zich met God te verzoenen door de dood en de verrijzenis van Christus en gedoopt te worden. Het doel van de interreligieuze dialoog is niet om de ander te bekeren, maar om overeenkomsten te zoeken en samen het welzijn van de mensheid, vreedzaam samenleven en respect voor de religie van de ander te bevorderen. “Wij moeten zoveel mogelijk overeenkomsten vinden, opdat we voor iedereen een betere maatschappij kunnen opbouwen. Dat kan een “bekering van het hart” teweegbrengen waardoor moslims en mensen met een andere religie Christenen als waardevol medeburger erkennen.

De betekenis van een interreligieuze dialoog in landen zoals Pakistan kan niet genoeg worden benadrukt. Pater Channan was om deze reden van 1985 tot 1995 lid van de Pauselijke Raad voor de Interreligieuze Dialoog en van 1999 tot 2004 adviseur van de Pauselijke Commissie voor Religieuze Betrekkingen met Moslims. Pater Channan wordt regelmatig door de Pakistaanse regering geconsulteerd voor religieuze vragen en houdt wereldwijd voordragen over de betekenis van het vredeswerk door dialoog.