fbpx

Congo: een door de wereld vergeten doodsstrijd

dinsdag, 18 april 2017
Nieuws

Door Maria Lozano

De golf van geweld die de Democratische Republiek Congo teistert, treft ook de Kerk. Toch is er hoop op vrede. De vertegenwoordigers van het onlangs overvallen grootseminarie van Malole (Kasaï-Central) verzoeken om gebed voor vrede in Congo en om solidariteit, opdat ze hun werk kunnen hervatten. De pauselijke hulporganisatie Kerk in Nood zal de wederopbouw ondersteunen zodra er duurzame vrede heerst.

Pater Richard Kitengie Muembo is rector van het grootseminarie van Christus Koning in Malole, dat op 18 februari 2017 werd geplunderd door rebellen die tegen de regering vechte, gedeeltelijk in brand gestoken en vernield. Hij bezocht samen met pater Apollinaire Cibaka Cikongo, uitvoerend secretaris van de Provinciale Bisschoppenvergadering van Kananga (ASSEPKA), het hoofdkantoor van Kerk in Nood om verslag uit te brengen over de situatie. Tegelijk verzochten beiden de hulporganisatie om financiële steun voor de heropbouw van het seminarie in Kasaï-Central, zodat de theologielessen opnieuw kunnen beginnen als de veiligheidssituatie in die regio van Congo dat toelaat.

“We hebben nooit gedacht dat wij het doelwit van aanvallen en agressie zouden worden. De reden voor de aanval was dat de milities, aanhangers van het overleden stamhoofd Kamwina-Nsapu, hun hoofdkwartier op het terrein van het seminarie wilden onderbrengen. Wij hebben dat geweigerd en zochten via dialoog naar een vreedzame oplossing. Spijtig genoeg opteerden de lokale autoriteiten voor een militaire oplossing om het conflict te beëindigen. Dit leidde ertoe dat de rebellen op zaterdag 18 februari 2017 een aanval uitvoerden op ons seminarie. Omdat wij ons ervan bewust waren hoe gevaarlijk de situatie was, hadden wij de seminaristen godzijdank kort tevoren al weggestuurd”, vertelt pater Richard.

“Onze 77 seminaristen zijn tussen 21 en 27 jaar oud en afkomstig uit zeven verschillende bisdommen van het land. Velen hebben verschrikkelijke dingen meegemaakt. Ze zijn door gezinnen opgevangen. Het was voorzien dat ze daar maar twee dagen zouden blijven, dus hadden ze alleen de kleren die ze droegen meegenomen. Uiteindelijk moesten ze drie weken bij die gezinnen blijven, tot ze konden worden geëvacueerd. Sommigen konden alleen weg dankzij de hulp van de VN-missie in de Democratische Republiek Congo (MONUSCO)”, benadrukte pater Apollinaire, die lid is van het docentenkorps van het seminarie van Christus Koning. Het seminarie zelf werd geplunderd, vernield en gedeeltelijk in brand gestoken. Ook de karmelietessen moesten hun klooster verlaten, dat op ongeveer 400 meter van het grootseminarie verwijderd ligt.

Strijd tussen stamhoofd en regering
In juli 2016 stelde het traditionele stamhoofd Jean-Pierre Kamwina Nsapu Pandi de legitimiteit van de centrale regering ter discussie. Hij riep op tot rebellie en viel zowel de lokale politiediensten, die hij van machtsmisbruik beschuldigde, als rivaliserende gemeenschappen aan. Op 12 augustus 2016 werd Kamwina Nsapu door de veiligheidstroepen gedood. Dit leidde ertoe dat zijn volgelingen de strijd aangingen met de centrale regering in Kinshasa. Wat als een kleine oppositiebeweging tegen de regering begon, is ondertussen uitgegroeid tot een openlijke strijd. Volgens de laatste berichten van MONUSCO hebben de gevechten al het leven gekost aan minstens 400 burgers en aan een groot aantal leden van de ordekrachten.

Katholieke Kerk doelwit
Op 31 maart 2017 viel één van de militiegroepen de stad Lwebo aan, die 200 kilometer ten westen van Malole gelegen is. De rebellen plunderden het bisschopshuis en brandden het plat. Ze staken ook het gebouw van de coördinatiedienst van de katholieke scholen en het novicenhuis in brand, waar toekomstige kloosterzusters hun opleiding krijgen. Tot slot ontheiligden ze ook de kathedraal van Sint-Johannes de Doper. Dit aspect van de agressie is nieuw: “De katholieke Kerk geniet hoog aanzien in het land omdat ze zich nooit door eender welke politieke groepering heeft laten inpalmen. Nu wordt geprobeerd om haar bij het conflict te betrekken. Sinds december van vorig jaar bemiddelt de Kerk tussen de regering en de oppositie om een overgangsregeling te vinden”, aldus pater Richard.

Kindereren gerekruteerd en gemanipuleerd
In een mededeling die op 25 februari 2017 werd gepubliceerd, verweet ASSEPKA de centrale autoriteiten een gebrekkig beheer van de traditionele structuren, die volgens haar gemanipuleerd en gepolitiseerd waren. Ze wees verder ook nadrukkelijk op de ontgoocheling en frustratie van een regio die lange tijd was gemarginaliseerd en op de hoge werkloosheid onder de jongeren als redenen voor de uitbarsting van geweld in de regio. “Wij hebben ook horen spreken over rituelen die met bijgeloof te maken hebben. Ze rekruteren kinderen en jongeren, geven hen een brouwsel, laten hen een ritueel bad nemen en doen hen geloven dat kogels hen niet kunnen deren en dat ze onsterfelijk zijn. Daarna plegen die jongeren barbaarse misdaden, alsof ze onder invloed zijn van drugs”, vult pater Apollinaire aan.

De door de milities van Kamwina Nsapu veroorzaakte Kasaï-crisis in het zuiden van het land, is één van de vijf gewapende conflicten in de Democratische Republiek Congo. In een oproep die de katholieke bisschoppenconferentie op 20 maart 2017 tot de veiligheidsraad van de Verenigde Naties richtte, worden schendingen van de mensenrechten aangeklaagd in nog vier andere delen van het land. In het noorden blijft de LRA (Lord Resistance Army) nog altijd terreur zaaien, in het oosten wordt gewezen op de situatie in Noord-Kivu, verder vormt de provincie Tanganyika het schouwtoneel van conflicten tussen de Batwa en de Bantoes, en in het centrum van het land, ten slotte – met inbegrip van de hoofdstad Kinshasa – is het geweld het gevolg van de politieke spanningen in de aanloop naar de verkiezingen.

Paraat voor wederopbouw
Hoewel het wegens de heersende toestand op dit moment niet kan worden uitgevoerd, hebben de twee vertegenwoordigers aan de hulporganisatie Kerk in Nood een project voorgesteld om de door plundering en brandstichting beschadigde gebouwen weer op te bouwen zodra de omstandigheden dit toelaten, zodat het grootseminarie zo snel mogelijk opnieuw zijn deuren kan openen: “Het is de hoop die ons doet werken. Wij zullen niet gewoon maar afwachten, want wij zouden willen dat onze seminaristen het onderbroken academiejaar kunnen voltooien. Het dichtstbijzijnde seminarie ligt op 400 kilometer afstand. Wegens de gebrekkige infrastructuur, de toestand in het land en veiligheidsoverwegingen kunnen wij onze studenten daar niet naartoe sturen. Wij zouden ook alle donateurs en vrienden van de hulporganisatie willen verzoeken om voor vrede in ons land te bidden.”

Verschuilen in het oerwoud
Samen met zijn verzoek om hulp richt pater Richard ook een oproep tot de internationale gemeenschap: “De katholieke Kerk in de Democratische Republiek Congo bevindt zich in dezelfde situatie als het hele Congolese volk. Volledige gemeenschappen verschuilen zich in het oerwoud, de scholen zijn dicht, er heerst hongersnood … Wij dromen van het einde van deze zinloze oorlog. Plunderaars komen van overal ter wereld naar hier om het land uit te buiten. In zekere zin heeft iedereen die tegenwoordig moderne technologische middelen gebruikt het bloed van het hele Congolese volk aan zijn handen”, benadrukt de priester. Hierbij verwijst hij naar coltan, een zwart erts dat de mineralen columbiet en tantaliet bevat en onder andere in de accu’s van mobiele apparaten, gps-toestellen en in computers wordt gebruikt. Coltan is één van de zogenaamde “bloedertsen”, omdat het gewonnen wordt door schendingen van de mensenrechten en voor de financiering van gewapende groeperingen en dus voor het voortduren van bestaande conflicten wordt gebruikt.

Het leed van de wereld
“Er is maar één mensheid. Wij benutten de voordelen ervan. Dat is geen probleem. Wij zouden echter ook moeten handelen wanneer we al het leed zien. Het leed van de Congolezen is het leed van de wereld. Samen kunnen wij een einde maken aan de oorlog. We moeten dringend onze onverschilligheid achter ons laten en het stilzwijgen doorbreken. We moeten ‘Nee’ zeggen tegen het geweld, tegen de industrie des doods, tegen de wapenfabrikanten en de wapenhandel. De techniek moet het leven gemakkelijker maken in plaats van het leven te vernietigen. We moeten de techniek gebruiken om over de harde werkelijkheid in Congo te spreken, om gebeden en internationale steun af te smeken opdat het leven en de mensenrechten zouden worden geëerbiedigd”, voegt pater Apollinaire eraan toe.

Kerk in Nood maakte in 2016 meer dan 3,3 miljoen euro vrij voor projecten in de Democratische Republiek Congo. Vorig jaar ondersteunde de pauselijke hulporganisatie 41 seminaries in het land, wat in totaal aan 1.229 seminaristen ten goede kwam.