fbpx

Boko Haram versus een vitale Kerk

dinsdag, 14 juli 2015
Nieuws
Sinds 2009 zaait de islamitische beweging Boko Haram dood en verderf in Nigeria. Afgelopen zondag en de week daarvoor was het opnieuw raak...

Sinds 2009 zaait de islamitische beweging Boko Haram dood en verderf in Nigeria. Afgelopen zondag en de week daarvoor was het opnieuw raak in de steden Jos, Biu en Zaria met in totaal zeker tientallen doden.

Om te achterhalen hoe Nigerianen zelf de plaag van aanslagen analyseren, maakte Kerk in Nood-medewerkster Raphaelle Autric een reis door het olierijke en volkrijkste land van Afrika. Zij legde haar informatieve ervaringen vast in het blad ***L"Eglise dans le Monde***. Nigeria blijkt meer problemen te kennen dan aanslagen van Boko Haram op christelijke kerken. Autrics beschrijvingen plaatsen de "islamitische sekte" in een ruime context.

Vitaliteit

"Tegen de verwachting in ziet het bij het vliegveld van hoofdstad Abuja niet zwart van de taxi’s", begint Autric haar verslag. "De veiligheidsmaatregelen blijken na de recente aanslagen te zijn verscherpt. Toch bereiken we het moederhuis van de spiritijnen. Daar schetst pater Daniël ons de vitaliteit van de katholieke Kerk in Nigeria. Er zijn 52 bisdommen en twaalf seminaries. Op het grootste seminarie bereiden achthonderd studenten zich voor op het priesterschap." Met enige slag om de arm kan men Nigeria verdelen in 50 procent christenen, voornamelijk in het zuiden, en 50 procent moslims in het noorden. Van de christenen is de meerderheid katholiek, verder zijn er anglicanen, evangelische protestanten, baptisten en pinkstergelovigen.

veroordeling

Als zij de aartsbisschop van Abuja, mgr. Onaiyean, bezoekt, vertrouwt die Autric toe dat de relaties met de moslims simpeler zijn dan die met andere christenen. "Door het optreden van kleine groepen (zoals Boko Haram "BvdV) laten wij ons niet van de wijs brengen", zegt de aartsbisschop. "Wij zetten de relaties met de moslims hoe dan ook voort." Hij stelt "dat aanslagen als die van Boko Haram voor moslims ongelukkig zijn, maar ook een aanleiding om kritiek te laten horen. Nieuw is namelijk dat de moslims sinds de laatste aanslagen opstaan en de gewelddadigheden openlijk veroordelen". Een belangrijk voorbeeld is de oproep van de islamitische organisatie The Jama"atu Nasril Islam (JNI) om de aanslagplegers steng te straffen. Dat zou andere groepen die de stabiliteit van het land bedreigen, afschrikken. De JNI kleedde haar veroordeling in in een kritisch statement dat een veel wijdere strekking heeft. Religieuze, politieke en traditionele leiders zouden bijeen moeten komen om "ons geliefde land te sparen voor corruptie en hebzucht", was de klacht. Ook stelde secretaris Aluyu Khalid dat de overheid een eind moet maken aan wraakacties van burgers, zoals die bijvoorbeeld in het district Plateau State voorkomen. Want ook dat is aan de orde: christenen reageren inmiddels gewapenderhand op de aanslagen van moslims.

Vrees

"Deze golf van veroordelingen was er voorheen niet", vertelt mgr. Onaiyean. "Toen klaagden islamitische leiders alleen over het feit dat de groep handelde in naam van de islam." Een imam heeft aan de plaatselijke bisschop vertelt dat het voor hem moeilijk is tegen Boko Haram te preken omdat "je niet precies weet wie zich onder je gehoor bevindt". Ook in de moskeeën vreest men er over te praten. "Zeker is dat in het noorden van het land de moslims het niet eens zijn met de methoden van de beweging, maar wel met hun doel: invoering van de sharia in alle 36 deelstaten van het land in plaats van de twaalf waar die nu toegepast wordt. Die islamisering speelt op allerlei terreinen. Wie zich voor de universiteit wil laten inschrijven, kan beter zijn naam "islamitisch laten klinken". Dat doen ook politici die zich willen verrijken via de middelen die islamitische landen, Saoedi-Arabië voorop, ter beschikking stellen", schrijft Autric.

 

Financiering

Nigeria lijkt op dit moment geen eind te willen maken aan de dreiging van Boko Haram. De bisschop van de stad d"Osogbo bevestigt dat leden van de veiligheidsdiensten hebben toegegeven "dat ze over de namen beschikken van diegenen die achter de aanslagen zitten. Daarmee is het laatst restje vertrouwen van de bevolking in de overheid verspeeld". Van president Goodluck Jonathan heeft men niet veel te verwachten. Ook bij informatie over de financiering van Boko Haram speelt de overheid een schimmige rol. Via e-mail vertelt de Nigeriaanse jezuïet Tyolumun Kinga Upaa KN dat de regering niet lang geleden verklaarde namen te hebben van de financiers van Boko Haram en dat ze die bekend zouden maken. Dat gebeurde uiteindelijk niet, schrijft de geestelijke. "Het leek er niet op dat het om buitenlandse sponsors ging. Ik geloof dat de regering weet wie de beweging van financiën voorziet, maar omdat de politieke elite zonder uitzondering door en door corrupt is, is men bang voor opstanden van de burgers."

Opsplitsing

Zou een tweedeling tussen het islamitische noorden en het overwegend christelijke zuiden van het land soelaas bieden? "Dat is geen optie", meent pater Daniel. Vanwege de etnische verscheidenheid zou het land dan in vijf of zes verschillende landen moeten worden opgedeeld. In totaal telt Nigeria ongeveer 250 etnische groepen. Er zijn vier hoofdgroepen: de Haussa en Fulani in het noorden, de Yoruba in het geïndustrialiseerde zuidwesten en de Ibo in het zuidoosten. Een probleem apart is het geldelijk gewin voor aanslagplegers. Een anglicaans geestelijke uit het noorden legt uit welke premies er uitbetaald worden: 20.000 nairas voor het doden van een dominee, 5000 voor een gewone christen en 1000 (ongeveer 5 euro "BvdV) voor hulp bij een aanslag.

Priesters

Hoewel Boko Haram steeds fanatieker wordt, lijkt haar doelstelling om van Nigeria een islamitische staat te maken volgens Autric tot mislukken gedoemd. Het christendom groeit in Nigeria, terwijl het aantal islamitische fundamentalisten afneemt, schrijft zij. In het Paulusseminarie in Abuja blijkt dat het aantal katholieke priesters groeit als kool. Autric meldt: "Ieder jaar verdringen zich 3000 kandidaten voor de poorten van het seminarie. Na een korte retraite, een gesprek en een examen worden er 25 studenten per jaar toegelaten. De kerkleiding is niet uit op kwantitatieve, maar op kwalitatieve groei van de Kerk. Het gaat erom dat de nieuwe priesters "goede ambassadeurs van Christus worden", legt de secretaris van kardinaal Okogie van Lagos uit."

 

bron: KiN/KN

Foto: Neajjean