fbpx

‘Door dik en dun vertrouwen op God’

woensdag, 06 april 2016
Nieuws
Een verslag van de Avond van de Martelaren door Katholiek Nieuwsblad-verslaggever Pascal Beukers.

Door Pascal Beukers

“Ik werd overvallen door een mengeling van onbeschrijfelijk verdriet en walging. Ze waren afgeslacht, letterlijk, om hun geloof.” Het zijn de woorden van de Egyptenaar Beshir Kamel, nadat hij het filmpje heeft gezien waarin zijn “lieve broers Bishoy en Samuel”, achttien andere koptische christenen en een Ghanees onthoofd werden door islamitische terroristen in Libië.

Beshirs verhaal was een van de vier getuigenissen die vrijdag te horen waren op de jaarlijkse Avond van de Martelaren van Kerk in Nood in de Amsterdamse basiliek van de H. Nicolaas. Met een H. Mis en gebedsviering, met onder meer de bisschoppen Punt, Hendriks en Mutsaerts, emeritus-hulpbisschop Van Burgsteden en diverse priesters, werden de christelijke martelaren van deze tijd herdacht.

‘Barmhartige God’
“Het klinkt misschien vreemd, maar na het eerste verdriet beseften we hoe bijzonder hun getuigenis was”, gaat het verhaal van Beshir verder. “Ik had die eerste keer niet eens gezien dat ze voor hun dood de naam van Jezus uitspraken. We zijn trots op onze broers, neven, zonen, vrienden. Omdat zij tot op het laatste moment met opgeheven hoofd voor Christus hebben gekozen. Onze paus Tawadros II heeft hun martelaarschap officieel erkend. IS heeft ons niet bang gemaakt of aan het twijfelen gebracht over de barmhartige God. Nee, ons geloof is er juist sterker door geworden. Mijn broers en de andere christenen zijn helden voor ons, ze zijn martelaars voor hun geloof. (…) Mensen vragen me of ik de daders van IS kan vergeven. En dan geef ik het voorbeeld van mijn moeder. Ze is oud en wijs. Zij zegt: als ik een van de moordenaars zie, zou ik hem uitnodigen in mijn huis … omdat hij de reden is dat mijn zoons rechtstreeks in het hemels koninkrijk zijn opgenomen. En ik zou God biddend vragen de ogen van deze moordenaar te openen voor de Verlossing.”

‘God is met ons’
Het getuigenis van Beshir maakte indruk op de ruim 300 aanwezigen in de Amsterdamse basiliek. Velen staken een kaarsje op in een van de kaarsenbakken voor het Allerheiligste op het altaar. Onder hen broer en zus Ouday (36) en Meryam (25) Azmi, die in de jaren negentig met hun familie Irak ontvluchtten in de nasleep van de Eerste Golfoorlog. Met name het stuk uit Beshirs getuigenis waarin hij spreekt over vergeving van de daders heeft indruk gemaakt. Ouday: “Ze hebben tot de laatste seconde van hun leven aan Jezus gedacht.” Meryam zegt dat dit getuigenis haar kracht geeft: “God is met ons en laat ons niet in de steek. We hoeven nergens bang voor te zijn.”

Bijzondere lading
Naast het gedenken van de christelijke martelaren van deze tijd heeft de avond voor Ouday en Meryam een bijzondere lading. “Onze familie in Irak heeft uit Mosoel moeten vluchten naar Erbil vanwege de terreur van IS. Het is vreselijk als je dat hoort”, vertelt Meryam. “We voelen ons verbonden en we bidden voor en leven mee met de christelijke martelaren van deze tijd. We weten en horen van familie hoe erg het is om vervolgd te worden vanwege je geloof. We zijn onwijs dankbaar dat we ons geloof hier vrij mogen beleven.” Het verbaast Ouday en Meryam dan ook dat er velen in Nederland zijn die niet voor hun geloof durven uit te komen. “Hier mag je geloven, maar durven mensen er niet voor uit te komen, terwijl in Irak christenen voor hun geloof uitkomen en ervoor vervolgd worden.”

Tussen de getuigenissen door werd de kruisweg gebeden en was er muziek van Lars Gerfen en band. Nieuw dit jaar was de biechtgelegenheid tijdens de avond bij twee priesters. Daar werd opvallend genoeg heel de circa twee uur durende gebedsdienst gebruik van gemaakt.

‘Gods zorg’
In zijn openingswoord in de voorafgaande H. Mis benadrukte mgr. Punt het belang van de Avond van de Martelaren en het gebrek aan aandacht dat er in samenleving, media en politiek lijkt te bestaan voor christenvervolging. Hij noemde als voorbeeld de onlangs vermoorde zusters van Moeder Teresa in Jemen, waar bijna geen aandacht voor lijkt te bestaan.

In zijn preek herinnerde mgr. Hendriks aan de jaarlijks vierduizend vanwege hun geloof vermoorde christenen en aan de tussen de 100 en 150 miljoen vervolgde christenen. Hij roemde het voorbeeld van het geloof in Christus dat “al die martelaren” van deze tijd ons voorhouden: “Zij waren getuigen; zij hebben hun geloof beleden en hun leven gegeven; hun bloed is het zaad voor nieuwe christenen. Zij hebben geen menselijke maatstaf aangelegd maar vanuit geloof gehandeld, door dik en dun vertrouwend op Gods zorg en zijn barm­har­tig­heid. Hij kent ons en Hij heeft alles voorzien; Hij zal alles ten goede leiden; in zijn handen en in zijn Hart zijn wij veilig en geborgen.”