fbpx

Albanië: 38 martelaren trouw tot in dood

vrijdag, 11 november 2016
Nieuws

Albanië verheugt zich over de zaligverklaring van 38 martelaren, afgelopen zaterdag, die tijdens de communistische dictatuur uit haat tegen de religie werden vermoord. Bisschop Massafra van Shkodër: ”Ze werden gefolterd tot de dood. Ze bleven Christus en de Kerk steeds trouw.”

Tijdens de 40 jaar durende communistische dictatuur in Albanië was bidden, het maken van een kruisteken, het dragen van een kruis en simpelweg ‘geloven’ strafbaar. In 1967 verklaarde het Balkanland zich officieel tot de eerste atheïstische staat ter wereld. Kerken, moskeeën en andere gewijde plaatsen werden als winkelcentra, sporthallen of theater gebruikt. Zo ook de Kathedraal van Shkodër, waar op 5 november 38 martelaren zalig zijn verklaard. Deze werd als gemeentelijke sportplaats gebruikt. Voor Katholieken in Albanië is het een bijzondere plaats omdat de eerste Heilige Mis na de ondergang van de dictatuur er plaats had.

Op het Domplein voor de Kathedraal, gewijd aan de Heilige Stefanus, staat een gedenkteken dat aan de loop van de geschiedenis en de uit haat tegen religie vermoorde martelaren herinnert. Het draagt de namen van de 38 martelaren. Bisschop Massafra van Shkodër, de voorzitter van de Albanese bisschoppenconferentie: “Voordat ze gefolterd en neergeschoten werden, zeiden ze allemaal ‘Leve Christus Koning, leve Albanië. Wij vergeven wie ons doden.’”

38 verhalen over haat en terreur
Maria Tuci is de enige vrouw onder de Albanese martelaren. Ze bezocht de school van de Stigmatijnen, de Arme Zusters van de Heilige Fransiscus in Shkodër. Later werd zij lerares. Haar misdaad was dat ze in de tijd van de dictatuur haar scholieren aan de tegenwoordigheid van Christus herinnerde. Ze werd ontelbare keren opgepakt en gefolterd. Ze stierf door verstikking in een zak, waar ze samen met een kat werd ingestopt. De folteraars sloegen de kat met een stok, zodat deze zijn woede op haar koelde.

Lazer Shantoja, een belezen en bijzonder in literatuur en kunst geïnteresseerde priester, werd in de omgeving van Tirana zo zwaar gefolterd, dat zijn eigen moeder de moordenaars erom smeekte hem neer te schieten, opdat hij niet meer zou lijden. De vaderlandslievende priester en schrijver Lek Sirdani werd gefolterd en in het riool verdronken.

Ndre Zadeja was de eerste die werd neergeschoten en werd zo de eerste martelaar van de Albanese communistische dictatuur. Hij stierf in Shkodër. Bisschop Massafra verklaarde in een interview met Kerk in Nood dat iedereen die in deze stad vermoord is een weg naar de kerkhofmuur moest bewandelen “waar ze werden gefolterd, bespuugd en uiteindelijk neergeschoten.” De weg leidde ook langs de kathedraal. “Dit werd met opzet gedaan. Zo werden ze eraan herinnerd dat ze uit liefde voor Christus leden.”

“De trots van Albanië”
Het land met als wapen de adelaar kent een trots op de martelaren die grenzen overschrijdt dankzij de Albanezen in het buitenland, die voornamelijk in de jaren negentig het land hebben verlaten om naar kansen in hun leven te zoeken. “Duizenden Albanezen over de hele wereld hebben de viering van de zaligverklaring gevolgd”, verzekert de voorzitter van de landelijke Bisschoppenconferentie. “Deze kleine, maar grote kerk heeft de wereldkerk ontelbare martelaren gegeven. Ze waren mensen met een grote trouw aan Christus en de kerk.”

“Ondanks de vijfhonderd jaar durende bezetting door het Osmaanse Rijk, ontelbare rooftochten en de communistische dictatuur ging het Katholicisme in Albanië door. Dat is de verdienste van de Kerk van de martelaren”, aldus Bisschop Massafra. “Duizenden mensen leefden in concentratiekampen of in gevangenissen omdat ze in God of Allah geloofden”, benadrukt de Bisschop. Want ongeveer 60% van de Albanese bevolking was moslim. Vele stierven, anderen overleefden de folteringen. Onder hen zuster Marije Kaleta en de priester Ernest Simoni.

Toen ze bij de Pausreis naar Albanië in september 2014 hun getuigenis gaven, toonde Paus Fransiscus zich zeer bewogen. “Het is overweldigend een martelaar van zijn eigen martelaarsdom te horen spreken”, zei Paus Bergoglio op de persconferentie in het vliegtuig tijdens de terugvlucht uit het Balkanland. Fransiscus omarmde de beide overlevenden en benadrukte “dat God hen heeft behouden en geholpen om alle folteringen en de onzekerheid te weerstaan, of ze nu neergeschoten werden of niet.” In de concentratiekampen en in de gevangenissen was de rol van deze martelaren zeer belangrijk. “Zij zijn stille troosters van de andere gevangenen geweest”, vertelt Bisschop Massafra. “We konden in het geheim de Heilige Mis vieren en de Communie uitreiken”, aldus Ernest Simoni in zijn korte toespraak tot Paus Fransiscus.

De noodlijdende Kerk in Albanië
Kerk in Nood heeft sinds de ineenstorting van de dictatuur in 1991 meer dan 125 projecten in Albanië gerealiseerd, waaronder de bouw van kerken, geestelijke centra en het bisschoppelijk seminarie. Bovendien heeft het de Youcat, de catechismus van de katholieke kerk voor jongeren, vertaald en verspreid. Er is ook nog hier en daar hulp in de vorm van vervoer, zoals voor de Franciscanen, waarmee kinderen uit de landstreek naar catechese kunnen komen. In het land toont de Katholieke Kerk zich een grote hulp voor de bevolking, want iedereen wordt geholpen, ongeacht zijn religie. In Albanië is 70% van de bevolking Moslim, 20% is orthodox Christen en 10% is Katholiek.