fbpx

Christenen en Moslims een jaar na het begin van de Arabische Lente

donderdag, 06 augustus 2015
Nieuws
De Arabische opstand verspreidde zich als een lopend vuurtje en elk Arabisch land merkte de gevolgen ervan. De veranderingen moeten evenwel worden bezien tegen de achtergrond...

door Samir Khalil Samir

De Arabische opstand verspreidde zich als een lopend vuurtje en elk Arabisch land merkte de gevolgen ervan. De veranderingen moeten evenwel worden bezien tegen de achtergrond van de toenemende macht van het Islamisme. Christenen zijn bang maar moeten samenwerken met Moslims. Het geval van Syrië en de manier waarop bisschoppen hebben gereageerd, zijn een goed voorbeeld. Het Westen is in verwarring en Obama heeft zijn geloofwaardigheid verloren. Nu we een jaar verder zijn, blikken we terug op wat er in de Arabische wereld is gebeurd.

Beiroet (AsiaNews) "Het begon allemaal een jaar geleden toen een jonge Tunesiër, Mohammed Buazizi, die genoeg had van de armoede en van de vernederingen door de politie, zichzelf in brand stak. Het was 15 december, en zijn offer sloeg als een lopend vuurtje op een droge prairie over van land naar land. Dit gebeurde allemaal omdat de Arabische wereld moeilijke tijden doormaakt. Mensen voelden pijn en wilden verandering. Het enige dat ze nodig hadden, was een vonkje om het vuur te doen ontvlammen.

De Arabische revolutie verspreidde zich ongelijkmatig, verschillend van land tot land. In sommige landen waren de mensen beter voorbereid dan in andere landen. In Tunesië zijn de mensen sterker en meer volwassen en hun vorige regime stond zo nu en dan protesten toe. In landen waar het regime volledig dictatoriaal was, zoals in Libië, was een externe interventie noodzakelijk. In het geval van Syrië is de situatie nog complexer en is het onduidelijk of er wel een oplossing zal worden gevonden.

In sommige landen, zoals Jordanië, gebeurde erg weinig, waarschijnlijk omdat de situatie daar niet zo slecht is als elders. In andere landen gebeurde helemaal niets omdat het grootste deel van de bevolking niet over informatie beschikt. In het olierijke Saudi-Arabië bijvoorbeeld, waar de mensen een goed leven hebben maar niet bekend zijn met mensenrechten, vrijheid of gelijkheid.

 

De Arabische wereld en haar behoeften

 

Hoe dan ook, de onrust die het afgelopen jaar in de Arabische wereld heerste, kwam doordat er niet wordt voorzien in de behoeften van het volk. De eerste en belangrijkste behoefte of reden is de armoede, die een flink deel van de bevolking treft. Maar de revolutie kwam niet door hen tot stand, want zij leven in zulke slechte omstandigheden dat het idee van een revolutie niet eens bij ze zou opkomen. Anderen begonnen de revolutie en zij gingen vervolgens meedoen, zoals in Egypte, waar 40 procent van de bevolking onder de armoedegrens leeft. De jongeman uit Tunesië die zichzelf in brand stak, was wanhopig vanwege armoede en werkloosheid.

De tweede reden is de ellendig grote jeugdwerkloosheid. In onze cultuur wordt het onvermogen om een eigen leven op te bouwen, als vernederend ervaren. Werkloosheid maakt het onmogelijk om een eigen gezin te stichten. In Europa is het geen ramp wanneer men op zijn 30ste nog geen gezin heeft. Maar in onze landen beginnen mensen al op hun 20ste te denken aan het stichten van een gezin met de verwachting dat ze er één zullen hebben op hun 25ste. Maar als je geen werk hebt, is dat onmogelijk. In onze landen moet een man in staat zijn om een huis te kopen, en de vrouw levert de huisraad. Maar zonder werk kunnen ze niet trouwen en dat is vernederend.

De derde reden is ethisch van aard. Het betreft het gebrek aan waardigheid en vrijheid van meningsuiting, evenals de grote ongelijkheid. Dit geldt vooral voor intellectuelen en voor de middenklasse. Andere vormen van discriminatie, die niet per se religieus van aard zijn, spelen ook mee.

Tot slot kan nog worden opgemerkt dat de mensen via televisie weten hoe de rest van de wereld leeft. Zij voelen zich vergeleken met anderen achtergesteld en vragen zich af hoe dat komt. Tegelijkertijd horen ze dat de president, de minister en anderen miljardairs zijn. Dit alles roept een gevoel op van onrecht, wat men zich persoonlijk aantrekt.

 

Door dit alles ontstond er een gevoel van frustratie dat tot de opstand leidde.

 

De overwinning door de Islamisten

De beweging begon aanvankelijk spontaan, uitgaande van gewone burgers. Er was geen echt leiderschap en nu kunnen we de gevolgen daarvan zien. Degenen die de revolutie tot stand brachten, plukten niet de vruchten van de overwinning. Zij stelden anderen, die beter georganiseerd waren, in staat om van hun inspanningen te profiteren. Dit was zo"n grote tegenslag dat sommigen al zeggen dat het "de moeite niet waard was".

Ik blijf vertrouwen houden. Zelfs al hebben de Islamisten gewonnen, dan nog was deze stap noodzakelijk omdat daardoor andere prioriteiten, verschillend van die van hen, naar voren konden komen. Waardigheid, banen, vrijheid, gelijkheid en democratie, hierdoor werd de door jongeren geleide revolutie gemotiveerd, niet door religie.

Het is waar dat Islamisten nu macht kunnen uitoefenen. Ze kunnen nu laten zien dat "Al-Islâm huwa l-hall!", dat "Islam de oplossing is" voor alles. Ze zullen moeten aantonen dat een Islamitisch systeem de oplossing biedt voor alle problemen op het gebied van werkloosheid, onderwijs, gelijkheid, democratie, financiën enz.

Voor het eerst sinds de val van het Ottomaanse Rijk zullen Islamisten politieke macht uitoefenen. Het zal een belangrijke gelegenheid zijn om te zien op welke gebieden zij concrete antwoorden kunnen bieden op echte problemen en waar niet. Het zal ook een belangrijke gelegenheid zijn om te zien wat voor soort Sharia ze zullen invoeren, of het die van Saudi-Arabië zal zijn, waar een vrouw werd onthoofd vanwege een aanklacht over hekserij, of die van Iran, die de ontwikkeling van dat land in de weg staat, of nog andere versies. Voor ons geldt dat we onze visie zullen laten afhangen van resultaten.

Het is evenwel zeker dat Islamisten, vooral Salafisten, de Arabische lente gebruiken om hun versie van de Islam op te leggen. Dit werd duidelijk in Tunesië (toen ze probeerden om de niqâb verplicht te stellen voor vrouwen aan de Manouba Universiteit, ‘s lands bekendste instelling voor hoger onderwijs, en om een moskee te openen in de buurt van de campus) en Egypte (waar veel kerken werden aangevallen en kruizen vernietigd en waar soldaten vrouwen aanrandden, wat de aanleiding was voor de demonstratie van afgelopen dinsdag).

 

Vorming tot democratie

In Egypte betekent de enorme verkiezingsoverwinning (60 procent) van de Moslim Broederschap en de Salafisten dat de eersten nu zullen moeten bewijzen dat ze het vertrouwen van de kiezers verdienen.

Hun zege was onvermijdelijk. Na 60 jaar regering door militairen was democratie nog maar een vage herinnering. Toch kwam meer dan 50 procent van het electoraat stemmen, en dat is positief. De opkomst bij vorige verkiezingen was niet groter dan 5 tot 7 procent. Egyptenaren gingen niet stemmen omdat ze wisten dat de uitslag al vaststond. Onder Nasser won de regeringspartij 95 procent van de stemmen waarbij 5 procent van de kiezers zijn stem had uitgebracht.

Tunesië is een geval apart. De opkomst bij de recente verkiezingen was minstens 80 procent. Dit is een teken dat mensen geïnteresseerd zijn in politiek en bereid tot deelname.

Nu is de tijd rijp dat jonge mensen zich organiseren. Hun samenlevingen en de rest van de wereld hebben de Arabische Revolutie serieus genomen. Maar ze moeten eenheid plannen en tot stand brengen, anders is alles verloren. Anders dan in Tunesië, hebben in Egypte jonge mensen talrijke partijen opgericht, waardoor de uitgebrachte stemmen werden opgesplitst. Daardoor verspeelden ze het voordeel dat ze hadden.

Het "Egyptische Blok", een liberale partij die openstaat voor zowel Christenen als Moslims en is opgericht door de miljardair en Kopt Naguib Sawiris, won 17 procent van de stemmen. Het is niet veel, maar het is iets.

 

Dit laat zien dat er hoop is voor de toekomst. De beweging moet Egyptenaren bewust maken van wat er op het spel staat. Ze moet zich richten op de economie, die er slecht voor staat, maar ook op het onderwijs. Egypte is vooral op dit laatste vlak achtergebleven vergeleken met andere Arabische landen. Ongeveer 40 procent is analfabeet (vooral vrouwen) en de kwaliteit van het onderwijs is slecht. Daarom stemmen mensen op basis van hun religieuze achtergrond in plaats van politieke analyse.

 

Ondanks aanvallen op kerken, heeft de solidariteit tussen Christenen en Moslims geleid tot een zekere ontvankelijkheid voor en verdediging van gelijkheid, die tot nu toe onmogelijk was. Hoe minimaal ook in vergelijking met de inspanningen, toch is dit iets positiefs.

 

De situatie in Syrië

Syrië is het land waar de mensen het beste beseffen wat er op het spel staat. Tot kort geleden leek het regime van Assad stevig in het zadel te zitten. Nu is zijn situatie ernstig en gecompliceerd. De informatie over wat er in het land gebeurt, blijft onduidelijk. De bisschop van Aleppo vertelde me onlangs vermoeid te zijn omdat datgene wat buiten het land wordt verteld, verschilt van wat erbinnen wordt verteld.

Niettemin zijn er nieuwe ontwikkelingen. Voor het eerst nam de Arabische Liga een duidelijk standpunt in. Het schorste Syrië als lid en bereikte overeenstemming onder meer over sancties.

Natuurlijk is het standpunt van de Liga enigszins dubbelzinnig. Syrië is een bondgenoot van Iran, een overwegend Sjiitisch land, terwijl de Arabische Liga bijna helemaal Soennitisch is. De dreigementen van de Arabische Liga tegen Syrië zouden dus meer gemotiveerd kunnen zijn door deze tegenstelling dan door liefde voor de revolutie. Hoe het ook zij, feit is dat Syriërs de afgelopen negen maanden bereid zijn geweest om hun leven te geven om de situatie te veranderen, en dat is echt een nieuw gegeven.

Syrië kent specifieke problemen, die van een totalitaire machtsstructuur tegenover een ongewapende bevolking. Er wordt gezegd dat naburige Arabische landen de rebellen financieel steunen, maar een Syrische of Arabische bemiddelaar is nodig. Anders zullen de gevolgen vernietigend zijn.

Voor het eerst heeft Turkije het opgenomen voor de Syrische rebellen. Misschien heeft het daarbij eigen machtspolitieke doelen of misschien handelt het zo om te voldoen aan zijn verplichtingen als een bondgenoot van het Westen. Of misschien wil Turkije zich propageren als een voorbeeld van een gematigde Islamitische natie, ook al is zijn reputatie aangaande mensenrechten niet zo schitterend.

 

De situatie in andere landen

In Libië is de toekomst onzeker. Er worden Islamistische ideeën voorgesteld, maar het grootste probleem van dit land is hoe het zijn vele stammen met elkaar kan verzoenen zodat ze samen werken aan de ontwikkeling van het land. Met een industrie die nog in de kinderschoenen staat, is het onduidelijk of het vooruitgang kan boeken.

Saudi-Arabië heeft geen opstand meegemaakt (want deze werd door het leger in de kiem gesmoord), maar de mensen willen er nog altijd wel enige verandering.

In landen als Jemen en Bahrein vond daarentegen wel een revolutie plaats die leidde tot enkele belangrijke veranderingen. Geen van beide landen kan ooit nog hetzelfde zijn.

Marokko kende ook enkele turbulente gebeurtenissen, maar geen revolutie. De angst hiervoor was voldoende voor de aanzet tot enkele sociale hervormingen. Het koninkrijk had al eerder het familierecht (Mudawwanah) aangepast met meer rechten voor vrouwen.

Dit alles wijst erop dat mensen in de Arabische wereld hun eigen weg zoeken.

 

Hoe zit het met de Christenen?

Christenen vrezen in het algemeen dat Islamisten de revolutie zullen kapen. Zij, vooral Salafisten, boezemen ons angst in. Er bestaat wel een gevaar, maar samenwerking met anderen is de enige mogelijkheid om het meeste te halen uit de situatie. We zouden niet bang moeten zijn. Natuurlijk zal het samenwerken met de Islamisten moeilijk zijn, maar sommige Islamisten hebben politieke plannen en een verlangen om de achterstand van hun land te overwinnen. We moeten waakzaam blijven en ze erop wijzen wanneer ze bepaalde grenzen overschrijden, bepaalde rechten schenden enz.

Voor bepaalde sociale kwesties is de dialoog mogelijk en nuttig. Het is tijd dat we elkaar helpen en ondersteunen en meer blijk geven van solidariteit met niet-Christenen en omgekeerd. Het is tijd om samen op te trekken in de strijd tegen analfabetisme, armoede, ziekte enz. Op het gebied van onderwijs en gezondheidszorg hebben Christenen al laten zien dat ze mild en professioneel zijn tegenover iedereen, zowel Christenen als Moslims. Ik denk dat met de meeste mensen samengewerkt kan worden.

Tegelijkertijd moeten we opkomen voor rechtvaardigheid, voor de vrijheid van geweten en geloof en voor de verkondiging ervan. Op deze manier kunnen we het principe van gelijkheid invoeren. Egyptische Moslims hebben het over de "beste religie". Dit idee wordt juridisch toegepast. En natuurlijk, in het gunstigste geval bedoelen zij de Islam. Voor ons is dat onacceptabel.

Andere vormen van discriminatie bestaan (mannen tegenover vrouwen, rijk tegenover arm), en we moeten ze allemaal bestrijden omdat ze strijdig zijn met de geest van het Evangelie.

Persoonlijk ben ik niet bang voor een Islamitisch regime. Ik maak me veeleer zorgen over intolerantie. Veel Moslims zijn ook tegen de Salafisten, die hun intolerante visie op de Islam proberen op te leggen (vooral als het gaat om vrouwen). We kunnen als Christenen onszelf niet naar binnen keren. Integendeel, we moeten samenwerken met iedereen die vecht voor een maatschappij met respect voor mensenrechten.

 

De Arabische Lente vanuit een Christelijk perspectief

Omdat zij vrezen voor de toekomst, neigen Christenen naar een voorkeur voor reeds bestaande regimes. Zulke regimes zijn dictatoriaal van aard en dat is een zonde. Wanneer een regering zich inlaat met geweld, dan moeten we zeggen dat we tegen geweld zijn, ongeacht zijn oorsprong, of deze nu is gelegen in de oppositie, in gewone burgers of in het leger.

We moeten zeggen dat we voor vrijheid zijn, maar niet voor een overmaat aan vrijheid waardoor het Westen wordt geruïneerd. We moeten voor gelijkheid en rechtvaardigheid zijn, voor zowel mannen als vrouwen. Het is tijd dat Christenen zich gaan bezighouden met culturele evangelisatie, wat geenszins bekeringsijver inhoudt.

Helaas duwt de vrees voor Islamisme Christenen in de richting van het verleden. De meeste van hen willen niet al te zeer politiek betrokken raken. Zij willen in vrede leven. Maar als Christen heb ik het recht en de plicht politiek actief te zijn.

Vanuit deze achtergrond is het standpunt van de Syrische bisschoppen begrijpelijk. Zij verkiezen het bekende boven het onbekende. Maar de keuze is niet tussen goed en kwaad, maar tussen twee kwaden… en voor het minst kwade. Tegelijkertijd moeten we zeggen wat van belang is.

 

Tot slot, het Westen

Het Westen heeft dictators gesteund en ze vervolgens afgedankt. Maar nu aarzelt het. In Arabische landen is het Westen ronduit bekritiseerd omdat het zich verlaat op landen als Saudi-Arabië waarvan de ideologische basis indirect een bron is voor Islamitisch terrorisme. Een land als de Verenigde Staten, dat het heeft over vrijheid en mensenrechten, neigt naar stilzwijgen als het om de Saudiërs gaat.

Wat Libië betreft menen Arabieren dat het Westen meer in de olie van Libië was geïnteresseerd dan in de vrijheid van Libië. Het raakte betrokken alleen tegen Libië (zoals tegen Saddam Hussein en Irak) en niet tegen andere landen. Het Westen is voorzichtig met Syrië omdat dit land een belangrijke geopolitieke rol speelt… Wat Syrië betreft is het Westen niet eensgezind en zijn standpunt niet gebaseerd op duidelijke principes en waarden.

Ik ben geen idealist. Ik denk dat elk land zijn eigen belang vooropstelt. Maar omdat de hele Arabische wereld is verwikkeld in de Arabische Lente, was het beter geweest dat er manieren werden bedacht voor het al dan niet steunen van deze bewegingen.

Het beleid ten aanzien van Israël, dat één van de belangrijkste oorzaken is voor de crisis in het Midden-Oosten, is een kwestie die de Arabieren vervult met wanhoop, vooral nadat zij zagen hoe Barack Obama nog op dezelfde dag van standpunt veranderde. Eerst verdedigde hij een twee-staten-oplossing, en vervolgens veranderde hij tijdens Netanyahu’s bezoek zijn standpunt.

Hetzelfde geldt voor Obama’s toespraak in Caïro, die de Arabische wereld eerst voor zich innam maar later niet meer werd geloofd toen duidelijk werd dat zijn beleid niet veel zou verschillen van dat van Bush. Zijn geloofwaardigheid heeft nu een dieptepunt bereikt. Men moet zich gebonden weten aan principes wil men een voorbeeld zijn voor anderen.

Hetzelfde geldt voor Europa, dat zijn religieuze en culturele identiteit aan het verliezen is. Niet in staat om om te gaan met zijn koloniale verleden, probeert het daarentegen zich te verbergen achter een schuldig geweten in plaats van aan te tonen dat kolonialisme tegelijkertijd waarde had voor de dialoog tussen culturen.

In Europa keren mensen zich af van de plaatselijke religie (meestal Christendom). De relatie tussen Europeanen en andere wereldreligies is dubbelzinnig geworden. Bovendien lijken sommige regeringen soms de voorkeur te geven aan geïmporteerde religies, terwijl de plaatselijke religies worden verstikt. Als bijv. Frankrijk zijn historisch Katholieke identiteit ontkent, dan is het niet in staat om om te gaan met andere religies. De facto is er geleidelijk een soort van schizofrenie ontstaan, die reikt van de secularisatie van Christelijke feesten tot aan de erkenning van niet-Christelijke religies

Om deze reden kan de Arabische revolutie ook veel Westerse jongeren helpen om tot inkeer te komen. In Egypte en Syrië hebben mensen hun leven geriskeerd voor een ideaal, namelijk voor een leven in waardigheid en voor een heel volk. Hoeveel mensen in Italië of Europa zouden daartoe bereid zijn?

Vertaling: Camiel Donkers

 

Foto: asianews.it