fbpx

Dochter martelaar Libië: “Mijn vader is in de hemel”

vrijdag, 30 oktober 2015
Nieuws
De Egyptische Christenen die begin dit jaar door Islamitische Staat (IS) in Libië werden vermoord, worden in hun thuisland als martelaren vereerd. Kerk in Nood bezocht hun kinderen.

Door Oliver Maksan

De beelden van de 21 christenen die in februari door terroristen van de Islamitische Staat (IS) werden onthoofd, hebben zich diep in het geheugen van christelijk Egypte gebrand. Niemand kan de opnamen aan een Libisch strand van de knielende, in oranje overalls geklede mannen en hun in zwart gehulde moordenaars vergeten. De door de jihadisten verspreide video laat elk gruwelijke detail van hun brutale moord zien. De mannen, die zich in Libië als gastarbeider ophielden, worden door de Koptisch-Orthodoxe Kerk als martelaren erkend en vereerd.

Kerk ter ere van martelaren
Deze week werd begonnen met de fundamenten van een kerk ter ere van de martelaren, waarvan de Egyptisch Staatspresident Sisi – zelf moslim – de bouw verordende. De kerk komt in het koptisch-orthodoxe bisdom Samalut, waar de meeste martelaren vandaan komen. Behalve Matthew, een man uit Ghana, zijn allen Egyptenaren. Bisschop Paphnutius van Samalut: “Wij zijn erg trots op onze martelaren. Ze moesten weliswaar voor hun moordenaars knielen, maar ze waren sterker. Ondanks hun wapens waren de moordenaars zwakker. Waarom zouden ze anders hun gezichten verbergen? Toch alleen, omdat ze bang waren? Onze zonen daarentegen waren zeer sterk en hebben de namen van onze Heer met hun laatste ademtocht aangeroepen.”

Bisschop Paphnutius wijst erop dat hun martelaarschap geestelijk is. “De Kerk weet van oudsher dat het bloed van de martelaren het zaad van de Christenen is. Dat is in dit geval niet anders. En het zal zo zijn tot aan het eind der tijden. Van Alexandria tot Assuan, in heel Egypte heeft hun dood het geloof van de Christenen sterker. Ook Moslims hebben tegen ons gezegd dat ze trots zijn. Onze martelaren hebben laten zien dat wij Egyptenaren zeer sterk zijn. Hun dood vervult ons allemaal, christenen en moslims, met trots.”

Angstige tijd van ontvoering
De bisschop herinnert zich de angstige tijd van de ontvoering van de gastarbeiders tot hun moord. “We hebben veertig, vijftig dagen gebeden dat ze hun geloof niet verloren. Ze hadden zich tot de Islam kunnen bekeren en daardoor hun leven kunnen redden. Maar ze hebben desondanks voor Jezus gekozen en de dood op de koop toe genomen.” De mannen kunnen niet begraven worden. “IS heeft gezegd dat ze de dode lichamen van onze martelaren in zee hebben gegooid. Daarmee willen de jihadisten wraak nemen. Ook het lijk van Al-Qaeda-leider Osama bin Laden is immers door de Amerikanen in 2011 in zee geworpen. Bisschop Paphnutius bespeurt geen haat bij zijn volk. “Wij doen met de moordenaars zoals aartsdiaken Stefanus. Hij bad tot de Heer om vergeving voor zijn moordenaars, die niet wisten wat ze gedaan hadden.”

Wezen en weduwen
Toch zijn de gevolgen van het misdrijf tot op de dag van vandaag merkbaar. De martelaren hebben uiteindelijk weduwen en wezen achtergelaten. “Dankzij gulle donateurs kunnen we ons om de achtergeblevenen bekommeren”, verklaart de bisschop als hij met medewerkers van Kerk in Nood een bezoek brengt aan enkele verweesde kinderen. De sterke geloofsgetuigenis over hun vaders wordt overgeleverd op de kinderen. Rustig en beheerst vertellen ze over hun vaders. De 14-jarige Ingy Tawadros is een van de drie kinderen van de vermoorde Tawadros Youssef Tawadros. Er wordt van hem gezegd dat hij wegens zijn makkelijk herkenbare christelijke naam veel moeilijkheden had in Libië. Er is hem daarom vaak gevraagd zijn naam te veranderen, maar zoon Ingy is stellig over de keuze van zijn vader. “Wie zijn naam verandert, verandert uiteindelijk ook zijn geloof.” Naast hem zitten twee broers waarvan de kleinste niet ouder is dan zes jaar. “Ik ben trots op mijn vader”, zegt Igny. “Niet alleen voor mijzelf, maar omdat hij de hele Kerk eer betoond heeft. Hij heeft het geloof niet verloochend. Dat is iets wonderbaarlijks. We bidden dat de daders zich bekeren.” Hoezeer de kinderen het verlies van hun vader ook in het geloof dragen: enkele hebben tranen in hun ogen gedurende hun verhaal. “Mijn vader is in de hemel”, zegt een meisje. “Maar ik ben verdrietig, want dat is zo ver weg.”