fbpx

Aanslag Aleppo: "Hij was pas dertien"

maandag, 22 februari 2016
Nieuws

Hij was pas dertien jaar, onze arme Fouad Banna, het kind dat we vanmiddag hebben begraven, onder de ogen van zijn jonge zusje Rosy, naaste familie en mijzelf. Zijn beide ouders, alle twee ernstig gewond, waren niet bij deze trieste begrafenis. Zij balanceren tussen leven en dood op de intensive care. Ze waren alle drie in hun appartement gisteravond toen hun woning werd beschoten met een van de vele raketten die de rebellen afvuren op de christelijke wijken van de stad Aleppo. Van de naaste familie deelde alleen die arme Rosy in de rouw, een jonge studente van 17 jaar. Toen ik haar vroeg of ik haar op de een of andere manier kon helpen, antwoordde ze alleen maar: Pater, alstublieft, vraag aan de Heer, mijn beide ouders beter te maken.”

Rosy is vreselijk alleen achtergebleven. Zij is, met heel veel andere christenen, in rouw, terwijl ik dit schrijf. Zij zijn diep geschokt na de zoveelste tragedie die zich van onze onschuldige families heeft meester gemaakt in deze door de voortdurende bombardementen van jihadisten zwaar verwoeste stad. En of dat niet genoeg is, terroriseren de jihadisten de bevolking dag in dag uit door alles te verwoesten wat we hadden. Zij laten niets onbeproefd om te verhinderen dat onze burgers vreedzaam en onschuldig in hun huizen kunnen wonen en gaan soms zelfs zover om hen te liquideren als ze in het land willen blijven.

Wat een lijden en ongeluk hebben wij nu al vier jaar lang van deze brute en meedogenloze aanvallers te verduren! Zij willen de wereld in hun macht krijgen en beweren Gods gebod te volgen wanneer ze met dwang en geweld aan alle mensen op aarde hun achterhaalde levenswijze en archaïsche wetten willen opleggen. Bent u er nog, vragen onze vrienden me: waar wacht u nog op om te vertrekken?
Onze kracht vinden wij christenen, ondanks alles wat ons overkomt, in de geschiedenis van onze Kerk: de Kerk van de eerste christenen. Wij zijn hier in Syrië sinds de terugkeer van onze broeders van het eerste uur uit Jeruzalem, die waren gedoopt door de apostelen zelf, zoals we lezen in de Handelingen der Apostelen. Wij hoorden bij die Joden in de diaspora die hun traditionele pelgrimstocht naar Jeruzalem maakten, zoals ieder jaar voor het feest van Pinksteren. Paulus was gedoopt, gevormd, priester gewijd en uitgezonden om de Blijde Boodschap aan de wereld te verkondigen via onze voorouders in Damascus. De christenen die hier nu lijden, zijn de afstammelingen van de gelovigen die twee duizend jaar lang trouw zijn gebleven aan Christus en die met hun leven hebben betaald voor hun onwankelbare trouw aan de Kerk van het Vleesgeworden Woord die altijd de Alpha en Omega van hun bestaan is geweest.

Onze kracht vinden we ook in onze verbondenheid met het land Syrië. Een vaderland dat we liefhebben omdat we er eeuwenlang hebben gewoond, om alles wat het ons in het verleden heeft geschonken en in de toekomst nog zal kunnen bieden. Wij hebben er tientallen jaren gewoond, werden gerespecteerd, waren gelukkig en leefden ongestoord. Wij hopen er een nieuwe economische opleving te vinden en een samenleving die nog meer openheid biedt voor de individuele vrijheid en de sociale diversiteit waaruit zij is opgebouwd wanneer deze onrechtvaardige en weerzinwekkende oorlog die – wij weten niet waarom – over ons wordt uitgestort, voorbij zal zijn. Onze kracht maakt deel uit van onze strijd voor een betere toekomst, waar iedereen zijn volle recht zal vinden om zijn eigen geloofsovertuiging te kiezen en ongehinderd te leven in overeenstemming met de godsdienst waartoe hij of zij zich, in volledig vrij geweten, geroepen voelt toe te behoren.
Wij christenen in Syrië hebben nu meer dan ooit onze broeders in het Westen nodig. Wij hebben hun gebeden en hun steun nodig. Wij hebben hun vastberaden steun nodig bij hun vertegenwoordigers en regeringen. Die mensen moeten oog hebben voor ons vreselijke lijden en van houding jegens ons veranderen. Wij wensen dat zij eens en voor al begrijpen dat wij in ons land willen blijven. Dat is een vitale behoefte voor ons en vormt een evident en onvervreemdbaar mensenrecht waar wij evenzeer aan hangen als aan ons leven.

Aleppo, 16 februari 2016
Metropoliet Jean-Clément Jeanbart