fbpx

"Eten als meest dodelijke wapen"

donderdag, 14 januari 2016
Nieuws

Door John Pontifex

“Eten is uitgegroeid tot het meest dodelijke wapen in de oorlog in Syrië”, dat stelt de projectcoördinator van een vooraanstaande katholieke hulporganisatie in het Midden-Oosten. “Zowel de regeringstroepen als de rebellen blokkeren humanitaire hulp. Zo dwingen ze hele gemeenschappen op de rand van de hongerdood om zich aan hun heerschappij te onderwerpen”, aldus pater Andrzej Halemba van Kerk in Nood. Hij stelt vast dat veel groepen voedselhulp verhinderen in een poging om de weerstand van de oppositie te verzwakken.

Extra druk op toegankelijke gebieden
Pater Halemba, die in voortdurend in contact staat met kerkleiders in Syrië en het land vorig jaar drie keer bezocht, legt uit dat de crisis extra druk legt op organisaties als Kerk in Nood om noodhulp te verstekken in toegankelijke gebieden. Dergelijke regio’s vormen een magneet voor mensen die de van hulp verstoken gebieden ontvluchten: "Strijdkrachten aan beide zijden – zowel regering als rebellen – voorkomen dat humanitaire hulp doorkomt, in een poging om het volk te onderwerpen.” Hij bevestigt nieuws dat rebellen humanitaire hulp hebben afgenomen om aan de hoogste bieder te verkopen en zodoende winst te maken. 

Probleem veel groter dan Madaya
Verwijzend naar Madaya, de stad ten noordoosten van Damascus waar mensen naar verluidt zijn uitgehongerd tot de dood, zei hij: "Er zijn best veel plaatsen zoals Madaya waar mensen in wanhoop zijn, maar waar hulp er niet doorkomt." Volgens rapporten zijn tot 4 miljoen mensen in Syrië afgesneden van hulp. Volgens pater Halemba blijkt uit de statistieken dat sinds het geweld begon, bijna vijf jaar geleden, 280.000 mensen gedood zijn in het conflict. “Maar 350.000 zijn overleden door een gebrek aan medicijnen en andere essentiële benodigdheden.”

“19 nieuwe projecten in een maand”
Kerk in Nood bouwt het aantal noodhulpprogramma’s op in centra, zoals de hoofdstad Damascus, waar alleen al uit Madaya duizenden vluchtelingen worden opgevangen. De organisatie werkt samen met bisdommen in Damascus, Tartus, Aleppo en Homs, evenals met Jezuïeten en andere religieuze gemeenschappen. Sinds maart 2011, toen het conflict begon, heeft Kerk in Nood ruim tien miljoen euro besteed aan steun voor christenen en niet-christelijke slachtoffers van het conflict in het land. Bijna 60 procent hiervan werd vorig jaar verstrekt. De afgelopen maand heeft Kerk in Nood 19 nieuwe programma’s voor noodhulp in Syrië ingezet. De komende maanden worden er nog eens 20 uitgerold. Zo worden voedsel, medicijnen, anoraks en schoenen verstrekt in de regio’s als Aleppo, het noordoosten van Syrië, Homs, de omgeving van Marmarita en de Vallei van de Christenen.

"Gezinnen hebben al zo’n 15.000 hulppakketten van ons ontvangen. In 2016 hopen we nog meer hulp te bieden om tegemoet te komen aan de groeiende behoeften van de mensen. De hulp wordt enorm gewaardeerd. Mensen hebben ons verteld van hun vreugde over het ontvangen. Sommigen huilden van vreugde en zeiden dat ze nu de winter kunnen overleven."

Hulp aan bevrijde christelijke dorpen
Dringend is ook de nood in dorpen in de buurt van de noordoostelijke stad Hassake, die onlangs zijn bevrijd van islamistische strijdkrachten. Veel Assyrische christenen die uit hun dorpen werden verbannen, zijn niet in staat om terug te keren als gevolg van het ontbreken van basisvoorzieningen. Pater Halemba dringt aan op gebed voor hen en in het bijzonder voor de 79 christenen uit de omgeving die door Islamitische Staat (IS) worden vastgehouden in bolwerk Raqqa. Volgens rapporten eisen de islamisten tot wel € 32.100 losgeld per persoon. Ook de islamitische djizjabelasting die christenen moeten betalen in gebieden beheerst door ISIS (Daesh) en andere militante groepen is een lijden. “Christenen worden gedwongen om € 362 jizya te betalen, maar veel mensen kunnen zich zelfs dat niet veroorloven in een land waar 1 kilo suiker momenteel ruim € 20 kost.

Over de toenemende druk op internationale militair ingrijpen in Syrië, is pater Halemba helder: "Een doos van Pandora is geopend en niemand is bereid om het deksel te sluiten. In plaats van te spreken over een oorlog, zouden mensen moeten praten over manieren om vrede te brengen. Dat is wat de mensen nu echt nodig hebben."