fbpx

Christenvervolging Myanmar onderbelicht

maandag, 09 oktober 2017
Nieuws
De humanitaire crisis die Rohingya-moslims in Myanmar raakt, is niet de enige in zijn soort in het land. Beperking van religieuze vrijheid en schending van mensenrechten door het leger en nationalistische bewegingen treft er ook Christenen.

Al deze groepen delen hetzelfde lijden, maar krijgen niet dezelfde aandacht van de media en internationale gemeenschap als de Rohingya. Dit is het geval voor de Karen, Kachin (noord), Chin (west) en Naga (noordwesten), etnische groepen met grote christelijke gemeenschappen, die al decennia vervolgd worden.

Uitbuiten van boeddhistische wortels
Door de boeddhistische wortels en cultuur van het land te exploiteren, discrimineert het militaire regime van Myanmar al jarenlang tegen christenen. Het christendom wordt gezien als uiting van een buitenlandse religie, in strijd met het beleid van één natie, één ras en één religie. Veel van deze maatregelen zijn nog steeds van kracht en anti-kerkelijke vooroordelen zijn sterk, ondanks dat deze al meer dan 500 jaar in het land aanwezig is.

In Myanmar zijn alle christelijke gemeenschappen onderhevig aan beperkingen op grondverwerving voor religieuze doeleinden. Militaire bureaucratische procedures verhinderen de uitgave van vergunningen, waardoor Christenen gedwongen privéhuizen gebruiken voor samenkomsten. In overwegend boeddhistische gebieden, vooral in de bolwerken van de Ma Ba Tha’s ultra-nationalistische monniken, is het bijna onmogelijk voor christenen om samen te komen. Tegelijkertijd besteedt de overheid publiek geld om pagoden en kloosters te bouwen, als onderdeel van zijn beleid om het boeddhisme te promoten en verspreiden.

Geweld tegen christenen
In december 2016 werden in een rapport van de Amerikaanse Commissie voor Internationale Religieuze Vrijheid van de (USCIRF) enkele van de ergste episodes van intimidatie en geweld tegen christenen in het Aziatische land onderstreept. Deze overtredingen omvatten gedwongen verhuizingen, vernietiging van begraafplaatsen, aanvallen op gebedsruimten en een voortdurende campagne van gedwongen bekering en indoctrinatie in scholen, met name in gebieden die door de etnische Chin en Naga bewoond zijn. Een andere gangbare praktijk is de onrechtmatig onteigening van land dat rijk is aan natuurlijke bronnen door lokale autoriteiten.

Kerken bezet
In Kachin-gebieden zijn de schendingen van religieuze vrijheid nauw verweven met het lopende conflict tussen gewapende groepen en overheidstroepen. Het leger bezet regelmatig kerken en dagvaardt hele gemeenten voor massale ondervragingen en willekeurige arrestaties. Vaak worden de gelovigen en geestelijken beschouwd als bondgenoten van rebellen en daardoor gestraft. Het machtige leger van Myanmar (Tatmadaw) heeft veel plaatsen van aanbidding verwoest, beschadigd en vernietigd. Met bijna volledige straffeloosheid maakt het zich schuldig aan ernstige mensenrechtenschendingen zoals seksueel geweld op het terrein van kerken en de foltering van geestelijken, gelovigen en gewone burgers.

In Kachin zijn, na meer dan vijf jaar conflict, ruim 120.000 mensen gedwongen om te vluchten en in wanhopige omstandigheden te leven, wachtend om terug te keren. Zolang het conflict voortduurt, is er voor de ontheemde Kachin geen vooruitzicht op de terugkeer naar een situatie van veiligheid en waardigheid. Religieuze discriminatie is vaak geïnstitutionaliseerd. Christelijke Karen, Kachin, Naga en Chin ambtenaren in dienst van de overheid worden meestal over het hoofd gezien voor promotie ten gunste van boeddhisten.

Gedwongen tot boeddhistische initiatieven
Wanneer christenen overheidsposities bekleden, worden ze geconfronteerd met sancties als ze geen boeddhistische initiatieven ondersteunen. In sommige gevallen moeten christelijke ambtenaren uit eigen salaris bijdragen aan boeddhistische activiteiten. In de Chin-staat zijn overheidsmedewerkers verplicht om op zondagen te werken, zonder compensatie. Boeddhisme, hoewel niet officieel, wordt beschouwd als de staatsgodsienst van Myanmar. Het leger, die niet onder controle staat van de burgerlijke macht, heeft de ‘speciale positie’ van de religie benadrukt en ziet zichzelf als verdediger van de Birmese cultuur en traditie.

Door de jaren heen heeft dit geleid tot een diepe kloof en spanningen tussen de verschillende ethno-religieuze groepen van het land. Dit heeft op zijn beurt weer de uitbreiding van de macht van de strijdkrachten mogelijk gemaakt. Met haar overwinning bij de verkiezingen van november 2015 is de democratische leider van Myanmar, Aung San Suu Kyi, een moeilijk proces van pacificatie en nationale verzoening begonnen.

Bron: AsiaNews