fbpx

"De solidariteit van Libanon bereikt haar grenzen"

dinsdag, 14 juli 2015
Nieuws
Met Flodia gaat het niet goed. Met zware buikpijn ligt de jonge vrouw in bed. "De hele situatie gaat me intussen ook fysiek parten spelen", zegt ze. "Vluchteling zijn betekent stress hebben. Dat kan men zich niet voorstellen. De zorg voor de volgende dag

Veel Syrische christenen hebben in Libanon hun toevlucht gevonden "het is niet makkelijk voor ze "Kerk in Nood ondersteunt ze.

Door Oliver Maksan

Met Flodia gaat het niet goed. Met zware buikpijn ligt de jonge vrouw in bed. "De hele situatie gaat me intussen ook fysiek parten spelen", zegt ze. "Vluchteling zijn betekent stress hebben. Dat kan men zich niet voorstellen. De zorg voor de volgende dag vreet aan je, eerst psychisch en dan fysiek." Sinds 2012 leeft zemet haar man George en hun drie kinderen in Zahle. De christelijke stad in de Libanese Bekaa-vallei ligt niet ver van de Syrische grens. Er zijn veel Christenen hierheen gevlucht, sinds in hun land de in 2011 begonnen opstand tegen President Assad steeds bloediger werd. "We hadden een goed leven in Syrië. We leefden in een mooi huis in de buurt van Homs. Maar we konden er niet blijven. De rebellen rukten steeds verder op. We hebben alles verloren. We hebben geen idee, wat er van ons huis geworden is", zegt ze bitter en wijst om zich heen. De familie woont in een eenkamerwoning. Vijf personen wonen in de ruimte waar gekookt, gegeten en geslapen wordt. Er staan overal oude meubels "giften van lokale Christenen. "Wij moeten voor deze kleine woning 250 dollar per maand betalen. Dat is veel voor ons. Zeer veel."

Uitbuiting

Flodias man George heeft in Syrië als bouwvakker gewerkt. Hij is nu echter ook niet meer helemaal gezond. Werk heeft hij net zo min als zij zelf. In plaats daarvan moeten de drie zoons voor het familieonderhoud bijdragen. Flodia heeft tranen in haar ogen, als zij daarover vertelt. "Eigenlijk moeten mijn zoons naar school gaan en een beroep leren of zelfs gaan studeren. Maar dat gaat niet. We hebben dat geld nodig. Maar u kunt zich voorstellen, hoe een moeder zich voelt, als ze haar kinderen van hun toekomst beroofd. Ik voel me zo schuldig. Maar haar zoon Eli wuift het weg. De 16-jarige werkt in een magazijn en levert goederen af. "Onze ouders hebben vroeger alles voor ons gedaan. Nu zijn wij aan de beurt." Zijn jongere broer, hij is pas 13, werkt in een bakkerij. De oudste zoon, de 17-jarige Roger, wast haar bij een kapper. Veel verdienen de jonge mannen niet. "Mijn zoons werken 12 uur per dag. Ze krijgen daarvoor slechts 150 dollar in de maand. Dat is uitbuiting. Maar wat moeten we doen?" 600 tot 700 dollar, aldus de moeder, zijn nodig om in de maand met zijn vijven rond te komen. Eli heeft zich heel goed naar de situatie geschikt. "Het was erg, van huis weg te moeten gaan. Maar ik heb hier ook vrienden gemaakt. En gelukkig zijn we in leven en als familie samen. Daarvoor ben ik dankbaar. Maar ik zou graag wel mijn opleiding willen voortzetten." Hij en zijn vader willen graag terug naar Syrië, als de oorlog voorbij is. "Dat is mijn vaderland. Daar hoor ik thuis", zegt hij. Maar moeder Flodia ziet dat anders. "Natuurlijk heb ik een verlangen naar Syrië. Maar hoe lang gaat dit duren, de wonden te helen, die de oorlog tussen Christenen, Soennieten, Druzen, Koerden en Alevieten verscheurd heeft? Ik wil niet meer terug. Ik ben in staat, overal naar toe te gaan.

Gulheid van de kerk

Dankbaar is de familie voor de ondersteuning, die ze van de Kerk ontvangt. Het Melkitische Aartsbisdom van Zahle helpt de christelijke vluchtelingen al vanaf het eerste uur. "Zonder die Kerk komen we niet rond", zegt moeder Flodia. Voor Aartsbisschop Issam Darwish is dat een vanzelfsprekendheid. De bisschop is zelf van geboorte Syriër. "Toen in 2011 de eerste Syrische Christenen uit Homs midden in de nacht hier aanklopten, was het duidelijk, dat we ze moesten helpen. Dat zijn toch onze broeders en zusters." In totaal helpt op het ogenblik het Aartsbisdom 700 christelijke families met levensmiddelen, kleding en andere dagelijkse benodigdheden. Ook enige Moslim-families worden door de Kerk ondersteund. "Zonder de gulheid van de weldoeners van Kerk in Nood zouden we dat niet kunnen doen", zegt de aartsbisschop dankbaar. "Voor Christenen is het anders helemaal niet zo makkelijk, hulp te krijgen. Omdat ze in woningen leven en niet in tenten zoals veel islamitische vluchtelingen voldoen ze niet aan de criteria van veel hulporganisaties. Zij zijn daarom op ons aangewezen."

Criminialiteit

Makkelijker wordt de situatie voor de Syrische Christenen in Libanon toch al in zijn geheel niet. Volgens voorzichtige schattingen is elke vierde bewoner van Libanon ondertussen een Syrische vluchteling. De VN telde 1,2 miljoen vluchtelingen. Maar niet alle vluchtelingen zijn geregistreerd. Het kunnen er zelfs veel meer zijn. Sommige spreken van 2 miljoen Syriërs, die in Libanon met zijn 4 miljoen inwoners toevlucht gevonden hebben. "De solidariteit van de Libanezen bereikt haar grenzen. Ze verliezen hun geduld", meent aartsbisschop Darwish. "De criminaliteit heeft massaal toegenomen. De Libanezen komen bovendien wegens de goedkope arbeidskrachten onder druk te staan. Er ontbreken toch al banen voor jonge Libanezen. Veel Libanezen denken daarom te gaan emigreren. De last is voor zo’n klein land als Libanon gewoonweg te groot. De regering heeft daarom de opdracht gegeven, geen nieuwe vluchtelingen meer in het land toe te laten.

Emigreren

Van de christelijke vluchtelingen, waar hij zich om bekommert, zijn ondertussen al meerdere families weer naar Syrië teruggekeerd, tenminste daar, waar de situatie rustiger is geworden. "Alleen al dit jaar konden 100 christelijke families naar hun woonplaats terugkeren. Dat is goed. Veel christelijke families zijn intussen ook naar het westen geëmigreerd", zei aartsbisschop Darwish. "Wij moedigen onze gelovigen echter aan, te blijven. Ze zijn belangrijk voor het Midden-Oosten. Het is immers intussen ook helemaal niet makkelijk, om bijvoorbeeld naar Australië te emigreren. De obstakels zijn erg hoog." Maar diegene, die met deze gedachte spelen, moet men hoop geven. "Wij proberen werk voor ze te vinden. Vooral echter proberen wij ze ervan te overtuigen, dat ze een roeping als Christen in het Midden-Oosten hebben. En dat vind ik niet alleen. Er zijn islamitische geleerden, die zeggen, dat de Christenen hier moeten blijven. Het Midden-Oosten zou zonder hen niet het hetzelfde zijn. De Christenen, aldus de aartsbisschop, verenigden de verschillende groepen. "In mijn huis kunnen Soennieten en Sjiieten met elkaar praten. Waar is dit nu mogelijk? Wij Christenen hebben een roeping tot verzoening."

Vertaling: N. Richtering Blenken