fbpx

De mensen smeken om een kerk

dinsdag, 14 juli 2015
Nieuws
De brief van is met een ouderwetse typemachine geschreven. Letter voor letter typt missiepater Magnus Lochbihler zijn geloof, zijn hoop en zijn liefde uit. De bijna tachtigjarige weet nog van geen ophouden.

De brief van is met een ouderwetse typemachine geschreven. Letter voor letter typt missiepater Magnus Lochbihler zijn geloof, zijn hoop en zijn liefde uit. De bijna tachtigjarige weet nog van geen ophouden.

door Eva-Maria Kolmann

De Oostenrijkse missionaris werkt al vijftig jaar in Tanzania waar hij als jonge benedictijn naar toe trok om zijn Afrikaanse broeders en zusters de blijde boodschap van Jezus Christus te verkondigen. Toen hij in 1959 zijn geboortestreek Tirol verruilde voor Afrika was dat een hele omslag. Maar vanuit het diepst van zijn hart schrijft hij nu hoe mooi het er is. Nooit te oudVolgend jaar viert hij zijn tachtigste verjaardag. Aan stoppen wil hij nog lang niet denken. In tegendeel: de onvermoeibare priester wordt nog altijd door hetzelfde vuur van destijds gedreven om het evangelie te verkondigen en de mensen tot wie God hem gezonden heeft, te dienen.

Sinds hij naar Tanzania kwam heeft de benedictijn op verschillende plaatsen gewerkt. Op de reeds gevorderde leeftijd van 74 jaar werd hem in het noordoostelijke bisdom Arusha nog een nieuwe missie toevertrouwd. Langs de hoofdverbindingsweg naar Makuyuni und Minjingu, in westelijke richting, doet hij zijn priesterlijk werk onder de Masaï, een van de bekendste Afrikaanse stammen die zowel in Kenia als in Tanzania leven.

Witte vlekken

Op de kaart van het bisdom zijn volgens pater Magnus "pastoraal" nog "grote witte vlekken". Toch zijn er al vele kleine christelijke gemeenschappen en is er zelfs een zusterklooster. Tegelijkertijd zijn er ook sekten en "evangelicals" op zielenjacht. Maar de grootste bedreiging gaat uit van de fundamentalistische islam, waarvan de verspreiding met oliedollars wordt gefinancierd. Pater Magnus schrijft: "De missieactiviteit van fundamentalistische radicale koranpredikers is snel, duurzaam en strategisch. De belangrijkste methode is moskeeën en Koranscholen te bouwen, vooral langs de belangrijke verkeersroutes, ook daar waar nauwelijks moslims wonen. Kinderen die naar de Koranscholen (Madras) gaan, worden moslim voor ze er erg in hebben. Eenrichtingsverkeer. Een weg terug is moeilijk."

Inspelen op behoefte

Pater Magnus zet zich ook onophoudelijk in voor het oprichten van kerkelijke en openbare scholen en kleuteropvang. Veel mensen sturen hun kinderen naar de Koranscholen, waar het onderwijs in het hen vreemde Arabisch wordt gegeven, omdat de openbare scholen te ver weg zijn.

Pater Magnus schrijft dat in het nieuwe dorp Nanja onmiddellijk een madrassa is gebouwd die de priester in het voorbijgaan telkens vol "keurige kinderkopjes" zag. Toen dit jaar eindelijk een kerkelijke kleuter- en een openbare basisschool in gebruik konden worden genomen waren 70 eersteklassertjes en 30 kleuters aangemeld. De Koranschool stond leeg.

Kerken belangrijk

Volgens de missionaris is de bouw van kerken net zo belangrijk. Door zijn onvermoeibare inzet zijn in enkele gehuchten kerken gebouwd nadat inwoners hem delegaties hadden gestuurd om zijn hulp in te roepen. "Wij willen aan de aanzuiging van de islam ontkomen!"

De inwoners van het gehucht Orkisima smeken de pater al geruime tijd om een kerk te bouwen. Zij hadden zelfs in de moeilijk toegankelijke bush een doorgang naar het dorp gehakt "om mij te vangen", zoals hij zelf schrijft.

Toen die niet bestand bleek tegen het regenseizoen legden zij een nieuwe toegangsweg aan, zodat de oude priester bij alle weersomstandigheden naar het dorp kan komen om de sacramenten te vieren. Nu willen zij eindelijk een eigen kerk hebben. Te lang moeten aanzien dat rondom moskeeën als paddenstoelen uit de grond schieten.

Geliefd bij de Masaï

Zelfs bij de trotse Masaï wordt pater Magnus hoog gewaardeerd. De traditionele Masaï geloven in één god, Engai, die woont op de top van de Ol Doinyo Lengai in Tanzania en de stam zijn runderen schenkt. Samen met de katholieken willen zij graag een stukje grond afstaan om de pater bij hen te laten wonen.De kerk waar de dorpelingen van dromen moet aan de heilige Perpetua en Felicitas worden toegewijd. De pater hecht daar zeer aan, omdat het om twee heilige martelaressen gaat die uit Afrika afkomstig zijn en bovendien, schrijft hij, "dat het om twee grote heilige vrouwen gaat." "Dat doet de Masaïvrouwen goed, maar de mannen nog meer."

Lege handen

De oude pater, die zelf de gelofte van armoede heeft afgelegd, kan de gelovigen alleen helpen als anderen zijn lege handen vullen. Aartsbisschop Josaphat Louis Lebululu van Arusha heeft de meest warme woorden voor de Oostenrijkse missionaris, die ongeacht zijn leeftijd vol moed en daadkracht zijn zware taken tegemoet treedt.

Voor zijn tachtigste verjaardag wenst hij niets anders dan God de Almachtige Vader te midden van de Masaï eer te kunnen brengen in een waardig godshuis waar zij zo naar uitzien.

In Afrika zijn er nog meer van deze "oude" Europese missionarissen, die heel hun leven in dienst hebben gesteld van de mensen op het zwarte continent. De offers, de trouw en de vreugden van deze missionarissen zouden ons in dit "Jaar van de Priester" bijzonder voor ogen moeten staan.

Bron: Kerk in Nood