fbpx

Bisschop prijst regering India

dinsdag, 14 juli 2015
Nieuws
De Indiase aartsbisschop William D'Souza van Patna heeft de federale regering geprezen dat zij niet buigt voor de druk om christelijk sociaal werk in te perken. Mgr. D'souza wijst erop hoe belangrijk de inzet van de christenen is voor honderdduizenden...

De Indiase aartsbisschop William D’Souza van Patna heeft de federale regering geprezen dat zij niet buigt voor de druk om christelijk sociaal werk in te perken.

Dat meldt de Britse afdeling van de internationale katholieke hulporganisatie Kerk in Nood.

Mgr. D’souza wijst erop hoe belangrijk de inzet van de christenen is voor honderdduizenden veelal niet-christelijke en straatarme Dalits. Die vormen een deel van de enorme onderklasse in het land en hebben dringend behoefte aan basisonderwijs en gezondheidszorg.

Antichristelijk geweld

De uitlatingen van de aartsbisschop vormen een reactie op de groeiende anti-christelijke tendensen in grote delen van India. Die worden verspreid en gevoed door extremistische hindoe-fundamentalistische groeperingen. Die beschuldigen de christenen ervan dat de hulp aan de allerarmsten heimelijk bedoeld is om hen tot het christendom te bekeren.

Met Kerst 2007 en in de tweede helft van 2008 leidde dat tot een ernstige geweldsuitbarsting tegen christenen in de Oost-Indiase deelstaat Orissa. De hevigheid waarmee de religieuze haat jegens de christenen zich manifesteerde schokte heel India. Het bracht ook een discussie op gang over de omstreden anti-bekeringswetten die de afgelopen tien jaar zijn afgedwongen in de deelstaten Gujarat, Madhya Pradesh, Chhattisgarh, Himachal Pradesh en Orissa.

Dalits

In zijn eigen deelstaat Bihar heeft de coalitieregering het kerkelijk werk onder de Dalits altijd aanvaard, vertelt D’Souza. Hij beschrijft zijn aartsbisdom als "overwegend een Kerk van de Dalits". "Er is tot nu toe geen directe tegenwerking van de regering. De overheid waardeert wat we doen.

"Hij benadrukt dat de verspreiding van de christelijke waarden wezenlijk deel uitmaakt van het sociaal werk. Maar het primaire doel is de mensen uit de diepe armoede te halen en hen bewust te maken van hun rechten en hen vakgericht te scholen.

Hoop

Van de 65.000 katholieken van het bisdom Patna zijn er 45.000 Dalit. Mgr. D’Souza: "De mensen die we helpen zijn zeer arm. Wij hebben echter niet de middelen om hen in alle noden te kunnen helpen."

"We proberen hen in ieder geval een sprankje hoop te geven voor de toekomst door middel van gezondheidszorg, onderwijs en het bijbrengen van de christelijke waarden.

"Dalits zijn hoofdzakelijk werkzaam als handarbeiders, schoonmakers van latrines en riolen, en als vuilophalers.

Discriminatie

Hoewel in stedelijke gebieden discriminatie van Dalits drastisch is gedaald, geldt dat niet voor de landelijke gebieden. Daar worden zij, deels om religieuze redenen en deels vanwege de aard van hun werk, als onrein beschouwd. Hen wordt daarom de toegang ontzegd tot hindoetempels, restaurants, scholen en waterbronnen.

Hulpprojecten

Het aartsbisdom Patna heeft daar, in nauwe samenwerking met religieuze communiteiten, op gereageerd met het opzetten van een uitgebreid ondersteuningsnetwerk.

Er zijn 3.000 zelfhulpgroepen bestaande uit maximaal 15 leden die zich verdiepen in mensenrechten, vrouwenemancipatie, huishoudkunde en organisatorische vaardigheden.

Dalits worden vaardigheden bijgebracht als het maken van soep en mandenvlechten. Daarmee probeert men banen te scheppen en de mensen te leren in eigen onderhoud te voorzien.

Er zijn jongerengroepen in het bisdom waar duizenden jongeren worden onderwezen in de mensenrechten en christelijke waarden.

Dankbaarheid

Hoewel de aartsbisschop zijn bisdom beschrijft als een "100 procent missionaire Kerk", zegt hij dat het aantal volwassenendopen na een piek in de jaren "50 en "60 is teruggelopen.

Hij benadrukt de grote dankbaarheid van de mensen jegens de Kerk. "De meeste mensen met wie wij werken zijn niet katholiek. Zij beschouwen ons als hun redders. Ze houden contact, maar vanwege de veranderende behoeften van de mensen zijn we niet in staat om hen voortdurend te volgen."

De aartsbisschop bedankt Kerk in Nood voor het verstrekken van de onontbeerlijke hulp. Het gaat dan vooral om catechetische projecten, Misstipendia en de vorming van zusters. (Bron: Kerk in Nood)