fbpx

Getuigenis medepater Frans van der Lugt

dinsdag, 08 september 2015
Nieuws

Ooit vielen er drie bommen op het huis van pater Frans van der Lugt. Toen een bezorgde pater Ziad Hilal hem belde, grapte hij: " We hebben niks. Allen jouw kamer is geraakt. Maar geen zorgen. Je bed staat er nog.” In zijn lezing in het Stanislashuis in Delft op 7 september typeerde medepater Ziad Hilal met dergelijke anekdotes Frans van der Lugt als man van hoop. “Hij zei altijd: geen zorgen."

Zes jaar woonde de Syrische pater samen met de twee Nederlandse Jezuïeten Frans van der Lugt en Michael Brenninkmeijer. Tijdens de lezing vertelt pater Ziad, zelf Syriër, met veel genegenheid over de beide mannen. Samen met de beelden van pater Frans die hij zelf twee maanden geleden terugvond, vormen de anekdotes een levendig portret van de op 7 april 2014 vermoorde pater.

Begin van de oorlog
“Pater Frans woonde het merendeel van zijn tijd in Syrië in Homs. De oorlog begon in 2011. Tot april 2012 woonde ik bij Frans in het klooster in het oude deel van de stad. Daarna overlegden we wie van ons zou blijven en wie het andere huis zou bewaken.” Er zat maar 900 meter tussen de beiden huizen, maar van 12 juni tot zijn dood konden de paters elkaar niet ontmoeten omdat de oude stad in handen was van de rebellen en belegerd werd door het Syrische leger. “Soms zei Frans dat hij bommen van onze kant kreeg. Hij lachte altijd, was nooit verdrietig. En hij grapte veel. Ooit vielen er drie bommen op ons huis. Hij zei: " We hebben niks. Allen jouw kamer is geraakt. Maar geen zorgen. Je bed staat er nog."

Pater Ziad laat een video uit 2012 zien waarin pater Frans vertelt over de belegering. “De tijd van uitgaan is steeds vroeger afgelopen. Eerst na zeven uur, toen zes uur en nu twee uur ’s middags. De gewapende bendes vechten dan tegen het Syrische leger. In bepaalde wijken hebben zij het even voor het zeggen. Er zijn heel veel groeperingen. Het vrije Syrische leger, misschien nu ook fanatieke beweging, maar ik weet niet of die er al zijn. Dan mensen uit de wijk zelf. En mensen die uit het leger zijn opgestapt. Veel onafhankelijke groepen die niet bij elkaar gaan zitten.” Het bleken woorden die tot vandaag stand houden. “Veel mensen uit de wijken zelf vechten nu”, vervolgt hij. “Ze krijgen veel geld. Uit Qatar, Saudi-Arabië, maar ook vanuit Libanon.”

Pater Ziad bevestigt de inmenging van buitenaf. “Het probleem in Syrië is eerst tussen Syriërs. Er is dialoog nodig tussen regering en welwillende oppositie. Maar andere landen, zoals Qatar, Rusland, Saudi-Arabië, maar ook Europa mengen zich in het conflict, waardoor het nu een internationaal probleem is geworden. De vijand van de een wordt zo de vriend van een ander.”

Altijd hoopvol
“Op 30km buiten Homs hadden we als Jezuïeten een stuk land waar gehandicapten konden wonen en werken. Het was de droom van pater Frans. Eind 2013 kreeg ik het nieuws dat dieven alles hadden gestolen. Deuren, bedden, alles. Ik durfde het hem niet te vertellen”, vertelt pater Ziad. “Toen ik hem belde, zei hij er niet om te geven. We bouwen het wel opnieuw. Misschien zelfs groter. Hij wilde niet weten wie het had gedaan. Hij wilde geen kwade gevoelens en haat meedragen.”

In februari 2014 kwam pater Ziad erg dicht bij zijn Nederlandse medepater toen een comité van de Verenigde Naties een evacuatie had bedongen voor inwoners van het bezette deel van Homs. “We stonden op vier meter afstand van elkaar, maar konden elkaar niet zien vanwege sluipschutters van beide partijen. Ik vroeg hem of hij wilde vertrekken. Pater Frans wilde niet. Hij wilde eerst christenen helpen. “En als de christenen vertrokken zijn?”, vroeg ik. Dan wilde hij blijven voor de moslims. “En als ook zij vertrokken zijn?” Dan zijn er nog de ouderen. Daarmee bedoelde hij vrouwen van 70, terwijl hij zelf 75 was.”

Gewaardeerd door beide partijen
Op 9 mei werd de oude stad door het Syrische leger bevrijd. Pater Frans was toen al twee maanden dood. “De rebellen vroegen één priester voor elke bus als vrijgeleide en waarborg voor hun vertrek. Ik was zelf één van hen. In elke bus vroeg ik de rebellen naar pater Frans. Ieder van hen had een mooi verhaal over pater Frans. Ik had nooit bedacht wat hij deed voor de mensen in de oude stad. "Elke dag kwam hij voor mijn oude vader die ziek was", vertelde een van de rebellen. “Hij had altijd tijd om over ons lijden te horen. Hij had altijd liefde voor ons Syrische volk.” In een video wijst pater Frans op enkele kogelgaten in de muur. “Nee, deze zijn niet doelgericht op ons geschoten. Het zijn verdwaalde kogels. We worden door beide partijen gewaardeerd. Ik ga gewoon op fiets. Ik ben niet bang.” De beelden tonen volgens pater Ziad aan dat pater Frans niet begreep dat mensen in Syrië veranderden door de oorlog. Hij constateert nuchter: “Een van deze mensen, we weten niet wie, is op 7 april de tuin binnengedrongen en heeft hem doodgeschoten.”

Voor Syriërs is pater Frans heilig. Pater Ziad toont een icoon, geschilderd door een orthodoxe diaken die ooit door pater Frans is begeleid. “Ze spreken over hem aan als heilige, zelfs al is hij niet officieel heilig of tot martelaar verklaard. Vandaar dat de Jezuïeten zijn zaligverklaring al hebben aangekaart bij het Vaticaan.

Toekomst
Gevraagd naar wat wij in Nederland kunnen doen, is de pater helder. “Wij zijn geen nummers, maar mensen. Duitsland zegt zoveel mensen op te vangen, andere landen zoveel. Maar we zijn mensen. Waarom willen de mensen weg? We kunnen omgaan met bommen, ons huis verliezen, enz. Maar we zijn zelf doelwit. In ons in Qaryatain werd met veel geld, ook van Kerk in Nood, een nieuw begin gemaakt. Maar in augustus werden pater Jacques Mourad en 200 christenen gegijzeld. Nu willen ze weg. Ik sta met mijn mond vol tanden. Wat kan ik tegen ze zeggen?” PaterZiad zelf was aanwezig bij de vredesbesprekingen in Genève die jammerlijk mislukten. “We hoopten dat de regering en oppositie wilden praten, maar deze hoop werd de grond in geboord. Dag na dag ontvang ik nu mail van Syriërs met de vraag: help ons het land uit.”

De paus riep ook op de Kerk te steunen, vooral via organisaties die weten wat ze doen, zoals Jesuit Refugee Service en Kerk in Nood. In 2011 en 2012 zijn we in Homs met een project begonnen voor kinderen van verschillende achtergronden, alawieten, soenniet, christenen, katholieken. De vraag die we stellen is hoe we ons best kunnen doen voor onze buren. Ook hebben we een boek over hoe in vrede te leven dat op veel plaatsen wordt gebruikt. We begonnen met 10 kinderen, nu zijn het er 3500.”